48 uur in Edinburgh

Bart Funnekotter gaat naar de Schotse hoofdstad als er even geen festival is. Maar ook dan geeft hij er veel geld uit

Waarom nu gaan?

Wie houdt van enorme mensenmassa's die zich luidruchtig volgooien om het oude jaar uitgeleide te doen en het nieuwe te begroeten, is in december natuurlijk al in Edinburgh geweest. Het meerdaagse 'Hogmanay' is zo populair bij toeristen dat er ruim van te voren kaarten moeten worden besteld om bij het feest aanwezig te kunnen zijn. Hele gedeelten van de stad zijn zonder toegangsbewijs onbereikbaar en de prijzen van hotelkamers rijzen de pan uit. In de zomer is het hetzelfde liedje: in augustus is de hele stad vol van het wereldberoemde podiumkunstfestival.

Maar wie van al die dure drukte niet gediend is, doet er goed aan om juist nu een reisje te boeken naar de stad aan de Firth of Forth. Het voorjaar is een mooi jaargetijde om over de Royal Mile te slenteren en een pint te drinken in een van de ontelbare pubs die Edinburgh rijk is.

literatuur en meer

Maar er is meer dan drank en loomheid. Edinburgh is een stad van schrijvers - en wil dat weten ook. Buffet King Chinese Dining aan Nicholson Street is waarschijnlijk de enige Chinees ter wereld waar klanten op een bezem binnen kunnen komen zonder dat het personeel daar vreemd van opkijkt. In de jaren negentig was hier namelijk nog café Nicholsons gevestigd. Alleenstaande moeder JK Rowling schreef daar het eerste deel van haar Harry Potter-reeks.

Voor de bedenker van de jonge tovenaarsleerling heeft Edinburgh nog geen monument opgericht. Sir Walter Scott, de geestelijk vader van onder andere Ivanhoe, wordt even verderop wel in steen geëerd, met een standbeeld met een soort minikathedraal erboven. In het gratis toegankelijke Writers' Museum aan de Lawn Market is een hele verdieping ingericht ter ere van Scott. De overige etages zijn gewijd aan Robert Burns en Robert Louis Stevenson, de twee andere grote Schotse schrijvers.

Al deze cultuur bevindt zich op of in de directe nabijheid van de Royal Mile, de weg die loopt door het centrum van de Old Town van Edinburgh, van het Palace of Holyrood House tot Edinburgh Castle. Holyrood House is het onderkomen van het Britse staatshoofd als ze in de stad verblijft, maar is de rest van het jaar voor het publiek opengesteld. Ook de moeite waard zijn de ruïne van de Old Abbey die naast het paleis ligt, en het uitzicht vanuit de tuin op Arthur's Seat. Deze kale heuvel aan de Firth of Forth kijkt uit op de stad en is een populaire bestemming van dronken Edinburghers aan het eind van een avondje stappen.

Edinburgh Castle beheerst de skyline aan de andere kant van de Royal Mile. Vanaf de twaalfde eeuw is er door diverse vorsten aan het kasteel op Castle Rock gebouwd. Het resultaat is een overweldigende mix van architectonische stijlen. Wie alle gebouwen goed wil bekijken, en ook wat van de schatten binnenin wil meekrijgen, moet zeker vier uur uittrekken.

Een hond en de dood

De oplettende reiziger merkt tijdens zijn wandeling door de oude stad dat in de talrijke souvenirwinkels aan de Royal Mile overal beeldjes van hetzelfde hondje te koop zijn. Zo op het eerste gezicht geen heel fraai exemplaar, maar het gaat hier niet om zomaar een Skye terriër: deze hond is misschien wel Edinburghs meest geliefde burger. Greyfriars Bobby werd halverwege de negentiende eeuw namelijk als eerste en enige dier ooit tot ereburger van de Schotse hoofdstad gemaakt. Zijn prestatie: na de dood van zijn baasje Jock hield hij veertien jaar lang de wacht bij diens graf op Greyfriars Kirkyard. Inmiddels ligt Bobby daar zelf ook begraven. Zijn laatste rustplaats is een bedevaartsoord geworden voor mensen die in hem de ultieme icoon van onbaatzuchtige trouw zien.

De kerkhoven van de stad zijn ook nog om een andere reden populair bij toeristen. Edinburgh staat namelijk bekend om de alomtegenwoordigheid van geesten op zijn begraafplaatsen. Iedere avond worden er rondleidingen georganiseerd langs duistere grafkelders en velden vol schots en scheef staande zerken. Naar verluidt is zo'n tochtje niet zonder gevaar. Er zijn gevallen bekend van mensen die tegen de grond werden geduwd, of met op onverklaarbare wijze ontstane blauwe plekken terugkwamen van een ghost tour. Vooral Greyfriars Kirkyard staat bekend om de aanvallen van de geesten die er huizen. Het lijkt dat Bobby indertijd besloten heeft dat na veertien jaar waken zijn dienst erop zat.

Eten en drinken

Het eten in Edinburgh is goed. Wie geen zin heeft in de typische Schotse haggis, havermout met schaap bereid in zijn eigen maag, kan terecht in de vele moderne restaurants die de stad rijk is. Vooral de Franse keuken is goed vertegenwoordigd. Een aanrader is La Garrigue, aan Jeffrey Street in de buurt van het station. De eigenaar is afkomstig uit de Languedoc en het eten uit die streek wordt opgediend in een rustieke omgeving. Sinds de opening in 2001 is het restaurant meerdere malen in de prijzen gevallen. De criticus van de Sunday Times vond dat de chef 'een staande ovatie' verdiende.

Maar goed, eten in Edinburgh doe je alleen maar om daarna flink te kunnen drinken. In Schotland zijn de openingstijden van pubs al lange tijd vrijgegeven, dus snel volgooien voor 11 uur, zoals in veel kroegen in Engeland ondanks een recente wetswijziging nog steeds het geval is, hoeft niet. Rondom de Grass Market zit een aantal leuke muziekkroegen, waar iedereen die een instrument kan bespelen welkom is om mee te doen. Op het repertoire staan alleen typisch Schotse liederen; kampvuurklassiekers worden er niet gespeeld.

Drinken in een educatieve omgeving kan ook. In het Scottisch Whisky Heritage Centre, gevestigd aan de voet van Castle Hill, wordt de bezoeker ingewijd in alle geheimen van het maken van Schotlands nationale drank. Na een gratis proefsessie eindigt de rondleiding in de souvenirwinkel, waar tegen heel forse bedragen heel kleine flesjes whisky kunnen worden gekocht.

Waar slapen?

De eerlijkheid gebied te zeggen dat Edinburgh sowieso geen goedkope stad is, ook niet als er geen groot evenement aan de gang is. Wat dat betreft kan de hoofdstad van Schotland prima wedijveren met zuiderbuur Londen. Het zal de Schotten, die aan een chronisch minderwaardigheidscomplex lijden ten opzichte van hun eeuwenlange onderdrukkers, op een vreemde manier vast een groot genoegen doen.

Slapen op stand kan in de Scotsman aan de North Bridge. Dit hotel is gevestigd in het voormalige redactiegebouw van de Schotse krant van dezelfde naam. De journalisten doen hun werk anno 2006 in een modern kantoor, en dat biedt de gasten van de Scotsman de kans om te slapen in een interieur waarin de oude stijl van het gebouw bewaard is gebleven: veel marmeren vloeren en glas-in-lood. Een tweepersoonskamer is te krijgen vanaf 200 pond. Aardig detail: in elke kamer ligt de Edinburgh-variant van Monopoly.

Voor wie wat meer geld wil overhouden om in de pub te kunnen besteden, zijn er flink wat hotels die onderdak bieden voor bedragen van iets onder de 100 pond. Veel goedkoper wordt het niet, tenzij de toerist zich jong genoeg voelt om te overnachten in een van de zeven jeugdhotels in de stad.

    • Bart Funnekotter