Weekboek 13

Hebben ook kannibalen recht op hun privacy?

Journalist Uwe Wittstock maakt zich ernstige zorgen om de scheiding tussen fantasie en werkelijkheid in Duitsland. Volgens hem erodeert de vrijheid van de kunst door een strengere handhaving van individuele rechten, zoals auteurs- en portretrecht. In 2003 werden in Duitsland twee boeken door middel van rechtszaken verboden verklaard. Ex-vriendinnen van de auteurs herkenden te veel van zichzelf in de fictieve verhalen. In 2004 liet toenmalig kanselier Gerhard Schröder het boek Das Ende des Kanzlers verbieden. Het boek, waarin een boze drogist ‘kanselier Winzling' ombrengt, vormde een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de echte kanselier. Vier weken geleden is de speelfilm Rohtenburg door de Duitse rechter verboden. Armin Meiwes, ‘de kannibaal van Rotenburg', die in 2001 een man met diens toestemming slachtte en opat, vond dat de film zijn privacy schond. Het gerechtshof in Frankfurt was het met hem eens. Meiwes' advocaat liet daarna weten dat zijn cliënt ook stappen wilde ondernemen tegen de rockers van Rammstein, die over de kannibaal het lied ‘Mein Teil' schreven. ‘Heute treff' ich einen Herrn/ der hat mich zum Fressen gern/ Weiche Teile und auch harte/stehen auf der Speisekarte.'

Ook geplande ingrepen in het Duitse auteursrecht getuigen volgens Wittstock van een zorgwekkende ontwikkeling. Bedoeld om auteurs te beschermen tegen oneigenlijk gebruik van hun werk, zal de wetgeving een averechts gevolg hebben. Wie waagt zich aan een riskante enscenering van een theaterstuk, als de regisseur daarvoor een schadevergoeding kan eisen? Wittstock: ‘De vrijplaatsen van de kunst moeten niet alleen tegen opgehitste islamistische karikatuurvijanden beschermd worden, maar ook in eigen land.'

V.S. Naipaul Foto P.P. Marcou English writer and literature Nobel Prize 2001, Vidiadhar Surajprasad Naipaul poses during a photocall before a conference in Madrid, 27 May 2002. Vidiadhar Surajprasad Naipaul was born in 1932, near Port of Spain in Trinidad, in a family descended from Hindu immigrants from northern India. His father was a journalist. He went to England at the age of 18 to study at Oxford University, and has lived in England since then, devoting himself to writing. His work includes "The Mystic Masseur" (1957), his first work, a novel; "Miguel Street" (1959), short stories establishing Naipaul as a humorist; "A House for Mr. Biswas" (1961); "The Loss of El Dorado" (1969), a colonial history of Trinidad, and "Beyond Belief: Islamic Excursions among the Converted Peoples" (1998), a description of the eastern regions of Islamic world. AFP PHOTO Pierre-Philippe MARCOU AFP

VS Naipaul durft wel tegen zijn dode voorgangers

In een interview met het Britse tijdschrift Literary Review veegt VS Naipaul de vloer aan met dode grootheden van de Britse en Amerikaanse literatuur. Ernest Hemingway ‘was zo in beslag genomen door het Amerikaan-zijn, dat hij niet wist waar hij was', blaast Naipaul. Thomas Hardy kon geen fatsoenlijke alinea in elkaar draaien, Charles Dickens was een repeteerwekker en Henry James simpelweg ‘de slechtste schrijver op aarde.' Tijdens het lezen van Jane Austen werd hem duidelijk dat ook haar werk niks voor hem was: Ik dacht, hier zit ik dan, een volwassen man, te lezen over een verschrikkelijke, zouteloze vrouw en haar zogenaamde liefdesleven.' In een eerder interview met de Literary Review kregen ook EM Forster ('jongensverslinder') en James Joyce ('onbegrijpelijk') de volle laag. HG Wells, Mark Twain en Harold Pinter kunnen wél de goedkeuring wegdragen van de winnaar van de Nobelprijs voor de literatuur 2001 en de auteur van Een huis voor meneer Biswas.

Waarom de veelvuldig gelauwerde Naipaul de behoefte voelt om illustere voorgangers de mantel uit te vegen, vertelt het verhaal niet. Maar dat de in Trinidad geboren en in Oxford geschoolde schrijver wrokkig is, moge duidelijk zijn. ‘Engeland heeft mijn werk nooit erkend of gewaardeerd', mokt Naipaul. ‘Engelse literatuur is er voor Engeland, en niet bedoeld om ver over de grenzen heen te reiken.'

Het machtige netwerk van Bernard-Henri Lévy

De Franse uitgeverij Arènes beschuldigt zakenman en miljardair François Pinault van ‘zachte censuur'. Onderzoeksjournalisten Nicolas Beau (Le Canard Enchaîné) en Olivier Toscer (Le Nouvel Observateur) schreven samen een boek over de alomtegenwoordige intellectueel Bernard-Henri Lévy. Lévy is zo beroemd in Frankrijk dat hij zijn eigen acroniem heeft: ‘BHL'. Toscers en Beaus boek BHL, une imposture française (‘BHL, Frans bedrog') beschrijft het ‘mediafort' dat BHL voor zichzelf heeft gebouwd. Een machtig netwerk waarmee hij informatie over zichzelf in de media kan controleren. Uitgever Arènes merkte vervolgens dat het boek nauwelijks verkrijgbaar was bij megaboekenketen Fnac. Het boek was zelfs een tijd lang onvindbaar in de database van Fnacs webwinkel. In de gewone winkels stond het op de plank met filosofieboeken ‘tussen Arendt en Kant', aldus de uitgeverij. De reden voor deze obstructies: Fnac-eigenaar François Pinault zou niet blij zijn met de onthulling van een aantal schimmige zakelijke transacties tussen hem en zijn vriend BHL. Fnac ontkent in alle toonaarden: er was slechts sprake van een technisch mankement op de website. En boeken van en over BHL staan altijd tussen de filosofie.

Volgens de uitgeverij bevestigen twee anonieme bronnen in de top van Fnac, dat Pinault zich inderdaad wel eens actief opstelt in ‘de vertraging van de distributie' van een ongewenst boek. Vorig jaar bemoeide BHL zich nog zelf met zijn vijanden, zoals journalist Philippe Cohen ondervond toen zijn boek BHL verscheen en niemand meer met hem wilde praten. Tegenwoordig laat BHL de afrekening aan zijn netwerk over.