Van praten over de politiek komt vooral ruzie

De Basken zijn sceptisch over de wapenstilstand, want de ETA is een taaie kwestie.

“De mensen hier moeten leren respectvoor anderen te hebben.“

Een jongen staat voor een poster met foto’s van vermeende Baskische gevangenen. Eronder staat: „Politieke status, amnestie en vrijheid.” Foto AP A boy walks by a poster displaying pictures of alleged Basque prisoners and demanding in Basque language 'Political status now, amnesty and freedom' in Alsasua, Spain, Saturday, March. 25, 2006. ETA, blamed for more than 800 killings since launching a campaign for Basque independence in 1968, on Wednesday March 22, 2006, announced a permanent cease-fire that took effect midnight Thursday. (AP Photo/Daniel Ochoa de Olza) Associated Press

Heel Oiartzun stemt op Baskisch-nationalistische partijen. Op het stadhuis hangen de portretten van de zeven zonen van Oiartzun, ETA-leden die zuchten in Spaanse gevangenissen. Geen muur is zonder een poster met de eis van hun vrijlating of een vlag met nationalistische strijdleuzen. Hier bevindt zich de harde kern van de ETA-aanhang.

Wie de gewapende strijd niet steunt is een verrader. Zo werd de ex-wethouder van Sociale Zaken Joseba Errekalde vorig jaar gedwongen af te treden. Zijn vader zat ooit gevangen als ETA-activist, maar hij is zelf tegen het gebruik van geweld. Sinds zijn aftreden is er geen wethouder van sociale zaken meer in Oiartzun. Zijn illusies over de wapenstilstand zijn beperkt. “Hier in het dorp zijn er genoeg tegen het neerleggen van de wapens“, weet hij. “De mensen hier moeten leren respect voor anderen te hebben. Daar gaat een generatie overheen.“

Baskenland tempert zijn enthousiasme over de wapenstilstand. In de grote steden als Bilbao en San Sebastían wordt hardop gediscussieerd in de bars en op straat. Dat is nieuw voor een bevolking die heeft afgeleerd om in het openbaar haar mening te geven over politiek. Maar bij velen spookt nog het mislukken van de wapenstilstand in 1999 door het hoofd. Dat remt de verwachtingen.

Niet ver van Oiartzun ligt Lasarte, waar de socialistische burgemeester Ana Urcheguia al twintig jaar de scepter zwaait. Urcheguia ging door met de vergadering toen ze het nieuws van de wapenstilstand hoorde, zo vertelt ze in haar bewaakte werkkamer van het stadhuis. Geen gejuich, geen champagne. “Ik wil wel positief zijn, maar ik heb te veel bedenkingen“, zegt Urchegia.

Want ETA is een taaie kwestie. Vanaf 1968 vermoordde de beweging meer dan achthonderd veronderstelde tegenstanders, onder wie politici, intellectuelen of toevallige voorbijgangers. Vele duizenden raakten gewond, werden afgeperst of geterroriseerd door jeugdbendes in de zogenoemde “straatoorlog'.

Het geweld brak pas goed los in de jaren van de democratie. Terwijl Baskenland een grote mate van onafhankelijkheid kreeg, slaagde de ETA er niet in de Basken te overtuigen van zijn ideaal van een onafhankelijke Baskische staat. De ETA veranderde van een links-nationalistische bevrijdingsbeweging in een totalitaire terreurbeweging. Het geweld werd een doel op zich en “zelfbeschikkingsrecht' steeds meer een holle leus.

Burgemeester Urcheguia, die een groot aantal vrienden en collega's verloor, wordt al twintig jaar bewaakt door lijfwachten. Ook na de wapenstilstand die afgelopen vrijdag inging. “We weten niet wanneer de ETA zijn wapenstilstand mogelijk weer opzegt“, verklaart ze de bewaking. “Al die jaren met lijfwachten hebben me triest gemaakt, ik heb mijn optimisme verloren.“

De ETA-aanhang in Oiartzun onderstreept echter dat het dit keer menens is met de wapenstilstand. “Er bestaat een groot verlangen naar vrede“, vertelt Asun. Ze zit in de Herriko Taberna, de partijkroeg van de radicale nationalistische aanhang. Het zou al een hele stap zijn als de zeven gevangenen van Oiartzun worden verplaatst naar gevangenissen in de buurt van Baskenland, zegt ze. Nu zitten ze soms wel duizend kilometer ver weg. “Dat is tegen de wet“, zegt Asun. “Zal de regering misschien nog voor de zomer verplaatsingen doorvoeren? Ik moet het eerst nog zien.“

De ETA staat zwakker dan ooit, constateert Teo Uriarte (60), en dat schept hoop. Zelf werd hij als ETA-lid eind jaren '60 ter dood veroordeeld na de eerste ETA-moord. Na acht jaar gevangenisstraf kwam hij vrij, bij de amnestie na de dood van Franco in 1977. Hij zwoor de terreur af. Als actief lid van de Stichting voor de Vrijheid, die fel stelling neemt tegen het ETA-geweld, staat hij nu zelf al jaren op de dodenlijst.

Uriarte had liever gezien dat het politieoptreden de ETA op de knieën had gedwongen. De ETA is ontworpen als vechtmachine, zegt hij. “Ze weten niets van democratisch overleg.“ De regering Zapatero beweert het tegendeel. Maar Uriarte vreest dat er uiteindelijk concessies aan de ETA gedaan worden. Hij is niet de enige in Baskenland. De terreur zou zo alsnog worden beloond.

In de jaren dat Uriarte met twee lijfwachten door Bilbao liep, durfden vrienden en bekenden hem niet eens te groeten. De lijfwachten zijn er nog steeds. “Maar na de wapenstilstand was het opeens “Ha, die Teo' en “Gefeliciteerd, Teo'.“ Na de zesde keer begon hem dat geweldig te ergeren. Alsof hij dankbaar moest zijn voor het einde van de terreur. “Het probleem in ons land is dat wij latino's er nog steeds niet van doordrongen zijn dat de rechtsstaat het geweldsmonopolie heeft“, zegt Uriarte. “We moeten vrede zien te bereiken. Maar de grote vraag wordt: hoe dat kan zonder onze vrijheden te beperken.“