Vaccin tegen vogelgriep werkt maar matig

De werking van het eerste vaccin tegen een variant van de H5N1-vogelgriep valt tegen. In een test onder 451 proefpersonen met een zeer hoge dosering ontwikkelde slechts de helft voldoende afweerstoffen. De resultaten verschenen gisteren in het medisch-wetenschappelijke tijdschrift The New England Journal of Medicine.

Het vaccin is wel veilig: er waren weinig bijwerkingen. Het betekent dat mensen nu ingeënt kunnen worden tegen de vogelgriep, maar dat dat geen panacee is. Bovendien is het door de hoge dosering moeilijker en duurder dan verwacht om voldoende vaccin te produceren.

Het vaccin is ontwikkeld door het Franse farmaceutisch bedrijf Sanofi-Aventis. De proeven zijn in de eerste helft van 2005 gedaan. Inmiddelslopen tientallen studies naar nieuwe vogelgriepvaccins (van meerderebedrijven en in diverse samenstellingen), maar de resultaten van Sanofi-Aventis zijn de eerste die gepubliceerd zijn.

Vijf instituten in de VS voerden de tests uit met geld van de Amerikaanse overheid. Vorig jaar werden resultaten al in het kort door de onderzoekers bekendgemaakt. Destijds leken die gunstiger. “We hebben een vaccin“, zei de onderzoeksleider toen.

Of het vaccin werkt bij een toekomstige grieppandemie moet nog blijken. Het vaccin is gebaseerd op een H5N1-virus dat in 2004 uit een patiënt in Vietnam is geïsoleerd. Hoe meer het virus muteert voordat er een pandemisch virus ontstaat, des te slechter werkt het vaccin. Nu al bestaat een tweede, “Indonesische' groep H5N1-virussen waartegen de Vietnam-vaccins waarschijnlijk maar matig effectief zijn.

De Nederlandse overheid heeft een contract gesloten met een ander internationaal farmabedrijf: Solvay Pharmaceuticals, waarvan de vaccinfabriek in Weesp staat. Nederland boekte bij Solvay productiecapaciteit voor 16 miljoen doses zodra een pandemie uitbreekt.

Solvay ontwikkelt een eigen H5N1-vaccin, maar is nog niet begonnen met testen op mensen.