Stalinistisch monster (x 2)

Architectuur is niet anders dan andere moderne kunsten: originaliteit wordt hogelijk op prijs gesteld. Daarom valt het des te meer op als gebouwen op elkaar lijken. Vandaag, als eerste deel van een serie, de Belle van Zuylen.

Als het om originaliteit gaat, is architectuur een echte kunst: ook in de bouwkunst rust een taboe op kopiëren. Het gaat hier om een vrij recent fenomeen. Eeuwenlang was het kopiëren in de architectuur geen zonde, maar juist een compliment. Renaissance-architecten bijvoorbeeld kopieerden onbekommerd en zonder enig schuldgevoel kapitelen en andere onderdelen uit de Romeinse bouwkunst van zo'n 1400 jaar eerder. Ze beschouwden het als een ode aan de onovertroffen Romeinse bouwkunst.

Maar sinds het einde van de achttiende eeuw werd het in de architectuur steeds belangrijker om origineel te zijn. Toch deden architecten elkaar tot ver in de vorige eeuw zelden of nooit processen aan als ze sterke gelijkenissen tussen een gebouw en een eerdere schepping van henzelf zagen. Zo is de Duitse architect Ludwig Mies van der Rohe nooit een rechtszaak wegens plagiaat begonnen, als een collega ergens op de wereld weer een wolkenkrabber van staal en glas had neergezet die sprekend leek op zijn Seagram Building in New York uit 1958. Mies van der Rohe hechtte niet aan originialiteit: ‘Ik wil niet origineel zijn, maar goed’, is een van zijn beroemde uitspraken.

Tegenwoordig gaan architecten regelmatig naar de rechter als ze vinden dat gebouwen of ontwerpen bijna hetzelfde zijn. Een geruchtmakend geval was het proces dat een Brit negen jaar geleden aanspande tegen zijn ex-werkgever Rem Koolhaas, omdat hij meende dat diens Kunsthal in Rotterdam uit 1992 sprekend leek op een ontwerp van hem. De Britse rechter beoordeelde de beschuldiging als ‘pure fantasie'.

Serieuzer was het kort geding dat het architectenbureau Zwart & Jansma vorig jaar aanspande tegen onder anderen Holland Railconsult, omdat een door laatstgenoemde ontworpen brug in Zoetermeer veel weg had van een ontwerp van Zwart & Jansma. De rechter gaf te kennen dat de bruggen inderdaad grote overeenkomsten vertoonden, maar vond dat deskundigen zich er in een bodemprocedure nog maar over moesten buigen.

Misschien zwakt de cultus van de originaliteit nu een beetje af door de opkomst van het neotraditionalisme in de Nederlandse architectuur. Neo-traditionalisten zoeken immers bewust aansluiting bij het verleden en zijn niet afkerig van gebouwen die bekend voorkomen. Maar de rest van de architecten ziet originaliteit nog altijd als een morele plicht. Daarom is het des te opvallender als hun gebouwen en ontwerpen sprekend op elkaar lijken.

Zo kwam het ontwerp voor de Belle van Zuylen-toren, dat een paar maanden geleden werd gepresenteerd, velen vaag bekend voor. De 262 meter hoge toren, die, als alles doorgaat, in de Utrechtse Vinex-wijk Leidsche Rijn moet komen, is een soort reuzenboom. In deze krant werd de toren vergeleken met een monument uit Saddam Husseins Irak. Zo'n monument bestaat niet, maar de vergelijking komt wel in de buurt van wat de Belle van Zuylen werkelijk is. De door Pi de Bruijn van de Architecten Cie. ontworpen toren is namelijk een vergroting van een monument in een ander Arabisch land: Algerije. De treffende gelijkenis tussen de twee ontwerpen, waarvan Pi de Bruijn overigens vermoedelijk geen flauw benul had, werd opgemerkt door Geke Linder uit Amsterdam. Zij piekerde zich eind januari dagenlang suf over de vraag waarom de Belle van Zuylen haar zo bekend voorkwam. Plotseling wist ze het: ze kende het ontwerp van een ansichtkaart van het bevrijdingsmonument even buiten Algiers die ze in 1983 had gekocht. ‘Zo'n stalinistisch monster, duidelijk bedoeld om mensen te imponeren’, schreef ze in een briefje aan NRC Handelsblad. ‘Terzijde: Laide van Zuylen zou een betere naam zijn.’