Schatgraven

Veilingmeester Peter Trommelen deed een verrassende ontdekking: hij vond een indrukwekkende verzameling etsen van Rembrandt, Lucas van Leyden en Goltzius. Hoe komt een veilingmeester aan zijn spullen? ‘Er wordt om gevochten.’

Directeur Peter Trommelen van veilinghuis De Eland foto Leo van Velzen Diemen, 22/03/06. Veilinghuis De Eland ,interieur overzicht en details. Directeur P. Trommelen. Foto Leo van Velzen NRC.HB. Velzen, Leo van

‘Vroeg of laat heeft iedereen met een boedelverdeling te maken’, zegt veilingmeester Jan Pieter Glerum van Glerum Auctioneers in Amsterdam. ‘Boedels vormen het hart van het veilingwezen, ondanks de vaak tragische omstandigheden. Er zijn drie redenen om bezit van de hand te doen. De Engelsen noemen het de drie D's, Death, Divorce, Debt.’

Bij dood, scheiding of schuld krijgt een veilinghuis een telefoontje. Een huis is volgeladen met spullen, de nalatenschap moet verdeeld worden en het huis bezemschoon opgeleverd. Dat is een ingewikkelde opdracht, niet alleen organisatorisch, maar ook emotioneel. De financiële afwikkeling doorkruist de rouw van eventuele nabestaanden. Ook aan een faillissement (‘debt') zijn gevoelens verbonden.

Boedelhuizen stellen de veilingmeester en taxateur voor verrassingen, en dit aspect lenigt de emotionele last. Het is een sensatie in een boedel kostbaarheden te ontdekken. Kinderen of kleinkinderen weten vaak niet welke rijkdom schuilgaat in een kast of op zolder van ouders of grootouders.

Kunst- en antiekveilingen als Glerum, Sotheby's Amsterdam, Christie's Amsterdam en Van Stockum's Veilingen in Den Haag zijn naarstig op jacht naar boedels, waarin zich opwindend kostbare objecten bevinden. Jop Ubbens, chairman van Christie's, zegt: ‘Boedels naspeuren en waarderen is als schatgraven. Je wordt gevraagd voor een schilderij en krijgt een ongelooflijke vaas in ogenschouw.’ Glerum voegt eraan toe: ‘Rondom boedels en veilinghuizen hangt een sexy sfeer, iets van glamour. Om kostbare collecties wordt gevochten. Jaren geleden was het gewoon dat er een grote boedel kwam uit het noorden of oosten van het land. Dan arriveerden honderdvijftig kratten, bekleed met houtwol, vol schilderijen, zilver, porselein. Alles waardevol. Die tijd is voorbij.’

Bedrijven als Christie's en Sotheby's houden de drempel welbewust hoog. Zij veilen niet onder een limiet van duizend euro. Dat geldt niet voor het oudste, grootste veilinghuis van Nederland dat opereert onder de welluidende naam De Eland De Zon Loth Gijselman Van Gendt Book Auctions in Diemen. Dit huis, onder leiding van Peter J.C. Trommelen, begon als rommelveiling De Eland aan de Amsterdamse Elandsgracht en dateert uit 1913. In 1997 nam Trommelen twee andere huizen over, De Zon en Loth Gijselman van 1796. Vervolgens kwam in 2005 het respectabele Van Gendt Book Auctions (1831) erbij. Van het kleinste tinnen lepeltje tot het duurste boek of ameublement valt alles sindsdien onder één beheer.

Onlangs deed Trommelen, register-veilingmeester en taxateur, een waardevolle vondst. In zijn stem klinkt nog enthousiasme: ‘Het bejaardenhuis belde, een bewoner was overleden. Deze man, tijdens zijn leven een kinderarts uit de omgeving van Arnhem, was een verwoed verzamelaar van grafiek. In een ladenkast vonden we tientallen etsen, houtsneden en tekeningen van de grootste Hollandse en buitenlandse meesters. Van zo'n ontdekking kun je alleen dromen: vijf originele etsen van Rembrandt en voorts werk van Lucas van Leyden, Marius Bauer, Willem Witsen, Albrecht Dürer, Cranach de Oudere en ook Paul Cézanne, August Renoir en Odillon Redon. De geschatte waarde van de collectie-Knegtel bedraagt zo'n vier, vijf ton. Bovendien komt tegelijkertijd een omvangrijke Rembrandt-bibliotheek onder de hamer.’

Obsessie

Tijdens het analyseren en catalogiseren van de verzameling ontstaat een beeld van Knegtel. Trommelen: ‘Hij was obsessief en streefde naar volledigheid, zoals elke verzamelaar. Elke dag liet hij de etsen door zijn handen gaan. Voor veel verzamelaars is het een angstbeeld dat na hun dood hun collectie uiteenvalt. Maar daar kun je tegenin brengen dat een verzameling nu een tweede leven gaat leiden bij nieuwe liefhebbers.’

De laatste tijd stellen veilinghuizen zich steeds wervender op. Het wachten op een boedeltelefoontje uit het land is voorbij. Via internet vindt er een actieve wisselwerking plaats tussen veilinghuis en particulieren. Peter Trommelen, Jan Pieter Glerum, Jop Ubbens en Jan Wolter van den Berg van Sotheby's gaan langs bij de mensen. Een expert verbonden aan een veilinghuis heeft meerdere taken. Als taxateur beoordeelt hij een collectie ten gunste van de verzekering. Bij een zogeheten ‘sterfhuis-constructie' schatten zij de boedel, zowel in verband met nabestaanden als met successierechten. Ook hebben veilinghuizen klanten geholpen met het samenstellen van een collectie, soms over een tijdsspanne van dertig jaar. Van den Berg van Sotheby's: ‘Dankzij dienstverlenend taxeren verkrijgt een huis naamsbekendheid. In tegenstelling tot vroeger zijn de mensen uitstekend geïnformeerd. Ze zoeken naar een schilderij of antiek object op internet en vinden daarvan de waarde. De transparantie neemt toe met als nadeel dat het unieke is verdwenen.’

Volgens Glerum, enkele jaren presentator van het televisieprogramma Eenmaal, andermaal, is de drempel verlaagd: ‘Een veilingzaal is niet langer een plek waar ingewijden op geheime wijze bijeenkomen. Ook jonge mensen weten de weg te vinden.’ Zij kopen niet zozeer de kostbare stukken van duizenden euro's of meer, ze zijn vooral geïnteresseerd in het segment van de markt dat De Eland De Zon Loth Gijselman bedient.

De betrokken huizen bevestigen dat trends in de kunstwereld zich het sterkst aftekenen bij veilingen. Zo mag figuratieve kunst zich verheugen in toenemende belangstelling terwijl hedendaags-abstract diep is gekelderd. Art deco daarentegen is ‘in'.

Veilingmeester Trommelen van De Eland De Zon Loth Gijselman heeft in de loop van dertig jaar dat hij werkzaam is talloze huizen bezocht, emoties van nabestaanden meegemaakt, persoonlijke drama's beleefd. Gemiddeld veilt hij zes- à zeven- tot tienduizend kavels of lotnummers per keer. Toch stelt de acquisitie zelfs de meest geoefende veilinghouder voor problemen. Het is waar wat Glerum zegt: ‘Er wordt om gevochten.’ Om de vinger aan de pols te houden, organiseert Glerum elke eerste donderdag van de maand taxatiedagen in Panorama Mesdag, Den Haag. Experts van het huis beoordelen vrijblijvend kunstvoorwerpen. De kijkdagen bij De Eland zijn uitnodigend met catering, een glas wijn, concerten.

Het is boeiend te weten hoe spullen op een kijkdag terechtkomen. Op een ochtend ontvangt Trommelen een telefoontje uit Uithoorn. Een mevrouw van Duitse afkomst is overleden en haar broer is net gearriveerd. Over twee dagen moet het huis schoon zijn. Mevrouw bezit een interessante bibliotheek met het verzameld werk van Goethe en Schiller, en tal van zeventiende-eeuwse boeken. Voorts een collectie schilderijen in de stijl van de Franse impressionist Monet en tafelzilver. Ook meubilair in empire-stijl en Henry II. Voor de veilinghouder klinkt het aantrekkelijk: kunst, zilver, boeken, meubilair. En altijd schemert de verwachting: wie weet duikt een groots kunstwerk op.

In tegenstelling tot goederen die de mensen zelf brengen, maakt een boedelveiling gevoelens los. Op verzoek van de nabestaanden krijgt de taxateur het verzoek het roerende goed uit het huis van de overledene af te handelen. Hij kiest uit wat geschikt is voor de veiling. Vervolgens gaat de partij die geen waarde heeft naar de kringloopwinkel of in het ergste geval naar de vuilstort.

De Duitse broer van mevrouw Uithoorn, zoals Trommelen haar gemakshalve noemt, kijkt somber. Dat het niet alleen vanwege de rouw is, blijkt later. In één oogopslag waardeert Trommelen het interieur. Het schilderij in de stijl van Monet is namaak. De kasten zijn nieuw gemaakt in oude stijl. Hij haalt er een lade uit en laat zien dat het spaanplaat is. Het andere schilderij met een bloemstilleven komt van de eerste de beste rommelmarkt.

Op een taxatie-formulier noteert Trommelen de waarde van de boedel, die betrekkelijk gering is. Helaas. Al pratend met de broer komt de waarheid aan het licht. Mevrouw bezit geen koophuis van twee ton maar een huurhuis. Er is geen enkele erfenis, alleen schuld. Op de bank staat geen cent. De broer is met een leugen geconfronteerd.

‘Iemand laat een valse belofte achter en leefde in een huis vol namaakkunst’, zegt Trommelen. ‘Kom je uit Duitsland en verwacht je fors geld, blijk je opgelicht te zijn. Je kunt gissen naar de band tussen broer en zus.’

Al heeft Trommelen zoiets niet eerder meegemaakt, hij is bekend met alles wat zich rondom dood en nalatenschap afspeelt: ‘Er is altijd een emotionele en een rationele waarde. Mensen geloven in illusies. Jarenlang heeft er bijvoorbeeld een schilderij in huis gehangen dat lijkt op een Van Gogh. Maar voor nabestaanden is het opeens een echte Van Gogh. Ik stel vaak de vraag: ‘Wat gebeurt er na uw dood?' Bijna niemand heeft dat goed geregeld. Tachtig procent van de testamenten deugt niet. Bij sterfgevallen laaien de gevoelens hoog op. Ik breng dan de noodzakelijke nuchterheid. Daarom moet je voor je dood, als je de regie nog in handen hebt, alles regelen. Welk kind wil wat hebben? De een het schilderij van Isaac Israëls, de ander de Biedermeier-kast en de derde het Amsterdams staand horloge uit 1768.’

Vensterbank

Glerum, Sotheby's, Christie's en De Eland doen wonderlijke ontdekkingen, elke dag weer. Zij taxeren door heel Nederland. Christie's houdt taxatiedagen in het land. Ubbens: ‘Mensen vegen hun vensterbank leeg en komen met tassen vol aan. Rondom kunst hangt de sfeer van mystiek, van een mysterie. Dat komt doordat in een veilinghuis soms exorbitante bedragen voor een object worden betaald. Daarop staart men zich blind.’ Jan Pieter Glerum heeft het er graag voor over om naar Maastricht af te reizen als hem daar een Breitner wordt beloofd, maar ‘als die vals blijkt te zijn, dan word ik voor mijn hebzucht gestraft. Helaas is het niet uitzonderlijk dat mensen valse kunst voor echt wensen te slijten.’ Ook de andere veilinghuizen krijgen te maken met deze deceptie. Ubbens: ‘Je moet voorzichtig zijn en niet meteen een beschuldigende vinger uitsteken.’

In het Gooi, Wassenaar, Aerdenhout, Haren bij Groningen en in de plaatsen langs de Veluwezoom heb je de rijkste boedels. Toch zegt het niet alles of een veilingmeester een eenvoudig huis bezoekt of een villa. Op een zeer gewone etage trof Trommelen eens een kostbare schilderijencollectie aan uit de nalatenschap van Albert Neuhuys, de schepper van romantisch-idyllische taferelen uit de Larense School. Of die ene keer dat hij een reeks unica vond van glaskunstenaar Copier. Maar ook trof hij een kast aan vol SS-uniformen en staalhelmen, om van andere verrassingen te zwijgen. Een boedelveiler heeft ook zijn ethiek. Het leven van de eigenaar is weliswaar afgesloten, maar er zijn nabestaanden die in bescherming genomen moeten worden.

De veilinghuizen begeleiden de kunstvoorwerpen vanaf de eerste aanblik tot hamerslag. Voorafgaand aan de veiling zijn er de kijkdagen. Deze krijgen de laatste jaren in Nederland steeds meer bezoekers. Bij De Eland zo'n tienduizend, verdeeld over drie dagen. Ook andere huizen trekken veel bekijks. Het zijn de boeiendste ervaringen in de kunstwereld. Het is net of je door verschillende musea tegelijk loopt. Christie's noemt de kijkdag een ‘museumervaring'. Je treft bijna alles aan wat de mens door de eeuwen heen heeft gemaakt aan meubilair, juwelen, boeken, schilderijen, klokken, lampen, schildpaddoosjes, avondtasjes voor dames met kralen, Indische krissen, schoorsteenpendules, scarabeeën, atlassen, speelgoed. Kijk eens in een veilingcatalogus en sta versteld.

‘Mensen zijn trouw aan een veilinghuis’, zegt Trommelen. ‘Als een vader of moeder bij De Zon of Van Gendt Boekenveiling kocht, komen de kinderen terug. Zo zie ik na jaren voorwerpen voor de tweede, derde keer. Als veilingmeester bezoek ik andere veilingen. Je wilt op de hoogte blijven van mechanismen in de markt. Je moet beschikken over een seismografisch gevoel.’

De grootste angst van een veilinghuis is een vals object aanbieden. Een telefoontje van een man uit Schiedam wekte hoge verwachtingen bij De Eland. Hij zou eerder een Manet verkocht hebben op een serieuze veiling. Bij aankomst blijkt alles nep en vals. De man wijst op een landschapje dat een ‘echte Van Gogh' moet voorstellen uit ‘zijn Engelse periode'. Ernaast hangt een Frans Hals, verderop een Vermeer. Natuurlijk het meisje met de parel. Alles op onrustbarende wijze vals. De schilderijen zijn rechtstreeks van de straat of uit de kringloopwinkel.

Ontgoocheld rijdt de veilingmeester terug. Hij zegt: ‘Het is diep treurig dat er mensen zijn die welbewust en zonder schaamte vals werk aanbieden. Dat mensen in de illusie leven dat een stuk straatvuil kunst zou kunnen zijn met een reusachtige waarde.’

Trommelen verheugt zich op de aanstaande veiling van de Rembrandts, de Lucas van Leyden en Willem Witsen. Nog even zijn het ‘zijn' Hollandse meesters. Hij verwacht behalve museumdirecteuren en verzamelaars ook belangstelling uit het buitenland. Daarna gaat hij ze een voor een afslaan met de houten hamer.

Veilinghuis De Eland De Zon Loth Gijselman Van Gendt Book Auctions, Weesperstraat 110, Diemen-Amsterdam. Kijkdagen: 30/3 t/m 2/4. Veilingen vanaf 2/4. Inl.: www.deeland.nl; 020-6230343. Overige websites: www.christies.nl; www.sothebys.com; www.glerum.nl