Rondspoken in Berlijn

In het Europa van de jaren twintig vertegenwoordigde Berlijn een gevoel van vrijheid en opgewektheid, zelfs al werd het geteisterd door inflatie, hoge werkloosheid en rellen; het was de mythische stad van Christopher Isherwood (Goodbye to Berlin) die na een bloeiperiode van nog geen vijftien jaar door de nazi's en de Tweede Wereldoorlog vernietigd werd. Na de val van de Muur, in 1989, is Berlijn opnieuw een magneet geworden. Voor creatieve pioniers, kunstenaars en schrijvers, diplomaten en startende ondernemers. Dit heeft een reeks interessante boeken opgeleverd.

Een daarvan is Boze geesten van Berlijn van Philippe Remarque, die tot 2005 correspondent voor de Volkskrant was in de Duitse hoofdstad. Voor zijn vertrek had Remarque zijn broer nog wel beloofd niet eindeloos over het nazi-verleden te schrijven. Maar alleen al uit de titel van het boek blijkt, dat Remarque niet loskwam van de spoken uit het verleden.

Geïnspireerd door de aanpak van Armando, die in de jaren tachtig Berlijnse bejaarden bijna dwangmatig naar hun oorlogstijd vroeg, zoekt Remarque de ‘Armando-oudjes' op. De oud SS'er, Rochus Misch, die in zijn jonge jaren als telefonist, koerier en bewaker deel uitmaakte van Hitlers naaste entourage. De nazaat van de joodse familie Wertheim, die het majestueuze warenhuis aan de Leipziger Strasse bezaten. Maar ook de voormalige Stasi-generaal uit de voormalige DDR, die even verderop aan de Leipziger Strasse nog gewoon in een van de appartementen woont waar destijds alleen de bevoorrechte communisten huisden.

Het is jammer dat het nieuwe Berlijn slechts minimaal aan bod komt. Remarque maakt weliswaar uitstapjes naar de Karl-Marx-Allee, de voorleespodia in de rokerige kelders van het hippe Mitte en de tafeltennisfeestjes van dr. Pong; maar de wereld van de creatieve pioniers, de jonge architecten, IT- ondernemers, acteurs, filmers en schrijvers laat hij links liggen. Het verrassendste hoofdstuk is ‘Charlottengrad revisited', waarin de correspondent onderduikt in de Russische gemeenschap in Berlijn. De stad herbergt veel immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie, die gevlucht waren voor revolutie en burgeroorlog. Na de hereniging werden opnieuw veel migranten uit het Oosten toegelaten, vooral joden en etnische Duitsers. De rijke Russen zijn neergestreken in dezelfde buurten van Berlijn als die van begin jaren twintig, toen men sprak van Petersburg aan de Wittenbergplatz of Charlottengrad.

Remarque, die vóór zijn tijd in Berlijn correspondent was in Moskou, spreekt ze overal aan. In Tiergarten ontmoet hij een grote Russische familie, die afkomstig is van de Wolga-Duitsers en die nog door Stalin naar Kazachstan en Siberië was gedeporteerd. Zijn joodse schoenmaker in Charlottenburg komt uit het straatarme Odessa en geniet met zijn mamotsjka van de royale Duitse verzorgingsstaat. Hij bezoekt Kaffee Burger aan de Torstrasse waar schrijver en dj Wladimir Kaminer Berlijn veroverde met zijn ‘Russendisko', Russische rockmuziek uit de jaren zeventig die in de toenmalige Sovjet-Unie verboden was. En de joods-Russische schrijfster Anna Sochrina vertelt de correspondent dat de Russen in Duitsland royaal zijn opgevangen, maar dat de Duitse en Russische ziel wel erg van elkaar verschillen.

In zijn beschrijvingen van deze Russische Berlijners is Remarque op zijn best, omdat hij daarin de nieuwe Berlijners tot leven wekt en daarmee een belangrijke nerf raakt van de stad die bij uitstek oost en west in Europa verenigt.