Rondspoken in Berlijn

Na de val van de Muur, in 1989, is Berlijn een magneet geworden voor creatieve pioniers, kunstenaars en schrijvers, diplomaten en startende ondernemers. Dit heeft een reeks interessante boeken opgeleverd.

Een daarvan is Boze geesten van Berlijn van Philippe Remarque, die tot 2005 correspondent voor de Volkskrant was in de Duitse hoofdstad. Voor zijn vertrek had Remarque zijn broer nog beloofd niet eindeloos over het nazi-verleden te schrijven. Maar alleen al uit de titel van het boek blijkt dat Remarque niet loskwam van de spoken uit het verleden.

Geïnspireerd door de aanpak van Armando, die in de jaren tachtig Berlijnse bejaarden bijna dwangmatig naar hun oorlogstijd vroeg, zoekt Remarque de “Armando-oudjes' op. De oud SS'er, Rochus Misch, die in zijn jonge jaren als telefonist, koerier en bewaker deel uitmaakte van Hitlers naaste entourage. De nazaat van de joodse familie Wertheim, die het majestueuze warenhuis aan de Leipziger Strasse bezaten. Maar ook de voormalige Stasi-generaal uit de voormalige DDR, die even verderop aan de Leipziger Strasse nog gewoon in een van de appartementen woont waar destijds alleen de bevoorrechte communisten huisden.

Het is jammer dat het nieuwe Berlijn slechts minimaal aan bod komt. Remarque maakt weliswaar uitstapjes naar de Karl-Marx-Allee, de voorleespodia in de rokerige kelders van het hippe Mitte en de tafeltennisfeestjes van dr. Pong; maar de wereld van de creatieve pioniers, de jonge architecten, IT- ondernemers, acteurs en schrijvers laat hij links liggen. Het verrassendste hoofdstuk is “Charlottengrad revisited', waarin de correspondent onderduikt in de Russische gemeenschap in Berlijn. De stad herbergt veel immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie. Na de hereniging werden opnieuw veel migranten uit het Oosten toegelaten, vooral joden en etnische Duitsers. De rijke Russen zijn neergestreken in dezelfde buurten van Berlijn als die van begin jaren twintig.

Remarque, die vóór zijn tijd in Berlijn correspondent was in Moskou, spreekt ze overal aan. In Tiergarten ontmoet hij een grote Russische familie, die afkomstig is van de Wolga-Duitsers en die nog door Stalin naar Kazachstan en Siberië was gedeporteerd. Zijn joodse schoenmaker in Charlottenburg komt uit het straatarme Odessa en geniet met zijn mamotsjka van de royale Duitse verzorgingsstaat. In zijn beschrijvingen van deze Russische Berlijners is Remarque op zijn best, omdat hij daarin de nieuwe Berlijners tot leven wekt en daarmee een belangrijke nerf raakt van de stad die bij uitstek oost en west in Europa verenigt.