Rapport over Ahold cadeautje voor het OM

Een onderzoek in opdracht van de Ondernemingskamer bevestigt het belastende beeld van de voormalige Ahold-top, die nu voor de rechter staat. Het openbaar ministerie kan er zijn voordeel mee doen.

Rotterdam, 31 maart. - In de strafzaak tegen de voormalige Ahold-top stijgt de spanning. Het openbaar ministerie (OM) komt dinsdag met zijn strafeisen. Gistermiddag publiceerden drie onafhankelijke onderzoekers hun uitgebreide rapportage over de boekhoudfraude bij Ahold, die zij in opdracht van de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof maakten.

Toeval of niet, de inhoud van de rapportage lijkt als welkom weekendcadeautje voor het OM te komen. De onderzoekers geven op een aantal cruciale punten belastende informatie over de verdachten die de officier van justitie dinsdag goed kan gebruiken in zijn requisitoir.

Zo oordelen de onderzoekers hard over voormalig bestuursvoorzitter Cees van der Hoeven en ex-financieel directeur Michiel Meurs. Aspecten die de afgelopen weken in de strafzaak nog wat vaag bleven, komen door het nieuwe rapport scherper in beeld.

Kern van de zaak blijft het al dan niet terecht meetellen van de omzet (consolideren) van een aantal buitenlandse samenwerkingsverbanden in Aholds boeken. Het Zaanse concern moest formeel de baas zijn om dat te mogen en liet hiervoor zogeheten control letters opmaken die dat bevestigden.

Dat gebeurde omdat de accountant dat eiste. Anders kon er niet geconsolideerd worden. Maar om geen ruzie met de buitenlandse partners te krijgen, maakte Ahold ook nog geheim gehouden side letters. Die weerspraken juist de inhoud van de eerdere control letters. Zo was iedereen tevreden: de partners hadden zwart op wit dat Ahold geen volledige zeggenschap had en Ahold kon alle omzetten meetellen.

Van der Hoeven, bleek eerder, tekende één van die gewraakte side letters, in Brazilië. Hij kan zich daar niets meer van herinneren. Maar de onderzoekers van de Ondernemingskamer vinden dit niet overtuigend. Ze constateren dat ‘degene die de side letters tekenden met het bestaan en de inhoud ervan bekend moeten worden verondersteld’. Over de ex-topman schrijven ze ook dat ze zich niet kunnen voorstellen ‘dat een ervaren bestuursvoorzitter als Van der Hoeven, wanneer hij gevraagd wordt een tweeregelige brief te tekenen, die twee regels niet leest’.

In de zomer van 2002 kwam er nóg zo'n geheime side letter boven water (in de gezamenlijke onderneming met het Scandinavische ICA). De onderzoekers verbazen zich erover dat de gedachte aan de Braziliaanse brief toen ‘niet bij Van der Hoeven is teruggekomen’.

Dat de beruchte side letters zo lang geheim werden gehouden, is de verantwoordelijkheid van Meurs geweest, constateren de onderzoekers. Maar over de rol van Van der Hoeven is het rapport kritisch: ‘Als Van der Hoeven het bestaan ervan al niet eerder wist of vermoedde, dan is hij vanaf 16 november 2002 niet alleen medeverantwoordelijk, maar zelfs primair verantwoordelijk voor het achterhouden van deze wetenschap.’ [Vervolg AHOLD: pagina 11]

AHOLD

‘Raadsel dat Meurs zo verblind was'

[Vervolg van pagina 1] In het rapport wordt een beeld geschetst van het toenmalige supermarktconcern, waar de aandacht van de raad van bestuur voornamelijk lag ‘op het terrein van acquisities en groei en in veel mindere mate bij de beheersing van de organisatie’.

Met name voormalig financieel bestuurder Meurs moet het ontgelden. Hij hield zich meer bezig ‘met de financiering van de uitbreiding van het concern dan met de controlling-aspecten van zijn werk’. Bovendien noemen de onderzoekers het ‘een raadsel hoe Meurs, van wie velen de integriteit noemden, zo verblind in zijn oordeelsvorming is geweest dat hij het idee van de side letters accepteerde en de side letters vervolgens verborgen heeft gehouden’.

Dat lijken steuntjes in de rug voor het OM. Justitie moet dinsdag strafbare feiten, zoals valsheid in geschrifte, bewijzen, maar zal ongetwijfeld ook het ‘feitelijk leidinggeven' en de verantwoordelijkheid van de oud Ahold-top willen onderstrepen.

Het rapport van de Ondernemingskamer kostte 1,3 miljoen euro en werd betaald door Ahold. De onderzoekers legden drie aspecten van het boekhoudschandaal onder de loep: de problematiek rond de consolidatie van gezamenlijke ondernemingen, het toezicht bij de Amerikaanse dochter US Foodservice (waar werd gerommeld met inkoopkortingen) en het toezicht op de verschillende werkmaatschappijen van het Ahold-concern.

De problemen rond de side letters en de consolidatiekwestie waren volgens de onderzoekers vooral een illustratie van de handelwijze van de Ahold-top. Ze zeggen niet zo veel over de algemene gang van zaken binnen de onderneming.

Dat ligt anders bij de fraude bij US Foodservice, waar niet alle conrolesystemen even goed hebben gefunctioneerd. Maar ook daar schoot toch vooral het toezicht van de voormalige raad van bestuur tekort, aldus het rapport.

Met het uitvoerige werk van de onderzoekers (F. Cremers, S. Hepkema en H. Neeleman) is, samen met het dossier van het OM en de resultaten van de inhoudelijke behandeling op de zitting, het verhaal van de rol van de ex-Ahold top in het boekhoudschandaal grotendeels verteld. Het wachten is nu nog op de strafeisen en de visie van de verdediging. Op 22 mei doet de rechtbank uitspraak.

www.nrc.nl/economie: weblog vanuit de rechtszaal

www.nrc.nl/dossiers:dossier Ahold

    • Joost Oranje en Jeroen Wester