Politiek theater

Groot nieuws in Noorwegen: de politieke carrière van de Zweedse minister van Buitenlandse Zaken is gebroken. Bewindsvrouw Laila Freivalds trad vorige week af wegens misstappen in de Deense cartoonkwestie. De kranten in de kiosken staan er vol mee. Nieuws op de voorpagina. Foto's. Aan de leestafel in het befaamde café van het Grand Hotel aan de Karl Johansgate klinken heftige gesprekken. De edities liggen opengeslagen.

Sociaal-democrate Freivalds heeft gelogen. Op haar gezag sloot een ambtenaar van haar ministerie de website van een extreem-rechtse partij, waarop de omstreden Mohammed-cartoons staan afgebeeld. Deze zouden ‘de belangen van Zweden schaden'.

Die uitspraak leidt tot Noorse verontwaardiging: besluiten wat schadelijk voor Zweden is, is een teken van arrogantie. De bron van de cartoons ligt in de Deense pers.

Ik spreek een medewerkster van de Britse krant The Sunday Times. Ze maakt haastig aantekeningen en belt met haar redactie. We staan bij een krantenstalletje op Karl Johans, de bomenrijke promenade in het hart van de stad. Ook de correspondent uit Denemarken schrijft haastig zijn notitieblok vol en informeert bij de balie van het hotel naar internetverbinding met Kopenhagen.

We zijn hier ter gelegenheid van de viering van de honderdste sterfdag van Henrik Ibsen, aan wie Noorwegen een buitensporig festival wijdt met uitvoeringen van Peer Gynt of Nora in zo ongeveer elke fjord of vereenzaamd huis aan een fjord. Maar de toneelschrijver raakt door het nieuws op de achtergrond.

De cartoonkwestie leeft in de noordelijke landen beduidend meer dan elders. Een afgevaardigde van de toneelredactie van het Franse L'Express spreekt moeizaam Engels, en is niet bijster onder de indruk. Hetzelfde geldt voor de journaliste uit Moskou, vanochtend gehuld in een bontjas van lynx. Zij is vooral gekomen voor Ibsen, de ‘Noorse Tsjechov'. Haar Engels is vlekkeloos. Over haar doet meteen een verhaal de ronde: ‘Gisteren liep ze op hoge hakken door de sneeuw.’

Nadat de Engelse journaliste haar gesprek heeft beëindigd, zegt ze: ‘Onze bloody newspaper heeft geen correspondent in Scandinavië.’

Dat geldt voor bijna alle West-Europese kranten, besef ik. Tot in de verste uithoeken beschikken zij over correspondenten. Maar niet in Scandinavië. In dit deel van Europa zou te weinig gebeuren, luidt de redenering van de kranten. Vanaf de bureauredacties kan dit gebied met een paar miljoen inwoners en met een enorme oppervlakte gemakkelijk beheerd worden, is de gedachte. Dat is verkeerd. Leg Scandinavië (Denemarken, Finland, Noorwegen, Zweden) op de kaart van Europa en kom tot de ontdekking dat het een immens gebiedsdeel is. Ik vind het minstens zo fascinerend als Spanje of Italië. De afwezigheid van een correspondent maakt onbekend en onbemind, en veroorzaakt achterstalligheid in het nieuws.

De cartoonkwestie heeft in de Nederlandse pers nauwelijks de artikelen, polemieken en beschouwingen opgeleverd die de krantenlezer mag verwachten. Wel berichtgeving, maar geen reacties uit bijvoorbeeld Denemarken zelf, weinig enerverende opinie, een tekort aan debat, geen reportages van de straat waarin kranten bij minder belangwekkende onderwerpen, zoals bijvoorbeeld een treinongeluk, wel uitblinken.

Wat ik het meeste miste tijdens de cartoonrel was een verklaring hoe het kan dat de moslimwereld zo geschokt kon zijn door cartoons uit een kleine, Deense krant. Die geschoktheid leidde tot een vloedgolf van rellen met vernietigende kracht. Deense ambassades in verschillende steden van de oosterse wereld werden bestormd en bekogeld.

In West-Europa stond men versteld. Maar bij die verbazing bleef het.

De gids in Oslo die tevens de taak van tolk op zich neemt, vertaalt de artikelen uit de Noorse en Zweedse pers over het aftreden van Laila Freivalds. De oppositie spreekt haar afkeer uit over de inbreuk die Freivalds pleegt op de vrijheid van meningsuiting. Zelf noemt ze haar positie ‘onmogelijk'. De Zweedse bevolking neemt haar de aantasting van het democratisch grondrecht kwalijk. Dit was niet de eerste keer dat Freivalds onder druk kwam te staan en dat de Zweden zelfs vroegen om haar aftreden. Dat was in december 2004 toen bij de tsunami die Zuidoost-Azië teisterde vijfhonderd Zweedse toeristen om het leven kwamen. In plaats van een hulpactie te coördineren, bezocht Laila Freivalds het theater.

Theater: dat is de reden waarom wij in Oslo zijn, theaterliefhebbers uit Rusland, Frankrijk, Engeland, Denemarken, België en ook Nederland.

's Avonds laat, nog steeds op die veelbewogen dag, is er een diner in het Kellerrestaurant van theater Oslo Nye. Het gesprek gaat over de Zweedse minister en haar ontslag. Het valt me op dat de Noorse aanwezigen beter op de hoogte zijn dan wij, West-Europeanen. Zij hebben de cartoons gezien. Die stonden afgedrukt in hun kranten. Ik moet al te vaak een mening schuldig blijven.

Als het begrip ‘vrijheid van meningsuiting' als een slagzwaard is gevallen, lopen aan Noorse zijde de emoties op. Plots begrijp ik alles. Noorwegen is een van de jongste naties van Europa. Nog geen honderd jaar geleden maakte het zich los van het dwingende buurland Zweden, dat almachtige koninkrijk. Noorwegen kon pas na 1907 een eigen identiteit ontwikkelen, een eigen taal, een eigen cultuur. Al die eeuwen daarvoor lag het in de donkere schaduw van Zweden.

De gids zegt: ‘In dat jaar werden het Nationale Theater en het Nationale Museum (Nasjionalgalleriet) opgericht, kon de Universiteit van Oslo zich ontwikkelen en schreven Noorse auteurs met Ibsen als voorvechter in hun eigen taal. Noorwegen had zich eindelijk losgemaakt van Zweden.’

Daarom was vorige week in Oslo de gestruikelde bewindsvrouw Laila Freivalds belangrijk nieuws. Haar onderdrukking van vrijheid wakkerde het oude Noorse zeer aan.

Dit overkomt me vaker: je bent onderweg voor kunst en je komt onweerstaanbaar in aanraking met politiek. Dat maakt kunst tot politiek. Iets wat het in wezen altijd is, of zou moeten zijn. Zoals in Noorwegen.

Als ik een dag later op Schiphol arriveer en de Nederlandse kranten opensla, is Laila Freivalds een bericht van enkele regels op de binnenpagina. Scandinavisch nieuws is geen doorslaggevend nieuws. Ten onrechte.