NS wil achteruitgang als verbetering verkopen

Volgens NRC Handelsblad van 28 maart gaat de NS het huidige drietreinensysteem - intercity, sneltrein, stoptrein - definitief vervangen door een nieuw drietreinensysteem: hogesnelheidstrein, intercity, sprinter. In werkelijkheid gaat de totale dienstverlening er op achteruit: het bestaande spoor krijgt twee treindiensten, de hogesnelheidstrein een aparte lijn.

De NS wil dat treinen ongeveer even snel gaan rijden, dan kunnen zij korter na elkaar over de rails. Dus over hetzelfde spoor meer treinen per uur. De kwaliteit van de trein voor de reiziger gaat er op achteruit. Alleen al de verhouding in de reistijd van deur tot deur tussen openbaar vervoer (incl. trein) en auto wordt groter door de langere reistijd. Meer overstappen doet daar nog een schep bovenop.

In de nieuwe regeling duurt het langer om van Rotterdam naar Utrecht te komen dan nu: 45 minuten, net als in de jaren `60. Reizigers die `snel` willen reizen, kunnen dat alleen tussen Rotterdam en Amsterdam doen. Daar rijdt over een paar jaar immers een hogesnelheidstrein.

NS kan het gestelde doel - meer treinen op het spoor- ook op een andere manier bereiken. Wanneer we de reistijden voor het traject Rotterdam-Utrecht bekijken, valt op dat de reistijden van de intercity en sneltrein dichter bij elkaar liggen dan die van snel- en stoptrein.

De mogelijkheden om treinen dichter op elkaar te laten rijden, worden dus nóg groter als NS daar waar dat nodig is, de stoptreinen uit het systeem haalt. Dat kan door de `tramfunctie` van de trein af te stoten, stoptreinen op te waarderen tot sneltrein, of op drukke trajecten de stoptreinen op te heffen. Het interlokaal streekvervoer kan daar de rol van de stoptrein overnemen. Die twee hebben toch al een belangrijke eigenschap gemeen: de gemiddelde halteafstand is praktisch gelijk.