‘Kwaliteit is bij omroep verdacht'

Kwaliteit is nog steeds niet vanzelfsprekend bij tv-programma's, zegt Annemiek Gerritsen bij haar afscheid van het Stimuleringsfonds.

De eerste vraag vindt Annemieke Gerritsma ‘karakterologisch' moeilijk te beantwoorden. Die luidt: waar is de scheidend directeur van het Stimuleringsfonds het meest trots op van alle zaken die in de afgelopen zeventien jaar tot stand zijn gebracht? Nadat zij heeft vastgesteld dat zij van nature niet snel tevreden is, ziet ze toch een reden om trots te zijn. ‘Dat er in de hele Hilversumse wereld rond radio en televisie één gremium is geweest dat de kwaliteit als norm overeind heeft gehouden. Dat dat nog kán in de audiovisuele sector.’

Gerritsma ontvangt in de directeurskamer, hartje Amsterdam. Vandaag is haar laatste dag, daarna wordt het ‘afkicken', zegt de vrouw die in 1988 de eerste directeur werd van het pas opgerichte Stimuleringsfonds Culturele Omroepproducties, dat nu een budget heeft van 15 miljoen euro. De bedoeling was, in overeenstemming met de naam, om de verspreiding van cultuur via de publieke audiovisuele media te stimuleren. Dat ging niet zonder slag of stoot. Het geld kwam van de media-begroting en de omroepen beschouwden dat geld dus als van henzelf. ‘Ik heb veel gevochten en ik heb weinig vrienden gemaakt.’

Dat het fonds het heeft volgehouden geeft Gerritsma voldoening. Net als het feit dat er talent is ontdekt en ondersteund, dat er genres zijn behouden, de kwaliteit is verhoogd en dat er nieuwe wegen naar nieuwe media zijn ingeslagen. Wat niet is geslaagd, zegt ze, is ‘de kwantiteit van de kwaliteit. Er zijn wel kwalitatief hoogstaande culturele programma's, maar het zijn er steeds minder geworden.’

Het heeft te maken met desinteresse van de politiek, met de structuur van het politieke bestel, maar vooral met de tijdgeest. Gerritsma meent dat ‘als je publieke middelen besteedt, je de verplichting hebt om iets moois en goeds te maken om het publiek iets te leren’. Met die opvatting over wat de publieke zaak is, kwam ze in de loop der jaren steeds meer alleen te staan. De communis opinio lijkt inmiddels te zijn dat publieke middelen gebruikt moeten worden om het publiek voor te schotelen wat het hebben wil. ‘Ik vergelijk het met die gemene witte plastic stoeltjes op de terrassen. Als die werkelijk overal opduiken, is het een publieke taak om ervoor te zorgen dat andere stoelen worden gemaakt. Zo leert het publiek dat er variëteit bestaat.’ Bij de publieke omroep is het tegenovergestelde gebeurd sinds de komst van de commerciële televisie, zegt Gerritsma: naäperij en commercie. ‘Zendercoördinatoren praten over bereik, over marktaandelen en kijkcijfers. Kwaliteit is verdacht.’ Ook bij haar collega-subsidiegevers van het Nederlands Fonds voor de Film verschoof het zwaartepunt van de aandacht naar het publieksbereik. ‘Verkeerd.’

Ze waarschuwt haar opvolger, H.M. van den Brink, voor de neiging van omroepen om Stimuleringsgeld als vanzelfsprekend in te calculeren. ‘Een voorbeeld. In de eerste jaren van het fonds waren er nooit registraties van opera op tv te zien. Dankzij onze inspanningen en subsidie is de NOS daar mee begonnen. Toen het goed liep en geregeld gebeurde, staakte het fonds zijn bijdrage - we zijn een stimulerings-fonds, nietwaar? Daarop hield de omroep direct op met die registraties.’ Gerritsma merkt hetzelfde bij de productie van Telefilms. Nu het fonds daar een paar jaar aan bijdraagt, is de omroep geneigd op dat geld te rekenen.

Het maken en ondersteunen van programma's zal volgens Gerritsma ingewikkelder worden. Met de afkalving van de massamedia en de opkomst van nieuwe media, kan een fonds zich niet meer verlaten op partners zoals de omroepen en filmproducenten. ‘In de toekomst zullen kunstenaars en filmmakers niet meer werken voor een massapubliek, maar verschillende verhalen voor verschillende publiekjes. Een documentairemaker die werkt op een website, zal door de interactiviteit van het medium niet langer de baas over eigen werk zijn. Het publiek neemt een deel daarvan over. Het fonds moet zich op dat onbekende terrein begeven. Talent beoordelen in plaats van reputatie en denkprocessen subsidiëren in plaats van projecten. Dat is een ingewikkelde opdracht.’