Kabinet steunt artistieke film met 7,5 miljoen

Het kabinet trekt de komende drie jaar 7,5 miljoen euro uit om de artistieke film te bevorderen. Deze koerswijziging staat in de ‘filmbrief' van Van der Laan waarover het kabinet vandaag spreekt.

Voor de productie van Nederlandse artistieke films en internationale coproducties stelt het kabinet 6 miljoen euro beschikbaar. De overige 1,5 miljoen euro is bedoeld om de vertoning van artistieke films te stimuleren. Ter vergelijking: in 2004 droeg het Nederlands Fonds voor de Film, de belangrijkste subsidiegever, 7,6 miljoen euro bij aan 24 speelfilms.

Volgens staatssecreatris Van der Laan (D66, Cultuur) waren filmsector en overheid de afgelopen jaren vooral gericht op het vergroten van het marktaandeel van de Nederlandse speelfilm en het bereiken van een breder publiek. ‘De inhoudelijke ontwikkeling van regisseurs en scenarioschrijvers heeft te weinig aandacht gekregen’, schrijft zij.

Om de ‘artistieke kracht’ van de sector te versterken, moet de producent meer armslag krijgen. De bemoeienis van subsidiegevers en omroepen met de inhoud en de productie van films heeft volgens de staatssecretaris geleid tot ‘verwatering van originele ideeën en dus tot middelmaat. Er is sprake van een dramaturgisch poldermodel dat het maken van eigenzinnige films meer in de weg staat dan ondersteunt.’

Van der Laan neemt zich voor ‘de zakelijke en inhoudelijke inmenging in projecten door het Nederlands Fonds voor de Film en de Publieke Omroep’ te verminderen. Vorig jaar zegde de belangenorganisatie van speelfilmproducenten NVS het vertrouwen op in het Filmfonds omdat dit zich te gedetailleerd met productietaken bemoeide. De omroepen zouden zich volgens Van der Laan meer moeten gedragen als cofinanciers dan als coproducenten.

Er komt ook een nieuw filminstituut waarin bestaande organisaties als Holland Film, het Nederlands Instituut voor Filmeducatie en De Filmbank zullen opgaan.

Een deel van de subsidies van het Filmfonds zou volgens de brief voortaan moeten worden verstrekt door de daarbij aangestelde intendanten voor artistieke en publieksfilms, en niet langer via de gebruikelijke adviescommissies. ‘Bij controversiële projecten staat de oordeelsvorming van adviescommissies het maken van scherpe keuzes immers in de weg’, aldus de staatssecretaris.

De zes miljoen extra gaat naar het Filmfonds ‘om per jaar enkele artistieke films te financieren die, ondanks hun publiekspotentie, vanwege hun aard minder geschikt zijn voor de Publieke Omroep en daardoor momenteel niet tot stand komen’. Ook is er geld beschikbaar voor kleinere projecten ‘die zich bewegen tussen de zogenoemde experimentele film en lange speelfilm’.