Internet is de turbo van de Nederlandse jihad

Islamitische radicalen in Nederland hebben het gemunt op individuen. Dat stelt de AIVD in het gisteren verschenen rapport over de jihad.

De grootste terroristische dreiging in Nederland komt van jonge geradicaliseerde moslims. Marokkaanse jongeren, geboren in Nederland en vaak niet ouder dan een jaar of vijftien, voelen zich aangetrokken tot de gewelddadige jihad, de gewapende strijd tegen alles wat westers is en dus, in hun ogen, antimoslim. Nederland telt 15 à 20 actieve netwerken die een ‘substantiële bedreiging’ vormen.

Deze moslims kunnen zich volgens de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) op korte termijn ontpoppen als terroristen. Uniek aan de Nederlandse situatie is dat de dreiging zich niet richt op burgers in metro's of gebouwen, maar op individuele politici en opiniemakers. De dienst noemt het aandeel van jonge vrouwen in de strijd zeer opvallend. Moslima's zijn de aanjagers van terroristische aanslagen.

Sybrand van Hulst, directeur van de AIVD, presenteerde gistermiddag het onderzoek De gewelddadige jihad in Nederland. Daarin zet de dienst de belangrijkste trends in het terrorisme op een rij, en dan vooral de dreiging van islamitisch geweld, want dat is sinds de aanslagen in New York (WTC), Madrid (treinen), Londen (metro en bus) en Amsterdam (filmmaker Theo van Gogh) de grootste zorg van westerse landen. De dienst ziet het terrorisme veranderen. De klassieke variant richtte zich op aanslagen in het buitenland. Maar het nieuwe terrorisme is van eigen bodem, en wordt gepleegd door Nederlandse moslims en moslima's, die geen leider hebben, maar op eigen initiatief en onder groepsdwang radicaliseren.

Het laatste jaar, constateert de AIVD, gebeurt rekrutering niet alleen meer ‘van bovenaf’, maar juist van onderaf. Geen geronsel van charismatische rekruteurs bij de moskee, maar groepjes jongeren die samen de radicale islam ontdekken en elkaar aanzetten tot de gewapende strijd. De Hofstadgroep, met Mohammed B. en Samir A., is zo'n lokaal netwerk. Niet Al-Qaeda of een ander internationaal terroristisch netwerk, maar de jongeren die terrorisme ‘cool’ vinden, zijn volgens de AIVD de motor achter de terroristische dreiging.

Het radicaliseringsproces onder jonge moslims begint in de puberteit. ‘Ze hebben geen band meer met hun vaderland, want daar zijn ze niet geboren. Maar in Nederland voelen ze zich ook niet thuis’, zei Sybrand van Hulst tijdens de presentatie. De zoektocht begint. Het internet fungeert als een ‘turbo van de jihadbeweging’. Daar worden de radicale sites bekeken, de chatgroepen opgezocht, schriftgeleerden geraadpleegd. Het internet is de belangrijkste informatiebron voor het maken van wapens en het uitwisselen van radicale ideeën. Het is, zegt de AIVD, een ‘virtueel trainingskamp’.

De jonge moslims vinden houvast in de koran, daarin worden antwoorden gezocht op levensvragen. ‘De duidelijke en strakke leefregels van het salafisme’, waarin gepleit wordt voor een terugkeer naar de zuivere islam spreekt het meeste aan. Het wordt gecombineerd met het gedachtegoed van Takfir Wal Hijra, een stroming die de oorlog verklaart aan niet-gelovigen en afvallige moslims. Zo ontstaat een radicale ‘knip-en-plak-islam’ die de voedingsbodem is voor verdere radicalisering. Een extra push-factor is de frustratie en de ontevredenheid die de jongeren voelen over hun maatschappelijke positie. Ze hebben een goede opleiding, maar krijgen geen werk en wonen in achterstandswijken.

In andere Europese landen zien de inlichtingendiensten eenzelfde patroon. Alleen daar is het gericht tegen zogenoemde zachte doelen: gebouwen of infrastructuur met burgers als doelwit. Het Nederlandse terrorisme richt zich tegen personen. De AIVD heeft daarvoor geen verklaring. Ook is niet duidelijk waarom in Nederland de rol van vrouwen zo sterk is. In alle andere landen is de rol van de vrouw nog ondergeschikt en traditioneel. Van Hulst: ‘Misschien hebben ze toch iets van het liberale klimaat in Nederland meegepikt.’

Radicalisme is geen adolescentengedrag, zegt de AIVD. ‘Dwarsheid en zelfs gewelddadig gedrag zijn kenmerkend voor die leeftijdsperiode’, maar in Londen en Amsterdam maakten jonge jongens dodelijke slachtoffers.