Globalisering en het splinternet

Wat is dat voor een land, waar 80 procent van de jongeren droomt van een vaste aanstelling, het liefst een baan bij de overheid? Vastgeroest, bang en behoudzuchtig, is het honende oordeel van de wereld over Frankrijk. En: blind voor de eisen die de globalisering nu eenmaal stelt aan moderne economieën, en dus ook aan de wereldburger die wil meekomen. Kom op, niet zo verwend. Besef dat de wereld veranderd is.

Nu maakt de Franse samenleving inderdaad geen dynamische indruk. De werkloosheid onder jongeren is er alarmerend hoog. En het nu zo omstreden arbeidscontract, dat daaraan iets moet veranderen, is heus niet de bijl aan de wortel van de verzorgingsstaat.

De studenten die het een onaanvaardbare aantasting van hun bestaanszekerheid noemen, geven waarschijnlijk vooral uiting aan hun wantrouwen tegen het kapitalisme in het algemeen. Slechts een derde van de Fransen beschouwt, volgens een peiling uit 2005, de vrije markt als het beste economische systeem - tegen 74 procent van de Chinezen, 71 van de Amerikanen, 66 van de Britten, 65 van de Duitsers en 43 procent van de Russen.

Voor de Fransen is het geen uitgemaakte zaak dat de globalisering onder het vaandel van de vrije markt bezig is aan een onstuitbare zegetocht. Ze bieden nog af en toe verzet. En als men dat in andere landen niet begrijpt, als dat politieke en economische vernieuwing blokkeert en zelfs tot een stevige crisis leidt, soit.

Die Franse tegendraadsheid mag op het gebied van de arbeidsvoorwaarden een verloren strijd zijn - kortzichtig en misschien zelfs rampzalig. Maar op een ander vlak geeft het koppige Franse wantrouwen jegens de globalisering juist blijk van een zeker realisme, dat in andere landen vaak ontbreekt. Men beseft dat de globalisering geen onafwendbaar natuurverschijnsel is dat je maar hebt te nemen zoals het komt.

Neem de ontwikkeling van internet, een belangrijk vliegwiel van de globalisering. Het web is alom bejubeld als een technologie die mensen over de hele wereld dichter bij elkaar brengt, die grenzen slecht en de positie van het individu versterkt ten opzichte van de overheid. Als motor voor een betere wereld. Met onbeperkte communicatie als drijvende kracht van democratisering en economische groei. Door internet worden we allemaal elkaars buren, of we nu in Europa, Amerika of Azië wonen, en allemaal elkaars concurrenten op hetzelfde speelveld, om met Thomas Friedman te spreken, auteur van de bestseller The World is Flat en onvermoeibaar heraut van de globalisering.

Maar in Frankrijk vroeg men zich al snel af of het niet belangrijk was om in dat wereldwijde utopia tóch grenzen te trekken. Om naast de Angelsaksische dominantie ook plaats te maken voor ándere talen en culturen op het web. En om te zorgen dat staten hun macht nog kunnen laten gelden in dat digitale universum, ook al leek dat zich aanvankelijk aan vrijwel alle regulering en nationale wetten te onttrekken.

Frankrijk is er het land niet naar zich zomaar neer te leggen bij het afkalven van de staatsmacht. Een Franse rechter schreef in 2000 geschiedenis door te bepalen dat het Amerikaanse bedrijf Yahoo de Franse wet had overtreden, door op een Amerikaanse website spullen te laten verkopen (nazi-memorabilia) die in Amerika legaal waren, maar in Frankrijk verboden. Yahoo moest door de bocht en bood internetters in Frankrijk voortaan andere informatie aan dan in de VS. Het web was een stukje minder wereldwijd, de Fransen hadden een stukje eigen identiteit veiliggesteld.

Inmiddels schikken Yahoo en andere internetbedrijven zich als vanzelfsprekend naar de wetten van verschillende landen. Met China als bekendste en beruchtste voorbeeld, waar ze de staat zelfs helpen dissidenten op te sporen omdat de wet dat nu eenmaal voorschrijft. Ook zoekmachine Google boog voor de Chinese staatsmacht en biedt daar andere informatie aan dan in de rest van de wereld.

In de algemene euforie over internet en globalisering is de macht die afzonderlijke staten nog altijd kunnen laten gelden systematisch onderschat, schrijven Jack Gold-smith en Tim Wu in hun nuchtere boek Who Controls the Internet?, dat binnenkort verschijnt. Zij noemen de idealistische gedachte dat internet zal leiden tot een wereld zonder grenzen een achterhaalde illusie. Friedman mag zich nog de vraag stellen hoe internet China verandert, maar inmiddels is veel belangrijker hoe China internet verandert.

Niet alleen blijken staten hun grenzen en nationale wetten wel degelijk op internet te kunnen afdwingen. Sommige landen, waaronder ook China, zouden bovendien bezig zijn naast het bestaande internet eigen, aparte internetten (met zelf uitgegeven domeinnamen) te ontwikkelen, die niet toegankelijk zijn voor de rest van de wereld. De Wall Street Journal voorspelde in dat verband het uiteenvallen van het universele internet tot een in stukjes opgeknipt ‘splinternet'.

Die ontwikkeling lijkt onheilspellend, maar heeft niet alleen nadelen. Ze geeft aan dat staten ondanks de sterke stroom van de globalisering op sommige terreinen toch hun eigen richting kunnen bepalen, een eigen model kunnen volgen.

Dat de globalisering geen stoomwals hoeft te zijn die alles plat maakt. En dat staten, en in een democratie de kiezers, iets te zeggen hebben over hun rechtssysteem, hun economie, hun toekomst ... en hun arbeidsvoorwaarden.

Zo kunnen landen ervoor kiezen veel uit te geven aan armoedebestrijding, kinderopvang en gezondheidszorg. Dat heeft zijn prijs. De staat kan keuzes maken, ook de verkeerde.

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad