Geen zin om miljonair te worden

De makers van King Louie kunnen miljonair worden van de kleren die ze maken.

Daar hebben ze geen zin in. Ze doen hun best om niet groter te worden.

De paskamer van Exota. Foto's Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 30-03-2006 King Louie Kleding in de Exota Boetiek in de Hartenstraat. Dames passen de kleding achterin de winkel in de pashokjes. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Ann Berlips (47) kocht tweedehands kleren per kilo toen ze nog op school zat. Daar zocht ze de omajurken uit en die droeg ze dan. Omajurken waren in de jaren '70 in de mode. In elk geval in de groep waar ze bij hoorde. Underground, geen soul.

George Cramer (51) was de vriend van haar vriendje toen, ze zaten op dezelfde school, het Snellius Lyceum in Amstelveen. Hij droeg ook tweedehands spullen. Broeken met strakke pijpen. Hij was geïnteresseerd in kleren, maar hij kwam niet op het idee om er zijn werk van te maken. Hij deed hbo-jeugdwerk en begeleidde van huis weggelopen kinderen.

Ann Berlips ging naar de sociale academie, maar ze deed niets met die opleiding. Ze had baantjes in winkels met tweedehands kleren en op een goed moment dacht ze: dat kan ik zelf ook. Zo is het gekomen dat zesamen met George Cramer op de Noordermarkt in Amsterdam een kraam begon. Dat was in 1983.

Het ging goed. Hun klanten waren mensen zoals zij. Er hip uit willen zien en geen zin om er veel geld aan uit te geven. Het ging zo goed dat het te veel werk werd om elke ochtend alle handel van de opslagzolder naar de markt te slepen, en 's avonds weer terug. Voor 600 gulden per maand konden ze een winkel huren, een oud sigarenzaakje in de Jordaan. Dat was de eerste Exota. Er kwam er nog een, een paar straten verder.

Jaren-'50-kleren, petticoats en bloemenprints. Daarna het oranje en bruin en de synthetische stoffen van de jaren '60. Toen disco, met wijde pijpen en glitters. De mode die ze zelf in de jaren '70 niet droegen, maar nu toch leuk vonden. George Cramer denkt dat mensen graag iets dragen dat ze onbewust kennen van toen ze nog heel jong waren. Daardoor is elke mode twintig, dertig jaar later weer mode.

Toen kwam de zwarte ski-pulli. Zou dit het verhaal hoe Ann Berlips en George Cramer miljonair werden zijn, dan was de zwarte ski-pulli hun doorbraak geweest. De zwarte ski-pulli werd eind jaren '80 weer mode, samen met de Levi's 501. Ze werden zo populair dat ze tweedehands al snel op waren. Ann Berlips en George Cramer besloten om ze zelf te gaan maken, in katoen. “Geen echte remake“, zegt George Cramer. “Dat vinden we saai.“ Ze maakten er ook een in het wit en ze verzonnen een merknaam: King Louie.

Daarna kwamen de King Louie-boothalstruitjes. En de King Louie-trainingspakken met witte strepen op de boorden, voor mannen en vrouwen. En voor kinderen, nadat Ann Berlips en George Cramer zelf kinderen hadden gekregen. (Maar niet samen, ze zijn alleen zakelijk partners.) De King Louie-rokken kwamen eind jaren '90. De King Louie-jurken vanaf 2000. Romantische jurken waarin borsten en taille goed zichtbaar zijn. “Ik maak wat ik zelf graag draag“, zegt Ann Berlips. Meer heeft ze er niet over te zeggen.

Ze maakten nooit reclame, daar hebben ze geen zin in. Maar hun kleren zijn nu overal te koop. Winkels van Groningen tot Maastricht kopen ze bij hen in. En ook winkels in Italië, Zweden. Zwitserland, Ierland.

Ann Berlips en George Cramer zeggen dat ze hun best doen om niet te groot te worden. Daar hebben ze ook geen zin in. Dan kunnen ze niet in de stad blijven met hun twee Exota's en hun opslagkelder, waar wij elkaar spreken. Dan moeten ze naar een industrieterrein.

Ann Berlips: “Dat is helemaal niet de opzet geweest. Ik wil collecties ontwerpen. En ik wil tijd hebben om normaal te leven.“

George Cramer: “We hadden een keten van winkels kunnen hebben. Maar dan waren wij nu managers geweest.“

Ann Berlips: “Dat kunnen we niet eens.“

Worden ze wel eens door grote bedrijven gevraagd om daar te komen werken?

George Cramer: “Ann wel. Ik niet.“

Ann Berlips: “Maar dat doe ik natuurlijk niet.“