‘Eén coach moet mandaat hebben'

Vijftigduizend kinderen worden mishandeld. Staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) wil eerder ingrijpen bij de opvoeding.

Helaas zijn er wachtlijsten.

(Foto Roel Rozenburg) DENHAAG:27MEI2003 Staatssecretaris Clemence Ross-Van Dorp (Welzijn, Medische Ethiek en Sport). FOTO TWEEDE CAMER/HANS KOUWENHOVEN/ROEL ROZENBURG Rozenburg, Roel

Staatssecretaris Ross (Welzijn, CDA) vindt het gezin belangrijk. ‘Het gezin is een veilige plek voor zowel kinderen als ouders, een plek waar je thuis kunt komen', schrijft ze in de nota Gezinsbeleid die vandaag in het kabinet wordt besproken. Ross is graag positief: ‘Gelukkig’, zegt ze, ‘ gaat het met 95 procent van de gezinnen goed.’

Maar met vijf procent van de gezinnen gaat het niet goed. En met een deel ervan gaat het zelfs slecht. Vijftig tot tachtigduizend kinderen worden mishandeld, zeker zo'n vijftig kinderen overleven dat niet. Ouders die geen hulp accepteren moeten daartoe gedwongen worden, schrijft Ross.

Maar als ouders wél hulp zoeken of als kinderen verwaarloosd worden, moeten ze vaak lang op hulp wachten. Er wachten nu bijna 10.000 kinderen langer dan negen weken op zorg.

De wachtlijsten in de jeugdzorg lossen maar niet op, ondanks uw toezeggingen. Wat is de oplossing?

‘Het beste is om de problemen van kinderen zo vroeg mogelijk aan te pakken, als ze nog niet uit de hand zijn gelopen. Het consultatiebureau is een heel geschikte plek om problemen vroeg te signaleren, omdat 98 procent van de kinderen tot vier jaar daar komt. Die kinderen en de ouders moeten dan direct hulp krijgen. De helft van de probleemkinderen komt uit gezinnen met problemen. Die gezinnen moeten ook hulp krijgen.’

Wat moet het consultatiebureau doen?

‘Het consultatiebureau moet niet alleen naar de fysieke maar ook naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind kijken. Als het lichamelijk goed gaat met een kind, maar de moeder geïsoleerd leeft, depressief is of een drankprobleem heeft, dan moet er hulp komen. Ik wil dat consultatiebureaus zich samen met voorzieningen als opvoedondersteuning, maatschappelijk werk, schoolartsen en soms zelfs de peuterspeelzaal, ontwikkelen tot centra voor jeugd en gezin. Ouders kunnen dan direct geholpen of snel doorverwezen worden naar andere hulpverleners in dat centrum. Bijvoorbeeld naar een maatschappelijk werker, die de ouders kan adviseren bij de opvoeding of begeleiden naar schuldhulpverlening of de verslavingszorg. Vijftig procent van de kinderen die doorverwezen worden naar zwaardere hulp, had met zulke lichte hulp kunnen volstaan als tijdig was ingegrepen.’

Wat gaat u zelf doen?

‘Als er verschillende soorten hulp voor een kind nodig zijn, moeten de ouders daarvoor nu naar verschillende loketten. Soms moeten ze voor elk loket een half jaar wachten. De ouders moeten steeds weer hetzelfde verhaal vertellen, wéér de schoenendoos financiële gegevens erbij. Zeker voor probleemgezinnen is die belasting te groot, vaak haken ze dan af.

In zo'n centrum voor jeugd en gezin kan één persoon vaststellen wat een kind en zijn ouders nodig hebben. Bijvoorbeeld een plek in een medisch kinderdagverblijf én opvoedingsondersteuning. Vervolgens moet één hulpverlener - ik noem die voor het gemak een gezinscoach - het mandaat krijgen. Ik wil dus niet dat tien verschillende hulpverleners zich onafhankelijk van elkaar met een gezin bemoeien.’

U wilt het kind centraal stellen. Elke hulpverlener wil dat, maar het lukt steeds niet.

‘Ik wil dat faciliteren door geldstromen te bundelen en door één persoon te laten bepalen welke hulp een kind nodig heeft. Ik wil ook de aanwezigheid van risicogezinnen in gemeenten zwaarder laten wegen bij het verdelen van geld. Nu krijgen steden en dorpen meestal geld op basis van het aantal kinderen en niet op basis van het aantal probleemgezinnen. Verder zijn het de gemeenten zelf die goed jeugdbeleid moeten voeren. Zij zijn verantwoordelijk voor de lichtere hulp. Op gemeentelijk niveau is er ongeveer drie miljard beschikbaar voor Welzijn.’

Komt er extra geld bij?

‘Ik heb al eerder extra geld uitgetrokken. De gemeenten krijgen vanaf dit jaar per nieuwgeborene vijftig euro extra. Vijftig gemeenten hebben sinds 2004 extra geld gekregen voor het opsporen van probleemgezinnen, er is extra geld geïnvesteerd voor proefprojecten met gezinscoaches.’

Consultatiebureaus zeggen dat het beschikbare geld lang niet voldoende is voor de uitgebreide taak die u voor hen in gedachten heeft.

‘Zij moeten minder op huisbezoek bij gezinnen met wie het goed gaat en wat meer naar gezinnen gaan die problemen hebben.’