De strijd tussen zwart en wit op Sicilië duurt voort

De Siciliaanse maffia heeft nog steeds invloed op het stemgedrag. De politieke strijd lijkt op die om het Italiaanse presidentschap.

Bij de ingang van de nieuwe, mede door de maffia gebouwde, rechtbank van Palermo staan elf vaandels met portretten van mannen en vrouwen. Het zijn de elf rechters die in de loop der jaren door de maffia zijn vermoord. Een van hen is Paolo Borsellino. Hij werd op zondagmiddag 19 juli 1992 samen met zijn lijfwachten opgeblazen toen hij zijn moeder wilde bezoeken.

Nu, veertien jaar later, trekt zijn zus Rita door Sicilië om campagne te voeren voor Romano Prodi en tegen Silvio Berlusconi. Zelf hoopt ze op 28 mei te worden gekozen tot president van de regio Sicilië. De strijd tussen haar en haar tegenstander Totò Cuffaro is volgens velen een uitvergroting van wat er landelijk tussen Berlusconi en Prodi plaatsvindt. Cuffaro, de huidige president van de regio, moet zich in mei voor de rechter verantwoorden vanwege het bevoordelen van de maffiosi . En Rita Borsellino strijdt sinds de dood van haar broer tegen de maffia.

Een strijd tussen zwart en wit, waarvan de uitkomst nog altijd onduidelijk is, omdat de maffia met bedreiging en gunsten veel stemmen weet te sturen. In 2001 gingen zelfs alle 61 landelijke kamerzetels naar de centrum-rechtse coalitie van Berlusconi.

Borsellino ontvangt achter de coulissen van het Don Orione-theater niet ver van de haven van Palermo. Ze heeft net 2.000 vrouwen toegesproken. Met haar blauwe mantelpakje, grijs haar, niet opgemaakte gezicht en grote rode tas heeft ze de uitstraling van een wijze tante. Voor deze ogenschijnlijk gewone vrouw is de maffia bang.

Zelf kent Borsellino ook angst, erkent ze volmondig. Ze weet dat haar hetzelfde kan overkomen als haar broer, nu ze zich presenteert als het symbool van de strijd tegen de maffia. ‘Ik denk dat de maffiamachten me niet erg sympathiek vinden en dat ik meer passen zet dan ze me willen toestaan. Maar ik heb ook geleerd dat de angst een sentiment is dat je kunt overwinnen als je gelooft in wat je doet.’ Vooralsnog gaat ze zonder bodyguards door het leven, maar dat zou kunnen veranderen, vreest ze.

De maffia is volgens Borsellino de afgelopen jaren machtiger en rijker geworden en heeft ook haar intrede gedaan in de instituties. ‘Door te zwijgen, niet meer te schieten en te moorden is Cosa Nostra erin geslaagd zich te verstoppen en zich te laten vergeten. Ze is zo ontsnapt aan de repressie door justitie en kan in grotere vrijheid haar zaken doen.’ [Vervolg Italië: pagina 5]

Italië

Veel nieuwe Italiaanse wetten helpen de maffia

[Vervolg van pagina 1] ‘De Cosa Nostra is niet meer alleen actief in drugshandel’, zegt Borsellino, ‘maar ook in mensenhandel, in de handel in chemisch afval, in de gezondheidszorg.’ Veel winkeliers op Sicilië worden afgeperst. Volgens niet te controleren schattingen zelfs 80 procent, maar bijna niemand doet aangifte. Borsellino: ‘Winkeliers hebben geen vertrouwen meer in de overheid.’

Borsellino wil niet zeggen dat de regering Berlusconi de maffia doelbewust heeft geholpen, ‘maar Berlusconi heeft wel wetten doorgevoerd die de maffia als voordelig kan beschouwen’. Ze doelt op de wet die boekhoudkundige fraude alleen strafbaar stelt als derden er last van hebben ondervonden. En op de maatregel die het mogelijk maakte om tegen een zeer lage boete zwart geld op buitenlandse rekeningen naar Italië te halen. Ook heeft Italië de invoering van het internationaal opsporingsbevel lang geblokkeerd.

‘De ethiek is zoek in de politiek, waardoor het voor de maffia makkelijker is geworden om relaties aan te gaan met politici. Dit geldt op nationaal niveau en nog in ernstiger mate voor Sicilië.’ Het grote probleem van Sicilië, zo stelt Borsellino, is dat Rome de strijd tegen de maffia nooit serieus heeft willen aanpakken. ‘Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werkten de Amerikanen al samen met de maffia. De eerste Siciliaanse burgemeesters na de oorlog waren maffiabazen en zo ging het door.’

De oplossing is eenvoudig, meent ze. ‘Dit land heeft behoefte aan ethisch besef bij de politici, maar dat is zo vanzelfsprekend dat ik er niet eens over wil praten. Basta. Daarnaast moet er economische ontwikkeling en werk komen.’ De afgelopen jaren was ze als vice-president van de organisatie Libera medeverantwoordelijk voor het opzetten van kleinschalige bedrijfjes op terreinen die zijn afgepakt van in de jaren negentig veroordeelde maffiosi. Libera bestaat inmiddels uit 1.500 groepen. ‘We hebben de problemen nog niet opgelost, maar we hebben wel aangetoond dat het mogelijk is in te gaan tegen de maffia en zo werk en ontwikkeling te creëren. Mensen hebben het belang van samenwerken geproefd en jongeren die nu op die in beslag genomen terreinen graan verbouwen en pasta maken zijn trots, omdat ze eerlijk werk hebben.’ Zolang werk en ontwikkeling ontbreken, zegt ze, ‘blijven Sicilianen slaven van mensen die hen gunsten verlenen. Ze zijn dan ook niet vrij om te stemmen op wie ze willen.’

Dat de regio Sicilië veel te weinig heeft gedaan met de negen miljard euro die ze de afgelopen zes jaar van de EU heeft gekregen, noemt ze een schande. ,,We krijgen nog één keer subsidie en die moeten we goed gebruiken om Sicilië klaar te stomen voor concurrentie met landen rond de Middellandse Zee. We hebben weinig tijd, maar we hebben een enorme natuurlijke rijkdom die nauwelijks wordt gebruikt. En we hebben de zee. De zee is niet alleen toerisme, maar ook visvangst, handel. Alles komt hier langs.’

De maffia, zo beklemtoont ze, is geen traditie. Het is een criminele organisatie die je als je deze op de goede manier aanpakt, kunt verslaan. ‘Het is een menselijk fenomeen met een begin, een leven en ook met een einde. Het probleem is het einde van de maffia te willen, ook op politiek niveau.’