De meteoriet vertelt

Toen de achtjarige Dava Sobel hoorde dat de aarde waarop zij woonde nog verre familieleden had, was ze verkocht. Haar jarenlange fascinatie met het zonnestelsel en zijn bewoners leidde tot een ‘biografie', simpelweg getiteld The Planets. Hierin werkt Sobel vanaf Mercurius, de planeet die het dichtst bij de zon staat, systematisch alle planeten af en komen in een telkens kort bestek alle hoogtepunten aan bod.

Sobel werd beroemd met haar boek Longitude, over de 18de-eeuwse klokkenmaker John Harrison, die een methode vond om de lengtegraad te bepalen op zee, en ze publiceerde vervolgens Galileo's Daughter op basis van zo'n honderd brieven van non Maria Celeste aan haar vader Galileo Galileï. Ook in The Planets is veel plaats ingeruimd voor wetenschapshistorie; de resultaten van recente onbemande missies naar de planeten en manen blijven onderbelicht.

Het is wel een speels boek geworden, omdat Sobel voor elk hoofdstuk een ander karakteristiek gezichtspunt koos om het verhaal te vertellen, de mythologie, de geschiedenis, sciencefiction etc. Tegelijk kreeg elk hoofdstuk een andere vertelvorm en een eigen stijl. Zo krijgen we de geschiedenis van Mars te horen uit de mond van de 4,5 miljard jaar oude meteoriet Allan Hills 84001, die in 2001 op slag wereldberoemd werd toen er bewijzen van vroeger leven op Mars in zouden zijn aangetroffen, een naar later bleek nogal omstreden conclusie. En de ontdekking van Uranus in 1781 komt aan bod in een lange, fictieve brief van Caroline Herschel, de zus van de ontdekker Sir William Herschel, en zelf een astronome van formaat.

Een prachtig hoofdstuk gaat over de aarde en over de ontdekking van onze eigen planeet; van Ptolemaeus via Columbus en Amerigo Vespucci tot aan het werk van Alfred Wegener die als eerste ontdekte dat de continenten bewegen. Helaas pakt Sobels keuze voor een bepaald gezichtspunt niet altijd even gelukkig uit, zoals het hoofdstuk over Jupiter, dat vol staat met astrologische nonsens en dat over Saturnus, waarin de verwijzingen naar de muziek der sferen wel erg dunnetjes zijn.

Sobel is - net als veel andere auteurs van populair-wetenschappelijke boeken - bang om de lezer af te schrikken: alle mogelijk als ingewikkeld ervaren achtergronddetails zijn samen met historische en mythologische weetjes verbannen naar een speciaal afsluitend hoofdstuk. Wie wél meer wil weten is dus gedoemd tot een voortdurend heen en weer bladeren.

Het grootste gemis van dit op zichzelf aardige boek is toch wel het gebrek aan illustraties, aan foto's van alle planeten en manen, kometen en planetoïden die aan de orde worden gesteld. Hoewel het tegenwoordig gewoonte is om boeken na verloop van tijd vergezeld te laten gaan van geïllustreerde edities, is een boek over de planeten - hoe prachtig geschreven ook - zonder de schitterende foto's die we tegenwoordig van zo ongeveer elk object in het zonnestelsel hebben een gemiste kans.

Dava Sobel: The Planets. Viking Publishers, 270 blz. euro 21,-

Dava Sobel: De planeten. Een reis langs de negen sterren van ons zonnestelsel. Ambo, 232 blz. euro 16,95