‘Chinese banken nog ondeugdelijk'

De grote Chinese staatsbanken, waar buitenlandse banken sinds enige jaren voor miljarden euro's aanzienlijke minderheidsbelangen in nemen, deugen nog steeds niet. Volgens een gisteren gepubliceerd rapport van het IMF opereren deze staatsbanken nog steeds alsof zij geen commerciële, maar staatsinstellingen zijn, die bij hun leningen de risico's niet inschatten en de kredieten evenmin op commerciële basis verstrekken.

Hoewel het IMF dat in zijn onderzoek over de jaren 1997 tot 2005 niet met zoveel woorden zegt, liggen politieke beslissingen dus nog altijd ten grondslag aan de kredietpolitiek van de grote Chinese staatsbanken. Zo kijken de banken bij hun leningen niet of hun klanten - die vrijwel allemaal staatsbedrijven zijn - wel winst maken. In China krijgen particuliere bedrijven nauwelijks krediet van de staatsbanken.

De autoriteiten in Peking hebben substantiële pogingen gedaan om de grote banken te hervormen, er is voor honderden miljarden euro's belastinggeld in gepompt om hun kapitaalsbasis te versterken, buitenlandse banken worden aangemoedigd er belangen in te nemen, maar dat neemt allemaal niet weg volgens het IMF dat de onbetrouwbaarheid over de cijfers die de banken over hun kredieten verstrekken blijft bestaan.

De vier grote staatsbanken zijn de Industrial & Commercial Bank of China (ICBC), de China Construction Bank (CCB), de Bank of China (BoC) en de Agricultural Bank of China. Samen zijn die voor 60 procent van alle kredieten in China. De CCB is als eerste Chinese bank naar de beurs in Hongkong gegaan, de BoC en de ICBC zouden dit jaar volgen. Met deze beursgangen beogen de Chinese autoriteiten de Chinese banken onder het westerse regime van bankieren te helpen brengen. Ook het toestaan van buitenlandse belangen heeft dat doel, terwijl de buitenlandse banken proberen voet aan de grond te krijgen op de binnenlandse Chinese bankenmarkt. Die moet conform de afspraken tussen China en de WTO eind 2007 opengaan.