Chávez is een winnaar

De regering-Bush probeert een verenigd front tegen het Venezuela van Chávez in het leven te roepen.

Maar de Verenigde Staten roeien tegen de stroom in.

Illustratie Cyprian Koscielniak Hugo Chávez, de winnaar van Latijns-Amerika Opinie: pagina 18 Koscielniak, Cyprian

Het was de zoveelste pr-stunt voor Venezuela: Vila Isabel, de sambaclub die hoofdzakelijk wordt gesponsord door de Venezolaanse overheid, won vorige week de hoofdprijs in de carnavalsoptocht van Rio de Janeiro. Een wagen met een reusachtige Simón Bolívar, begeleid door duizenden rijk gekostumeerde deelnemers die langs de weg trokken, droeg het winnende thema uit: de Latijns-Amerikaanse eenheid.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice riep afgelopen maand nog op tot “een verenigd front' tegen Venezuela, waarmee ze probeerde het aloude beleid voort te zetten om dat land te isoleren. Maar Washington roeit tegen de stroom in. De invloed van Venezuela in de regio neemt nog altijd toe, terwijl de VS zich in minstens een halve eeuw niet zo hebben weten te isoleren. Hoe komt dat?

Ten eerste is Venezuela een democratie - hoezeer het Bush-team ook zijn best heeft gedaan de nauwe betrekkingen van president Hugo Chávez met Cuba's Fidel Castro als bewijs van het tegendeel te gebruiken. De verkiezingen zijn transparant en waarnemers van de Organisatie van Amerikaanse Staten, het Carter Center en de Europese Unie hebben geen onrechtmatigheden geconstateerd. Er heerst vrijheid van meningsuiting. Nergens in de regio zijn de media van de oppositie zo krachtig en partijdig, en ze zijn onder Chávez niet gecensureerd.

Vanuit Latijns-Amerikaans standpunt bezien zouden de Venezolanen het recht moeten hebben om zonder bemoeienis van de Verenigde Staten hun eigen president te kiezen - ook als deze wel eens de Amerikaanse president beledigt. En de woede van Chávez tegenover Washington lijkt gezien vanuit het standpunt van de Latijns-Amerikanen terecht. Blijkens Amerikaanse regeringsstukken die zijn vrijgegeven in het kader van de wet op de vrijheid van informatie steunde Washington niet alleen passief maar ook actief de militaire staatsgreep die in april 2002 tijdelijk de gekozen regering van Venezuela omverwierp. In Washington heerst een “Monty Python'-houding over deze staatsgreep: “Niet zeuren over wie wie heeft vermoord.“ Maar in Latijns-Amerika wordt een militaire staatsgreep tegen een democratisch gekozen regering nog altijd als een ernstige misdaad beschouwd. Bovendien bleef Washington geld uittrekken om Chávez weg te krijgen en stelt het hem daartoe nog geregeld voor als een bedreiging van de democratie.

Bij een olieprijs van bijna 60 dollar per vat heeft Venezuela zijn financiële meevallers gebruikt om vrienden in de regio te maken. Toen Argentinië leningen nodig had om afscheid te kunnen nemen van het Internationaal Monetair Fonds, stelde Venezuela 2,4 miljard dollar ter beschikking. Venezuela kocht voor 300 miljoen dollar staatsobligaties van Ecuador. Washington heeft van oudsher een enorme invloed op het economisch beleid in Latijns-Amerika door zijn zeggenschap over de voornaamste bronnen van krediet, waaronder het IMF, de Wereldbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank. Door de rol van Venezuela als nieuwe “laatste redmiddel' is deze invloed verminderd.

Het verzet van Chávez tegen de economische beleidsvisie van de “Club van Washington' heeft een willig oor gevonden in een gebied dat sinds 1980 zijn ergste langdurige economische malaise in een eeuw beleeft. Volgens het IMF is in Latijns-Amerika het inkomen per persoon de laatste 25 jaar met een schamele 10 procent gegroeid. Vergelijk dit met de 82 procent tussen 1960 tot 1980, voordat de meeste economische hervormingen uit Washington werden ingevoerd. En de regering van Venezuela heeft haar belofte gehouden om de olierijkdom met de armen te delen. Het merendeel van het land heeft inmiddels toegang tot gratis gezondheidszorg en gesubsidieerd voedsel, terwijl er meer geld aan onderwijs wordt besteed.

Terwijl Vila Isabel het carnaval in Rio won, werd in de VS intussen Connecticut de achtste Amerikaanse staat die deelneemt aan het programma van oliemaatschappij Citgo om armen met korting olie voor hun verwarming te verstrekken. Citgo is eigendom van de Venezolaanse overheid. In de strijd om de sympathie in de regio is Venezuela duidelijk aan de winnende hand.

Mark Weisbrot is verbonden aan het Center for Economic and Policy Research in Washington. © Los Angeles Times