Alliantie tegen Iran is erg fragiel

In Berlijn kwamen gisteren zes ministers bijeen om te proberen tot een gemeenschappelijke strategie jegens Iran te komen. Maar op een persconferentie na afloop werd meteen duidelijk dat de klokken niet gelijk lopen.

In de Wereldzaal van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken was gistermiddag de ‘wereldpers' bijeen om een wereldwijde demonstratie van eensgezindheid te registreren. Zes ministers van Buitenlandse Zaken probeerden Iran er, nog eens, toe te bewegen af te zien van het verrijken van uranium. Maar al na een paar minuten werd zichtbaar hoe fragiel het bondgenootschap is.

Het voorwerk was al in de nacht van woensdag op donderdag verricht in New York. De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties had Iran in een ‘verklaring van de voorzitter' opgeroepen om binnen 30 dagen de voorbereidingen voor de verrijking van uranium te staken. In het diplomatieke arsenaal van de Veiligheidsraad is een verklaring van de voorzitter een categorie lichter dan een resolutie, een nogal vrijblijvend instrument.

In Berlijn bogen de ministers van Buitenlandse Zaken van China, Rusland, de Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië zich onder Duits voorzitterschap over de vraag: wat gebeurt na dertig dagen? Wat te doen als Iran niet luistert? Hoe relevant die vraag is, had Iran al duidelijk gemaakt. Iran noemde de verrijking van uranium ‘onomkeerbaar’, de eisen van de Veiligheidsraad ‘misbruik van international procedures’.

De VS en de Europese Unie proberen Iran er al sinds 2003 toe te bewegen delen van het atoomprogramma die kunnen leiden tot een militaire toepassing (kernwapen) stop te zetten. Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland namen destijds het initiatief, onder andere om aan te tonen dat veiligheidsvraagstukken in het Midden-Oosten ook met diplomatieke middelen opgelost kunnen worden. Duitsland speelt als niet-kernmacht overigens een opvallende rol in het Iran-vraagstuk. Bondskanselier Merkel is er, aldus Thomas de Maziere, chef van de kanselarij, ‘voortdurend mee bezig’.

Gisteren was minister Frank-Walter Steinmeier gastheer. Hij roemde de internationale eensgezindheid en vatte de boodschap voor Iran nog eens puntig samen. Iran heeft de keuze tussen ‘isolement’ en ‘onderhandelen’, zei hij. Hoe dat isolement eruit ziet bleef onduidelijk. De ministers hebben geen afspraken gemaakt over de toekomstige strategie. Steinmeier kon slechts melden dat de zes landen de komende weken contact met elkaar zullen houden.

In korte verklaringen onderstreepten de zes, gesecondeerd door de buitenland-coördinator van de EU, Javier Solana, dat het conflict over het atoomprogramma van Iran langs diplomatieke weg moet worden opgelost. Ook al deden de ministers hun best zo min mogelijk te zeggen, bondigheid en zorgvuldig gekozen taalgebruik konden niet verhullen dat een gezamenlijke oproep tot gesprek het maximaal haalbare aan eensgezindheid is.

De Amerikaanse minister Condoleezza Rice formuleerde met pit. Iran heeft volgens haar de keuze tussen ‘onderhandelen of confrontatie’. Jack Straw, Groot-Brittannië, koos dezelfde urgente toonzetting. ‘We hebben heel veel geduld met Iran gehad.’ Volgens Straw heeft Iran zich op het internationale protest verkeken. Als het land niet wil onderhandelen volgen sancties.

Maar de Chinese onderminister Dai Bingguo en de Russische minister Sergej Lavrov kozen gedecideerd andere accenten. Lavrov maakte meteen duidelijk dat Rusland niets voelt voor sancties. ‘In principe geloven we niet dat het probleem met sancties opgelost kan worden. We geloven wel in een gebalanceerde aanpak in overeenstemming met internationaal recht.’

Dai zou het liefste aan de handrem trekken. Iran is China's belangrijkste olie leverancier. Het Midden-Oosten is al een onrustige regio, zei hij, en het is niet verstandig die onrust aan te wakkeren. Het atoomprogramma van Iran is een ‘moeilijk probleem’. Een oplossing ‘vergt tijd, doorzettingsvermogen en wijsheid’.