Alle mannen willen verkleed als B.A. Baracus

Met zes lange roze jurken liep ik naar de paskamer. Opeens voelde ik de behoefte me nader te verklaren. Wat moest iemand als ik (spijkerbroek, zwarte jas) met zes roze jurken? “Ik moet als Tante Til, vandaar“, zei ik. “Van de Familie Knots.“ “O ja“, zei het meisje van de tweedehandswinkel.

Dit is het tweede verkleedfeest dat ik binnen een jaar geef. “Ik haat verkleedfeesten“, zegt iedereen als je vertelt dat je een verkleedfeest geeft. “Dat geeft niet, en kom toch maar verkleed“, is daarop mijn antwoord.

Feestjes zijn leuk, maar zoals mijn vriendin P. het laatste adequaat samenvatte: een feestje is toch vooral een beetje staan met wijn en zeggen: “En wat doe jij voor werk“?

Om die routine te doorbreken, helpen pruiken en matrozenkostuums. Dat realiseerde ik me toen ik met mijn broer een Russisch feest gaf, waarop één vriend als Lenin kwam (in zijn dode fase, dus liggend).

Het thema van het komende feest is: Televisie Voordat Nederland 3 Bestond. Een breed thema, maar toch willen alle mannen als B.A. Baracus. Ineens besef je dan wat al die lieve blanke jongens uit beschermde milieus wilden worden toen ze klein waren: een neger met zevenenveertig gouden schakelkettingen.

Voor mij gaat het ook om de bezwering van levendige jeugdfantasieën, dat ik als Tante “Kloddertje Roze' Til wil. Ik was vroeger namelijk doodsbang voor Tante Til. Ik geloof zelfs dat ik wegkeek van de televisie als zij in beeld kwam (en daar was redelijk wat voor nodig, om mij te laten wegkijken van de tv). Toen ik op internet opzocht hoe ze er ook alweer uitzag, was ik verbaasd. Ik herinnerde me een roze spook met een roze gezicht, roze haar en een heel enge, priemende kwast. Maar ze had rood haar. En een niet-bedreigende blauwe bril.

De blauwe bril is bemachtigd, roze verf ook. “Ik ga namelijk als Tante Til“, kon ik niet laten om tegen het meisje van de kunstbenodigdhedenwinkel te zeggen. “Van de Familie Knots.“

Ze keek me niet begrijpend aan.

“Van vroeger“, zei ik.

“Ik denk van voor mijn tijd“, zei het meisje. Ik voelde me een bejaarde die over Dorus en zijn motten begon.

Er zijn volwassen mensen die niet leefden toen Nederland 3 nog niet bestond.

Aaf Brandt Corstius