Wegwezen voor de auto zinkt

Hoe kom je levend uit een auto die te water raakt? Er zijn cursussen voor. Maar een zwembad met doorzichtig blauw water en instructeurs in de buurt is iets heel anders dan de paniek in het stikdonkere water van een kanaal.

'Aan de dood ontsnapt in Rotterdam. Taxichauffeur opgedregd.' Marcel Kok, instructeur van reddingsbrigade Noptunus in Emmeloord, houdt krantenartikelen met dreigende koppen in de lucht. Ik volg, samen met een groep ingenieurs van Gemeentewerken Rotterdam, een cursus 'auto te water'. De jongens van gemeentewerken zitten op oranje klapstoelen te luisteren. Ze zijn jong, stoer, gekleed in leren jasjes en allesbehalve bang. 'Kom maar op. Ik heb er zin in', zeggen ze tegen elkaar. Ik lach mijn zenuwen weg.

Kok spreekt de belangrijkste regels met ons door. Wat doe je als je te water raakt? Niet in paniek raken, vermoeden we. 'Dat is onzin', zegt Kok. 'Ik geef deze cursus al tien jaar, en als ik morgen met mijn auto de vaart in plons, kan ik ook niet rustig blijven.' Les één is volgens hem dat je niet wacht tot de auto zinkt. Ontsnappen via het raam is het beste. 'Tijdens de cursus zullen we wel oefenen wat je moet doen als de ramen niet opengaan. Ik hoop dat jullie dat nooit mee hoeven te maken.'

We vertrekken naar het zwembad. Daar ligt 'Henk', de instructiewagen. Geen echte auto, maar een zilverkleurige houten cabine die het water in gereden zal worden. De wagen loopt snel vol, anders duurt de cursus te lang. De mannen van gemeentewerken kijken beteuterd. 'Is dat alles?' Toch staan ze niet te springen om in de auto te gaan zitten. Ryan Lurfs, gekleed in hippe gympen en donkere jeans, is de eerste vrijwilliger. Zwaaiend verdwijnt hij onder het oppervlak. We gluren over de rand van het zwembad. Als hij zijn hoofd weer boven het water uitsteekt, grijnst hij breed.

De ene na de andere ingenieur laat ik voorgaan, tot ik er niet meer onderuit kan. Wiebelend over een smalle houten plank loop ik de cabine in. Instructeur Pieter-Otto Stoelinga komt naast me zitten. 'Het is niet erg om bang te zijn. Blijf rustig ademhalen. Kijk mij de hele tijd aan.' Er loopt een rilling over mijn rug. 'Klaar? Daar gaan we.' Met een flinke schok rijdt Henk naar beneden.

Het water stijgt snel tot onze lippen. Stoelinga legt zijn hoofd in zijn nek en ik doe hem na. We kunnen nu ademen in een kleine luchtbel, die nog een paar minuten in de auto blijft. Ik voel paniek opkomen. Een goede zwemmer ben ik niet, en ik kan nu niet meer terug. Door de ruit van de auto zie ik een van de jongens van de reddingsbrigade, die kan bijspringen als het misgaat. Het zwembadwater is doorzichtig blauw, buiten zou het stikdonker zijn. Mijn hoofd tolt. Dit voel je dus als je in het kanaal belandt.

'Slik een paar keer, om je oren te klaren', klinkt het dof. Ik zoek achter mijn rug naar de hendel van het portier. Er is niet veel kracht voor nodig om hem open te duwen. Nu pas vraag ik me af of de luchtbel niet verdwijnt als het portier open is. Waarom heb ik daar niet eerder aan gedacht? Ik hap naar adem, maar zie Stoelinga nog steeds rustig met zijn hoofd achterover in de bel zitten. Dan neem ik mijn laatste teug lucht en zet me af. Met een paar slagen ben ik boven. Op de kant staan de anderen te lachen. 'Waar bleef je?'

Ik ben opgelucht, maar het is nog niet voorbij. Stoelinga zit nog steeds in de auto, en hij moet door mij gered worden. Naar beneden duiken mag niet, in ondoorzichtig water loop je snel een hoofdwond op. Dus zak ik rechtstandig naar beneden om het andere portier open te maken. De auto ligt dieper dan verwacht. Als ik de deur open heb, moet ik terug omhoog voor lucht. De volgende stap is de drenkeling voorzichtig uit de auto te trekken. Het lukt niet. Na een paar pogingen kloppen de reddingszwemmers op het dak van de auto en zwemt Stoelinga zelf naar buiten. Ik heb iemand laten verdrinken. Hij is niet kwaad. 'Denk altijd eerst aan jezelf. Met nog meer drenkelingen schiet niemand iets op.'