Uruzgan-weigeraars aangepakt

Twee Nederlandse militairen zijn door het ministerie van Defensie geschorst, omdat ze weigeren mee te gaan met de missie naar de Afghaanse provincie Uruzgan. Dat bevestigde het ministerie gisteren.

De Commissie Onderzoek en Advies, een onderdeel van het ministerie, onderzoekt momenteel of er voldoende grond is om de twee te ontslaan. 'Het zal dan gaan om oneervol ontslag', zegt een woordvoerder van Defensie. 'Wij nemen de zaak hoog op. Het gaat hier immers om dienstweigering. Dat is een strafbaar feit.' Het ministerie heeft inmiddels aangifte gedaan tegen de twee.

Nederland stuurt vanaf augustus ongeveer 1.200 militairen naar de Uruzgan om aan de wederopbouw van het gebied mee te werken en voor de veiligheid van de inwoners te zorgen. De missie wordt gevaarlijk geacht vanwege stammen die met elkaar strijden en Talibaan-strijders.

Volgens de woordvoerder van Defensie zijn de militairen 'de eersten die niet meer willen doen aan de missie in Uruzgan. We hopen dat het daar bij blijft. Er zijn geen signalen dat er meer militairen twijfelen om mee te gaan.'

Berichten dat er enkele honderden militairen zouden willen weigeren om naar Uruzgan te worden uitgestuurd, noemt ook de militaire vakbond AFMP 'flauwekul'.

Volgens voorzitter Wim van den Burg is het wel begrijpelijk dat sommige mensen er de brui aan geven. 'De uitzendfrequentie voor bepaalde groepen militairen is zo hoog geworden, dat ze op een gegeven moment niet meer willen. De uitzendingen zijn een enorme inbreuk op je privé-leven. Aan de andere kant: dat weet je als je bij de krijgsmacht gaat werken. Er zijn daarnaast ook altijd 'flierefluiters die afhaken als het echt gevaarlijk wordt', zegt van den Burg.

De schorsing en het verwachtte ontslag van de twee militairen vindt de AFMP 'logisch'. 'Dienstweigering is een serieuze overtreding in het Wetboek van Militair Strafrecht. Een gevangenisstraf zou me niet verbazen', aldus van den Burg.