Tienduizenden Irakezen gevlucht

Meer dan 30.000 Irakezen zijn de afgelopen paar weken ontheemd geraakt als gevolg van het geweld tussen sunnieten en shi'ieten. Dat heeft de Iraakse regering gisteren gemeld.

In reactie op de aan sunnieten toegeschreven aanslag op de shi'itische Gouden Moskee in Samarra op 22 februari is het geweld tussen sunnieten en shi'ieten hoog opgelaaid. Alleen al in Bagdad zijn de lijken van honderden slachtoffers van wraakacties langs de straten gevonden. Tegelijk zijn duizenden gezinnen uit hun woningen gevlucht onder druk van gewapende mannen die hen aanzeggen te vertrekken op straffe van de dood.

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Migratie zijn in en rond Bagdad zeker 33.000 mensen uit hun woningen gevlucht na dreigementen van gewapende mannen die wijken zuiveren van shi'ieten dan wel sunnieten. De in Genève gevestigde Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) drukte eveneens gisteren haar bezorgdheid uit over de situatie die volgens haar nog steeds verergert.

Een inwoner van Latifiya, ten zuiden van Bagdad, die in de zuidelijker shi'itische stad Najaf zijn toevlucht heeft gezocht, zei dat tientallen sunnitische rebellen zijn woonbuurt hadden doorzocht en zijn twee broers hadden vermoord. Hij zei dat zijn buren onder de aanvallers waren. Een sunniet uit Bagdad was naar de sunnitische stad Tikrit gevlucht nadat hij ervan getuige was geweest dat shi'itische militiestrijders een goede vriend doodschoten. 'Ik wist dat ik als volgende aan de beurt was. Dus vluchtte ik met mijn gezin naar Tikrit, dat een veiliger plaats is voor sunnieten.'

Intussen zit het beraad over een nieuwe coalitieregering vast. Een van de grootste problemen is op dit moment de voordracht door de shi'itische Verenigde Iraakse Alliantie (de grootste partij in het parlement) van premier Jaafari voor een nieuwe ambtstermijn. Koerden en sunnieten hebben om uiteenlopende redenen grote bezwaren tegen Jaafari, en de Verenigde Staten, die zware druk op de partijen uitoefenen om een regering van nationale eenheid te vormen, proberen de shi'ieten ertoe te bewegen Jaafari te vervangen. Jaafari sprak gisteren tegenover de New York Times in dit verband van 'een bedreiging van het democratisch proces'.