Perspectief voor stadgenoten Milaan

De tweede speelavond van de kwartfinales in de Champions League is redelijk goed verlopen voor twee Milanese voetbalclubs. AC Milan speelde in Frankrijk met 0-0 gelijk tegen Olympique Lyon en Internazionale versloeg op eigen veld het Spaanse Villarreal met 2-1.

Lyon is dit seizoen nog ongeslagen is in de Champions League. Zonder de geschorste Braziliaanse spelverdeler Juninho had Lyon in de beginfase de grootste moeite zijn draai te vinden. In het openingskwartier ontsnapte het tot drie keer toe aan een achterstand. Sjevtsjenko stuitte bij de mooiste kans op doelman Coupet. Lyon herstelde en kwam langzaam onder de druk uit. Pedretti, de vervanger van Juninho, verraste bijna doelman Dida met een vrije trap, Carew verprutste een kopkansje.

Milan, zonder de geblesseerde Stam maar met Seedorf in het basiselftal, had in het begin van de tweede helft moeite het enthousiaste Lyon bij te benen. Carew en Tiago verzuimden geklungel in de Milanese defensie af te straffen, Pedretti mikte de bal uit een vrije trap in de muur en Diarra schoot naast. Al dat enthousiasme, goed voor zestien schoten richting doel (tegenover vier voor Milan), mocht niet baten. Tiago kwam nog het dichtst bij een treffer, maar Dida tikte de bal onder de lat weg.

Milan beperkte zich tot enkele counters maar had de beste kansen op de overwinning. De Italiaanse ploeg opereerde zonder de geblesseerden Stam en Cafu. Maar met de bijna 40-jarige Costacurta.

Olympique Lyon is met vier landstitels op rij al enkele jaren onklopbaar in de Franse competitie. Ook nu weer stevent de club, ondanks een 1-1 gelijkspel afgelopen weekeinde thuis tegen Toulouse, op het kampioenschap af. Lyon heeft negen punten voorsprong op Girondins de Bordeaux; een vijfde opeenvolgende titel zou een Frans record zijn.

Toch reiken de ambities van de kapitaalkrachtige voorzitter Jean-Michel Aulas veel verder. Hij wil ook scoren in Europa. Lyon werd de afgelopen twee seizoenen in de Champions League telkens uitgeschakeld, vorig jaar nog door PSV. Gérard Houllier kreeg als nieuwe oefenmeester de opdracht mee dit seizoen minstens de halve eindstrijd van de lucratieve clubcompetitie te halen. En eigenlijk droomt Aulas van de finale, al was het maar omdat die in het Stade de France in Parijs wordt gespeeld.

Toen Aulas in 1987 Lyon overnam, was het een provinciaal clubje in de derde divisie met een budget van iets meer dan vijf miljoen euro. Inmiddels werkt Olympique met een begroting van 115 miljoen euro, mede dankzij het nieuwe televisiecontract met betaalzender Canal+. Die betaalt dit jaar en de komende twee seizoenen telkens 600 miljoen euro voor de beelden van de Ligue 1, wat de Franse competitie de op een na duurste competitie van Europa maakt, na de Engelse Premier League.

Met het extra geld kon Lyon deze zomer het team bijeenhouden en Houllier aantrekken. En voorzitter Aulas wil nog verder. Hij heeft plannen voor een nieuw stadion in de buitenwijk Vénissieux, met 80.000 plaatsen twee keer zo groot als het huidige Stade de Gerland. Daarvoor wil Aulas 40 miljoen euro via een beursgang binnenhalen. De Franse minister van Sport, Jean-François Lamour, veranderde begin dit jaar een wet die voetbalclubs verbood naar de beurs te gaan.

Internazionale won (2-1) weliswaar van Villarreal, maar draagt de last van een tegendoelpunt met zich mee. De wedstrijd begon enerverend, want binnen een minuut stond Villarreal op voorsprong door een doelpunt van Forlan.

De reactie van Inter volgde snel en kwam van Adriano, die zes minuten later gelijk maakte. De Italiaanse ploeg leefde op, ging beter voetballen maar slaagde er niet in afstand te nemen. Tien minuten na rust had invaller Martins wel succes en bracht Inter op voorsprong: 2-1.