Nominatie Iraakse weblog

Het weblog 'Baghdad burning' staat op de longlist voor de Samuel Johnson literatuurprijs, een onderscheiding voor non-fictie van de Britse publieke omroep.

In augustus 2003 begon een jonge Iraakse vrouw een weblog over de oorlog in Bagdad, onder het pseudoniem Riverbend. Droog en gedetailleerd beschrijft zij het leven in de belegerde stad. Het eerste jaar van dit weblog is in boekvorm uitgegeven door de Amerikaanse Feminist Press en het Britse Marion Boyars.

Het boek won vorig jaar de derde prijs in de Duitse Ulysses Lettre Award, een onderscheiding voor journalistieke en literaire reportages. De jury prees haar 'observatievermogen, intelligentie en buitengewone taalvaardigheid.'

De ware identiteit van Riverbend is onderwerp van verhitte speculatie op het web. Haar vader zou een prominente Ba'aht-aanhanger geweest zijn, een ambassadeur voor Saddam wellicht. Boze tongen beweren zelfs dat Riverbend niet echt bestaat. Haar vloeiende Amerikaans-Engels is té perfect, zelfs voor een Iraakse die in de VS naar school is geweest. Hier pleit tegen dat de inleiding van de Amerikaanse uitgave is geschreven door de gerenommeerde onderzoeksjournalist James Ridgeway van het New Yorkse weekblad The Village Voice. Hoe prijzengeld en royalty's naar 'Riverbend' gesluisd worden, wil haar Britse uitgever niet zeggen. 'Sorry, maar dat gaat u helemaal niets aan', aldus een medewerker van uitgeverij Marion Boyars.

Enkele citaten van Riverbend:

'De meeste auto's hadden eenvoudige, smalle houten doodskisten op het dak, in afwachting van zoon, dochter of broer. Een radeloze vrouw in een zwarte abaya worstelde om binnen te komen, terwijl twee verwanten haar tegenhielden. (...) En hoewel het verrassend heet was die dag, trok ik aan mijn mouwen om mijn plotseling koude vingers te bedekken.' (28 maart 2006)

'T. speelde tevergeefs met haar mobiele telefoon, waarmee ze een bericht naar een vriend probeerde te sturen. 'Hé, er is geen dekking hier... is het alleen mijn telefoon?', vroeg zij. J. en ik pakten onze telefoons en controleerden deze. 'Mijne werkt niet ook niet...', antwoordde J. hoofdschuddend. Zij draaiden zich beiden naar mij en ik zei dat ik ook geen signaal kreeg. (...) J. fronste haar wenkbrauwen en zette de radio uit. 'De laatste keer dat dit gebeurde,' zei zij, 'werd dit gebied overvallen.' Het was plotseling stil in de kamer en wij spitsten onze oren. Niets. Ik kon een generator horen een paar straten verderop, en ik hoorde ook het verre blaffen van een hond - maar er was niets ongewoons.' (11 februari 2006)