Maantjes van 100m in ring Saturnus

Maantjes van 100m in ring Saturnus Rotterdam, 30 maart. Propellervormige structuren in de ring van Saturnus wijzen op de invloed van micromaantjes van ruwweg honderd meter groot, zo melden Amerikaanse astronomen vandaag in Nature. De opmerkelijke structuren, gevonden op opnamen van de Saturnusverkenner Cassini, zijn het gevolg van lokale dichtheidsveranderingen in het ringmateriaal als gevolg van de aantrekkingskracht van de minimaantjes. De astronomen schatten hun totale aantal in de gehele Saturnusring op tien miljoen. Hun aanwezigheid ondersteunt de theorie dat de ring van Saturnus is ontstaan na het uiteenvallen van een veel grotere ijsmaan in fragmenten van zeer uiteenlopende afmetingen. De kleinste gefotografeerde Saturnusmaantjes zijn enkele kilometers groot, maar de optische eigenschappen van de ring wijzen er op dat er ook brokstukken van centimeters tot meters groot moeten rondcirkelen. De resolutie van de rechteropnames is 52 meter per pixel. Foto NASA This collection of Cassini images provided by NASA Wednesday March 29, 2006 provides context for understanding the location and scale of propeller-shaped features observed within Saturn's A ring. The left-hand panel provides broad context within the rings, and shows the B ring, Cassini Division, A ring and F ring. The center image is a closer view of the A ring, showing the radial locations where propeller features were spotted. The propellers appear as double dashes in the two close-up discovery images at the right and are circled. The unseen moonlets, each roughly the size of a football field, lie in the center of each structure. These two images were taken during Saturn orbit insertion on July 1, 2004, and are presented here at one-half scale. Imaging scientists believe the "propellers" provide the first direct observation of the dynamical effects of moonlets approximately 100 meters (300 feet) in diameter. The propeller moonlets represent a hitherto unseen size-class of particles orbiting within the rings. (AP Photo/NASA) Associated Press