Gigant Ahold werd een dwerg

Hoewel Ahold-topman Anders Moberg geen van zijn doelstellingen haalt, denkt hij niet aan opstappen. Aandeelhouders lijken ook niet op zijn vertrek aan te sturen. 'Je moet managers op de lange termijn afrekenen.'

Topman Anders Moberg was zo ongeveer de laatste die volhield dat hij zijn drie belangrijkste doelen van zijn herstelplan dit jaar zou halen. Een half jaar geleden vertelde de baas van supermarktbedrijf Ahold in een interview met deze krant een 'slecht verliezer' te zijn. Gisteren moest de Zweed zijn nederlaag erkennen.

Dit jaar toch geen 5 procent omzetgroei, geen 5 procent marge en geen 14 procent rendement op het vermogen voor de supermarktketens, zoals Moberg bijna drie jaar geleden beloofde bij zijn komst. Hij was toen de opvolger van Cees van der Hoeven, die moest vertrekken na de ontdekking van de boekhoudfraude.

Misschien is Moberg met de drie doelstellingen toen met opzet te positief geweest, zegt analist Fernand de Boer van ING. 'Om een beter verhaal te hebben voor de grote aandelenemissie die kort erna werd gedaan. Ze wilden ook ergens naar toe kunnen werken.'

De Boer vindt Moberg een goede retailer, maar de Ahold-topman heeft zich verkeken op de wendbaarheid van zijn organisatie. 'Dit bedrijf is jaren door Van der Hoeven gestuurd op 15 procent winstgroei per aandeel per jaar. Om dat om te schakelen is tijd nodig.' Hij verwijst naar de Amerikaanse concurrent Kroger. Die keten verloor eind jaren negentig terrein, omdat het net als Ahold alleen op winstgroei stuurde. Na een strategiewijziging in 2000 duurde het tot vorig jaar voordat Kroger weer goede resultaten liet zien.

Als dat nodig was, schroefde Van der Hoeven de winstmarge iets op, zegt De Boer. 'Je ziet dat bijvoorbeeld hun Stop & Shop in de Verenigde Staten nog steeds zoekt naar het juiste evenwicht tussen omzet, winstmarge en reclameuitgaven.' Hoeveel moet de omzet stijgen om de lagere prijzen te compenseren en hoeveel winst leveren promotieacties uiteindelijk op. 'Ze spelen dat spel daar nog niet goed', meent De Boer.

Moberg geeft hem deels gelijk. De Ahold-topman merkte gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers op dat zijn Amerikaanse supermarkten in veel opzichten kunnen leren van het Nederlandse Albert Heijn, dat vorig jaar het best presterende onderdeel was van Ahold.

Moberg somde een lange reeks problemen op bij zijn grootste supermarktketen Stop & Shop: te hoge prijzen, niet de juiste reclameacties, niet de goede assortimenten en te weinig huismerkproducten. Problemen die Albert Heijn de afgelopen jaren met succes oploste.

De Boer vindt ook dat Ahold het tij niet mee heeft. Overal is de concurrentie heftig. Hij berekende onlangs dat slechts twee van de negen grote supermarktenbedrijven in de VS bijvoorbeeld een winstmarge heeft van 5 procent. 'Je moet gewoon realistisch zijn. Dit is een heel moeilijke branche. Die 5 procent is een heel lastige doelstelling.'

De Boer vindt Moberg eigenlijk wel een goede retailer. Zelfs directeur Peter Paul de Vries van de vaak kritische Vereniging van Effectenbezitters (VEB) is mild. Ondanks dat Moberg zijn drie financiële doelen niet haalt, vraagt De Vries straks op de aandeelhoudersvergadering niet om het aftreden van de Ahold-baas. 'Je moet managers op de lange termijn afrekenen. Als 't dan niet lukt, moet misschien iemand anders het doen.'

Moberg zegt niet aan aftreden te hebben gedacht. 'Ik heb mijn best gedaan. Maar het heeft nu eenmaal langer geduurd om dit bedrijf te repareren', zei hij gisteren. 'Ik had sneller moeten handelen.'

Grootste probleem ligt in de VS. Vanaf deze week volgt Stop & Shop een nieuwe strategie. Als die niet genoeg oplevert heeft, denken veel deskundigen dat Ahold de Amerikaanse supermarkten zal verkopen. Ook omdat de kleinere Tops heel matig presteert. Vorig jaar daalde de omzet 4 procent en bedroeg de winstmarge 1,4 procent, nog lager dan de 2,2 procent uit 2004.

Ahold liet gisteren doorschemeren dat ook de winkels in Midden-Europa kandidaat zijn om te worden afgestoten. Het bedrijf boekte vorig jaar in Polen, Tsjechië en Slowakije een negatief bedrijfsresultaat van 44 miljoen euro. Opnieuw noemt het management de agressieve concurrentie en stroom nieuwe winkels die het de Ahold-supermarkten moeilijk maken. Prijsverlagingen en hogere reclameuitgaven waren de oorzaken van een negatieve winstmarge van 2,5 procent vorig jaar.

Als het concern besluit de Amerikaanse en Midden-Europese onderdelen te verkopen, blijft er van Ahold (omzet 44,5 miljard euro) weinig over. Van de supermarkten resteert alleen Albert Heijn en de meerderheidsbelangen in Schuitema (C1000) en het Scandinavische ICA. Na afstoten van de VS en Midden-Europa zou Ahold een groothandel worden, want dan komt 15 van de 25 miljard euro omzet van het Amerikaanse US Foodservice.

Een dergelijk scenario is voor De Vries heel reëel. 'Het ligt nogal in de rede om de Amerikaanse supermarkten af te stoten. Na de cijfers van gisteren is de kans een stuk kleiner dat Ahold bij elkaar blijft.'