Geslik in de marge

Een pil tegen Alzheimer heeft enige invloed op het functioneren van patiënten, aldus een studie in The Lancet. Maar dat betekent nog lang niet dat zo'n medicijn ook echt de moeite waard is.

Patiënten met ernstige Alzheimer, die in Zweden in verpleeghuizen wonen, gaan weer een beetje vooruit, of gaan minder hard achteruit als ze donepezil slikken. Dat meldde het Britse medisch-wetenschappelijke tijdschrift The Lancet eind vorige week in een op zijn website gepubliceerd artikel. De ernstig demente Alzheimerpatiënten gingen qua kennis vooruit en functioneerden ook iets beter in het dagelijkse leven. Goed nieuws dus, zo stelden de Zweedse onderzoekers.

Maar een commentator in The Lancet brandt het artikel af. De Canadese geriater David Hogan van de universiteit van Calgary schrijft dat hij er geen spat van gelooft dat de verbeteringen die de Zweden met hun wetenschappelijke statistiek aantonen ook in de praktijk waarneembaar zijn. Familie en verzorgers zullen er niets van merken als een ernstige Alzheimerpatiënt donepezil slikt. Dat is trouwens ook het geval bij de pillen die op de markt zijn voor lichte tot matige Alzheimer.

En er is nog iets. Een ethische kwestie. De onderzoekers zeggen dat het goed is om de al zeer afwezige patiënten donepezil te geven als het de Alzheimer verlicht en tegelijk het leven níet verlengt. Dat laatste gebeurt ook niet, schrijven de onderzoekers, onder verwijzing naar een publicatie.

Maar die publicatie berust op een veel te kleine en onnauwkeurige studie, hoont Hogan. Een groter en kwalitatief beter onderzoek in een verpleegtehuis liet duidelijk minder sterfte onder de donepezilslikkers zien, maar die wordt niet genoemd. Zelfs in hun eigen studie lijkt het er op dat de placeboslikkers eerder overlijden dan de donepezilgebruikers, analyseert Hogan.

Wat verwacht Hogan eigenlijk van dit type onderzoek, dat volgens standaard regels wordt verricht en dat betaald is door de donepezilfabrikant (Pfizer)? In onderzoek naar dementietherapie moeten we streven naar betekenisvolle uitkomsten, op grond waarvan de dokter behandelingsbeslissingen kan nemen. En op grond waarvan in de echte maatschappij beslissingen mogelijk zijn. Onderzoek als dat The Lancet nu publiceert, daar kan de maatschappij niets mee, lijkt Hogan te zeggen.

Hij schrijft: 'voor een onderzoek begint moeten we definiëren wat voor een individuele patiënt een klinisch belangrijk resultaat is'.

Dat is een resultaat op grond waarvan je kunt beslissen of je een pil neemt of niet, en of hij betaald wordt door de verzekeraar, of niet. Als we dat niet gaan doen, besluit Hogan, 'dan zijn we gedoemd tot nooit-eindigende discussies over de betekenis van de theeblaadjes op de bodem van een theekopje'.

In feite, maar Hogan schrijft het niet, is dit een pleidooi voor met 'publiek geld' gefinancierd onderzoek, zodat de maatschappij bepaalt wat er wordt onderzocht. Vorige week werd bekend dat de afgelopen tien jaar het aandeel van door de industrie betaald onderzoek flink is toegenomen. En dit is het resultaat.

Wim Köhler