Eeuwige strijd tussen hoofd en hart

Vinnig discussiëren de grote denkers René Descartes en Blaise Pascal over wetenschap en geloof. Morgen gaat in de Utrechtse Janskerk een eenakter in première over een fictieve 17de-eeuwse ontmoeting in een Parijse kloostercel.

Blaise Pascal (1623-1662) Blaise Pascal (1623-1662), mathématicien, physicien et écrivain français. Gravure de Gérard Edelinck (1640-1707). FA-46304 Roger-Viollet

. 'De wetenschap doet ons onze zwakte uit het oog verliezen, waarin onze grootheid juist gelegen is.'

'Maar wat zegt u nu, mijnheer?... Als wij een grootheid hebben, dan is ze volgens mij gelegen in de soevereine beoefening van het denken. Dáárin, ja, en nergens anders.'

Het is 24 september 1647, de avond valt over Parijs. In een eenvoudige cel in het klooster der Minderbroeders, nabij Place Royale, discussiëren twee grote geesten op het scherp van de snede. René Descartes, 51 jaar oud, een van de grootste denkers van zijn tijd, de man van 'ik denk dus ik besta' en degene die lichaam en geest scheidde, neemt het op tegen de dan 24-jarige Blaise Pascal, uitvinder van de eerste rekenmachine, onderzoeker van het vacuüm en auteur van de Pensées.

De ontmoeting tussen de gevierde filosoof en het aanstormende talent begint beleefd. Maar al snel komt het gesprek op de grenzen van het denken en ontstaat een vinnig debat. Descartes gelooft heilig in de kracht van de Rede, in de zekerheden die de wetenschap verschaft, in de toleranties die hij in Nederland heeft leren kennen. De ziekelijke Pascal daarentegen stelt dat wetenschap onze onwetendheid vergroot en de mens tot hoogmoed drijft. Voor hem telt enkel de eeuwigheid.

Descartes: 'Het systeem van de wereld is misschien een systeem van getallen. Zou het voor u aanstootgevend zijn dat te denken?'

Pascal: 'Als iemand het kan, bent u dat, mijnheer, maar het oneindige is al evenmin in getallen te vatten als de eeuwigheid.'

Descartes: 'Wat mij betreft, nadenken over de dood, het oneindige en de eeuwigheid is een bezigheid die mijn verstand te boven gaat. Ik verdoe de weinige tijd en vrijheid die me resten liever niet met het ontwarren van dergelijke ingewikkeldheden.'

De (fictieve) ontmoeting in de Parijse kloostercel vormt het onderwerp van een opmerkelijk toneelstuk: De Heer Descartes en de jonge Pascal. Een ontmoeting. Deze eenakter uit 1994, geschreven door Jean-Claude Brisville, is in opdracht van de Radboudstichting in het Nederlands vertaald. Morgen is de première in de Utrechtse Janskerk. Acteurs zijn Paul Cobben, Tilburgs hoogleraar geschiedenis van de wijsbegeerte, en de van origine Poolse regisseur en acteur Redbad Klijnstra.

Aanleiding voor de opvoering is de Alfrinklezing, een tweejaarlijks publieksevenement dat in het teken staat van de verhouding tussen christendom en hedendaagse cultuur. Initiatiefnemer is Frans Maas, docent theologie in Tilburg en voor de Radboudstichting bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. 'Het thema van de eenakter is opmerkelijk actueel', zegt hij. 'De ontmoeting tussen Descartes en Pascal weerspiegelt de complexe verhouding tussen het hoofd en het hart, tussen weten en geloof, tussen orde en existentie. Het gaat om de fricties tussen de westerse gevestigde morele orde en de met religie verbonden urgenties van het bestaan. Ze sluiten elkaar absoluut niet uit, maar zijn ook niet zonder meer congruent.'

Descartes: 'Met geloof neem ik geen genoegen, ik wil weten. Zou dat in uw ogen een zonde zijn?'

Pascal: 'Het al dat ik ambieer gaat de wiskunde te boven.'

'Pascal houdt de menselijke existentie van lichaam en ziel bijeen', zegt Maas. 'Maar hij ziet een afgrond tussen de eindige mens en de eindeloze ruimten van het heelal, beeld voor de Oneindige. In het theaterstuk ligt de sympathie bij de ruimte en de tolerantie van Descartes. De existentiële keuzes van Pascal maken hier een wat verbeten indruk. Dat is in deze tijd niet anders. De redelijkheid van het hart kent niet alleen mededogen maar ook nietsontziende hardvochtigheid. Religieuze gedrevenheid kan ontaarden in blind fanatisme.'

Of Descartes en Pascal ooit werkelijk over levensbeschouwing hebben getwist, is onbekend. Zeker is dat ze elkaar op 24 september 1647 hebben ontmoet, bij Pascal thuis.

De publieke belangstelling voor De Heer Descartes en de jonge Pascal is groot: alle kaarten voor de opvoering van morgen in de Janskerk zijn weg. Maar er komt een herkansing. De Universiteit Utrecht was zo enthousiast over het initiatief van de Radboudstichting dat ze de eenakter in het komende lustrumprogramma heeft opgenomen. Op 28 april treden beide titanen in het Schillertheater opnieuw tegen elkaar in het strijdperk (www.uu.nl/lustrum).

Descartes: 'Ik geloof dat u de zaken dramatiseert. Men kan zijn heil veiligstellen zonder dat de wetenschap daaronder hoeft te lijden. Een goed christen zijn en toch geïnteresseerd in de meetkunde.'

Pascal: 'Ik geloof dat u Hem deduceert, mijnheer, u ziet Hem niet. Voor u is Hij een principe, en in mij een vuur. U denkt Hem, ik voel Hem. Dat is het hele verschil.'

Descartes: 'Akkoord!'

Zie ook: www.radboudstichting.nl.