De ontsnapping van Rini Wagtmans

Vandaag verschijnt de biografie Ongekend van oud-wielrenner Rini Wagtmans.

Hoe een bizarre jeugd in Sint-Willebrord leidde tot een levenslang gevecht.

Vijfde en zesde eindigde Rini Wagtmans in de Tour van 1969 en 1970. Hij was de buurjongen van Wim van Est en het neefje van Wout Wagtmans, beroemde renners uit de jaren vijftig. Hij droeg één keer de gele trui, won drie etappes. In de Tour van 1971 initieerde hij, als meesterdaler, in de afdaling van de Merlette een ontsnapping die leidde tot de zege van kopman Eddy Merckx. Hij moest kort daarna, 26 jaar oud, stoppen door hartproblemen.

Tegenwoordig vertelt Wagtmans (59) zijn verhaal in gevangenissen, als ambassadeur van de stichting Exodus, die gedetineerden helpt bij terugkeer in de maatschappij. De oud-renner toont het gezelschap een gele trui, een oude, van neef Wout. 'Die van mij, de echte, hangt thuis in de gang.' Biograaf Peter Ouwerkerk beschrijft prachtig een bezoek aan Schutterswei, een Rijksinrichting voor Preventieven en Arrestanten in Alkmaar. Wielercarrière of gele trui, het zegt de meeste gevangenen weinig. Toch worden ze gegrepen door het verhaal van Wagtmans.

Marinus Cornelis Wagtmans wordt vlak na de oorlog geboren als tweede in een gezin met vijf kinderen in Sint-Willebrord, van oudsher een bolwerk van wielrenners en smokkelaars in de Brabantse grensstreek. Vader Cees Wagtmans heeft niet voor niets de bijnaam Smokkeltje. De jonge Rini hoort de avonturen van Van Est en neef Wout uit de eerste hand. Logisch dat ook hij wielrenner wil worden.

Achter dit jongensboekverhaal schuilt een bizarre werkelijkheid. Rini Wagtmans deinst in Ongekend nergens voor terug. Hij vertelt over zijn vader die het geld opmaakt aan alcohol, en slaat. Over zijn moeder, die vijf kinderen krijgt van drie verschillende mannen. Maar het kan nog erger. Vader misbruikt zijn gehandicapte dochter en belandt in de gevangenis. Later zal Rini horen dat zijn moeder zich vergreep aan zijn broertje. Terwijl Smokkeltje in de gevangenis zit, vlucht zijn moeder naar België. De vijftienjarige Rini helpt spullen inladen, tot ineens zijn koffertje uit de auto wordt gegooid. Hij mag niet mee, tot ziens!

Wagtmans vindt onderdak bij zijn tante Koske en begint een gevecht om een beter bestaan. Hij ziet één manier om aan de armoede te ontsnappen: de fiets. Makkelijk gaat het niet. Hij trouwt op z'n negentiende, krijgt kinderen en wordt ongewild baas in het bedrijf van zijn overleden schoonvader, met 350 man personeel. Hij zit jarenlang in de schulden. Toch gaat hij de strijd aan met de groten van zijn tijd: Peter Post, Jan Janssen. Na twee goede jaren in de Tour wordt hij gevraagd voor de ploeg van Eddy Merckx. Maar tot een overwinning in de Tour komt het nooit. In 1973 valt hij zomaar een paar keer om. 'Je bent zwaar hartpatiënt', constateert de dokter. Einde carrière.

Wagtmans blijft vechten. Hij gaat succesvol in zaken, wordt ploegleider en bondscoach, zelfs politicus. Hij steunt jonge wielrenners als Johan van der Velde en Bert Oosterbosch, bezoekt gevangenen en bejaarden.

Waar hij ondanks zijn hartproblemen de energie vandaan haalt? Wagtmans wil het per se beter doen dan zijn eigen ouders. Vandaar dat hij niet blijft hangen in haat. Als coureur laat hij zich masseren door vader Smokkeltje, ondanks alles wat er in zijn jeugd gebeurde. Hij blijft zich bekommeren om zijn moeder, die hem als jochie in de steek liet. Het is haast niet voor te stellen.

Ongekend. Rini Wagtmans van straatjongen tot ridder. Auteur: Peter Ouwerkerk. Uitgeverij: De Geus. Prijs: 19,90 euro.