Ze zijn van belang, maar de universiteit wil ze sluiten

Universiteiten willen van hun wetenschapswinkels af.

Maar Brussel vindt dat andere landen van de winkels kunnen leren.

Het opheffen van vier wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen levert een besparing van 300.000 euro op. Het bestuur van de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen wil de winkels nu sluiten.

Groningen staat niet alleen. Begin dit jaar is de wetenschapswinkel van de Vrije Universiteit Amsterdam in stilte opgeheven. De wetenschapswinkel Maastricht is de laatste jaren sterk ingekrompen. Leiden en de Universiteit van Amsterdam hebben al veel langer geen wetenschapswinkel meer. In Nijmegen heet de wetenschapswinkel nu Kennistransfer “Onderzoek & Maatschappij'.

“De belangrijkste verandering is dat deze nieuwe afdeling in Nijmegen profijt moet opleveren'', zegt Tim van der Avoird, voorzitter van het Landelijk Overleg Wetenschapswinkels. “Het gaat niet alleen om financieel profijt. Een goede uitstraling of gunstige publiciteit tellen ook.“

Onderzoek dat maatschappelijk relevant is, maar de universiteit financieel niets oplevert, wordt daardoor ondergesneeuwd. “Nijmegen' past in zijn huidige vorm eigenlijk niet meer op het lijstje van wetenschapswinkels, meent Van der Avoird. Een vergelijkbare ontwikkeling speelt op de universiteiten van Eindhoven en Utrecht.

In Eindhoven zijn wetenschapswinkels ondergebracht bij het zogeheten Innovation Lab dat de samenwerking met het midden- en kleinbedrijf moet gaan bevorderen. In Utrecht is een servicedesk opgezet die opdrachten van bedrijven doorgeeft aan wetenschapswinkels. Caspar de Bok, hoofd van de Wetenschapswinkel Biologie in Utrecht: “Ik heb geen principiële bezwaren tegen zo'n loket, maar het moet duidelijk zijn dat niet alle wetenschappelijk onderzoek zichzelf kan bedruipen. Een belangrijke functie van wetenschapswinkels is dat ze minder draagkrachtige groepen toegang verschaffen tot de universiteit.“

De wetenschapswinkels zijn een bedreigde diersoort, zegt Van der Avoird. Terwijl de Europese Commissie Nederland op dit vlak een voortrekkersrol heeft toebedeeld. Science shops kunnen helpen om de burger voor wetenschap warm te laten lopen, schreef “Brussel' onlangs nog in een ambtelijk rapport. Van Nederland valt te leren, is de gedachte.

Caspar de Bok coördineert een Europees programma om wetenschapswinkels te helpen opzetten in Oost-Europa, Spanje en Griekenland. De Europese Unie heeft in het project 400.000 euro gestoken. De Vlaamse overheid heeft eind vorig jaar besloten dat er wetenschapswinkels moeten komen aan alle universiteiten.

“Bij Nederlandse universiteitsbesturen staat wetenschappelijke verantwoordelijkheid of dienstverlening niet al te hoog meer op de agenda'', zegt Van der Avoird. “In de politiek is kennisvalorisatie het modewoord. Daarbij gaat het niet alleen om geld verdienen. De minister beoogt ook maatschappelijke valorisatie. Probleem is dat zij zich niet wil bemoeien met de manier waarop universiteiten dat invullen.“