Wall Street zag het al

De vorige keer dat de Europese fusie- en overnamesector bloeide, zaten de eersteklaslounges op het New Yorkse vliegveld JFK vol met Wall Street-talenten die wilden gaan waar de actie was. Veel van de grootste zakenbanken lieten functionarissen verkassen naar Europa om achter de grote transacties aan te jagen en nieuwe activiteiten te ontplooien. Tot de wereldreizigers van de vorige Europese bloeiperiode behoorden Wall Street-coryfeeën als Citigroups hoofd bankzaken Michael Klein, Goldmans chef mondiale fusies Gordon Dyal en een van Morgan Stanley's hoogstgeplaatste vrouwelijke bankiers, Ruth Porat.

Deze keer blijven de Amerikaanse bankiers echter op hun stek. Waarom? Absoluut niet wegens een gebrek aan actie. Er was dit jaar al voor meer dan 400 miljard dollar aan aangekondigde overnames van Europese bedrijven, aldus onderzoeksbureau Dealogic, eenderde meer dan in de VS. Als je de overname door AT&T van Bellsouth buiten beschouwing laat, zijn de cijfers nóg veelzeggender. Het aantal transacties stijgt dan met een tiende in Europa, terwijl het in de VS met hetzelfde percentage is gedaald. De voor de hand liggende conclusie is dus dat de Europese bankiers het drukker hebben dan hun Amerikaanse tegenvoeters.

Maar als dat waar is, waarom exporteren de grote zakenbanken hun talent dan niet opnieuw? Het antwoord is dat de meeste banken inmiddels genoeg capaciteit hebben om met het huidige activiteitenniveau overweg te kunnen. Wall Street-firma's hebben de doorbraak in de Europese fusie- en overnamesector al enige tijd voorzien. Daarom hebben ze de afgelopen vijf jaar geïnvesteerd in de bankiers, de industrie-experts en de productspecialisten die ze dachten nodig te hebben. In zekere zin zijn de banken nu getuige van de ontwikkelingen die deze investeringen rechtvaardigen.

De Europese activiteiten van de grote Wall Street-firma's zijn al geruime tijd structureel minder winstgevend. De resultaten van Citigroup illustreren dat. Vorig jaar meldde 's werelds grootste bank een nettowinstmarge van 16,5 procent voor de zakenbankactiviteiten in Europa, het Midden-Oosten en Afrika. De Amerikaanse tak van Citigroup verwezenlijkte daarentegen een winstmarge van wel 30 procent. Amerikaanse bankiers die smachten naar een transfer naar het bloeiende Londen zullen op hun plaats moeten blijven zitten. Zij kunnen zich tevredenstellen met de wetenschap dat hun Europese collega's de kastanjes uit het vuur mogen halen.

Voor meer commentaar uit Londen: www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld