Slim kind vindt werk ondanks handicap

Hoog opgeleide jongeren met een handicap vinden net zo makkelijk werk als hun leeftijdgenoten zonder beperking. Daarom zouden zij meer ondersteuning moeten krijgen bij hun studie. Dat is een van de conclusies van het rapport “Jeugd met beperkingen' van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat staatssecretaris Ross (Volksgezondheid, CDA) gisteren in ontvangst nam.

“De maatschappelijke positie van hoger opgeleide gehandicapte jongeren verschilt niet van die van hun niet-gehandicapte leeftijdgenoten: arbeidsongeschikt zijn ze zelden“, aldus onderzoeker Sjoerd Kooiker. “Lager opgeleiden beschouwen zich veel vaker als arbeidsongeschikt. Dit bevestigt dat het bereikte onderwijsniveau naast de aard en ernst van de beperkingen een grote rol speelt in de kansen op de arbeidsmarkt.“

De visueel gehandicapte Annechien Klok (27), een van de deelnemers aan het onderzoek, denkt een verklaring hiervoor te hebben. Zelf deed zij een hbo-opleiding voor sociaal-pedagogische hulp in Groningen. Het kostte haar enorm veel inspanning en creativiteit om de colleges te volgen, de studieboeken op een bandje te krijgen en om informatie over roosters en tentamens te achterhalen, die uiteindelijk beloond werden met een diploma. “Als je bewezen hebt je studie te kunnen afmaken, ondanks alle obstakels, dan beschik je ook over het vermogen om een baan te vinden.“

Bijna 2,5 procent van de kinderen en jongeren van 6 tot 24 jaar heeft te maken met een matige of ernstige lichamelijke beperking. In totaal gaat het om 90.000 personen. Ongeveer 1 procent van de jongeren in diezelfde leeftijd heeft een verstandelijke beperking. Bewoners van instellingen zijn buiten beschouwing gelaten.

Een andere conclusie die het SCP trekt, is dat gehandicapten weliswaar behoefte hebben aan goede materiële voorzieningen, zoals liften in gebouwen en aangepast vervoer, maar minstens net zo belangrijk vinden zij de steun van mensen uit hun omgeving.