Politicus getekend door Reagan

In de staat Maine is gisteren de Amerikaanse oud-minister van Defensie Caspar Weinberger (88) overleden.

Zijn politieke leven werd in belangrijke mate bepaald door Ronald Reagan, president van de VS in 1981-1989. Weinberger diende ook in de regeringen van Nixon en Ford. Maar hij maakte naam als de defensieminister van Reagan, tot hij in 1987 moest aftreden wegens de Iran-contras-affaire. Daarbij bleek dat de Amerikaanse regering heimelijk wapens aan Iran had verkocht en opbrengsten hieruit doorsluisde naar de contras in Nicaragua, een rechtse verzetsgroep die tegen de sandinistische regering streed. Weinberger werd na zijn aftreden strafrechtelijk vervolgd voor meineed maar president George H.W. Bush, onder Reagan vice-president, verleende hem in 1992 gratie.

Buiten de politiek had Weinberger een veelzijdige carrière. Hij was advocaat, boekrecensent van The San Fransisco Chronicle, televisiepresentator in California, directeur van het aannemersconglomeraat Bechtel, en in zijn laatste baan uitgever van het zakenblad Forbes. Bij zijn dood was hij nog altijd de voorzitter van de raad van commissarissen van Forbes.

Caspar Willard Weinberger werd in 1917 geboren in San Fransisco. Zijn vader was advocaat en stimuleerde zijn belangstelling voor de politiek. Op 12-jarige leeftijd bestudeerde de jonge Caspar al de handelingen van het Congres, zei hij later. Hij meldde zich vrijwillig aan voor het leger tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij studeerde rechten op Harvard en werkte in zijn eerste baan als griffier op de rechtbank.

De politiek was zijn passie. Hij werd gegrepen door Reagan nadat hij de toenmalige b-acteur in de jaren zestig campagne zag voeren voor het gouverneurschap van Californië. Na Reagans verkiezing werd hij de financiële rechterhand van de gouverneur. Hij vertrok vervolgens naar Bechtel. In 1981 haalde zijn politieke vader hem over defensieminister te worden.

In zijn periode werd de Koude Oorlog beslecht. Weinberger verhoogde de defensie-uitgaven drastisch; deels door te investeren in het megaproject Star Wars. Volgens politieke strategen was de verhoging bedoeld om de Sovjet-Unie tot een wedloop te dwingen die regime in Moskou financieel niet aankon. Weinberger ontkende dat later. Wij moesten na de oorlog in Vietnam eindelijk onze gevechtscapaciteit eens herstellen, zei hij.