Limburg geeft lening aan starter

De provincie Limburg wil de komende drie jaar, samen met woningcorporaties en gemeenten, 30 miljoen euro beschikbaar stellen voor leningen aan duizend starters voor de aankoop van een woning. Gedeputeerde G. Driessen (Volkshuisvesting, CDA) heeft op verzoek van Provinciale Staten een voorstel gemaakt en vandaag gepresenteerd. Volgens de provincie Limburg is het de eerste keer dat een provincie “actief participeert“ bij het helpen van starters.

De provincie Limburg, die 10 miljoen euro voor haar rekening neemt, zegt dat het merendeel van de corporaties het impulsplan Starters, een eigen thuis! toejuicht. Ook bij de gemeenten is het “positief ontvangen“. Bijna de helft van alle Limburgse gemeenten (25, waar 75 procent van de Limburgse bevolking woont) heeft aangegeven het initiatief op lokaal niveau concreet vorm en inhoud te geven, aldus de provincie. Dat sluit aan bij de visie van Gedeputeerde Staten, die van oordeel zijn dat gemeenten en corporaties plaatselijk bepalen op welke manier zij de starterslening inzetten.

De starterslening (maximaal 30.000 euro voor een woning van ten hoogste 170.000 euro) is een annuïteitenlening met een theoretische looptijd van dertig jaar. In de eerste drie jaar is ze aflossingsvrij en renteloos. In het vierde jaar bepaalt een toets hoe financieel draagkrachtig de starter op dat moment is. “De eventuele inkomensruimte wordt gebruikt om de eerste rente en aflossing te voldoen“, aldus de provincie. “Naar verwachting groeit het inkomen van de starter zodanig, dat hij daarna de marktconforme rente en aflossing kan betalen.“

Een woordvoerder van de provincie zegt dat Limburg met het plan voor starters op de woningmarkt veel jongeren en mensen met een laag inkomen tegemoet kan komen. “Als gevolg van de gestegen prijzen van zowel bestaande als nieuwe woningen, de economische terugval en de vaak hoge bijkomende kosten, is de kans op een koopwoning voor hen de afgelopen jaren verslechterd“, zegt hij.

Limburg durft zijn nek uit te steken, voegt hij daaraan toe. “Voorlopig is er een limiet: 30.000 euro voor duizend starters. Je kunt geen carte blanche geven, dan ontstaan er financiële problemen. Wie voor de lening in aanmerking komen, bepalen de gemeenten. Ontstaat er een hausse aan aanvragen, dan moet de kwestie opnieuw op de politieke agenda.“