Israël kiest voor een nieuw realisme

Israël is niet gedemoraliseerd. Wel zijn de Israëliërs tot de conclusie gekomen dat de politiek geen wonderen kan verrichten en dat het beste wat ze kunnen verwachten, is de dreiging van buiten tot een minimum te beperken, meent Barry Rubin.

De overwinning van Kadima bij de Israëlische verkiezingen van gisteren is het belangrijkste politieke keerpunt in dertig jaar - als het niet langer is. De nieuwe partij, die net zes maanden bestaat, heeft de verhoudingen in de Israëlische politiek drastisch veranderd. Dat is gebeurd doordat het hele ideologische kader van uitgangspunten van Israëls veiligheidsstrategie op zijn kop is gezet.

Iedereen wist dat Kadima zou winnen en een coalitie zou vormen met de gematigd-linkse Arbeidspartij, die gisteren op een respectabele tweede plaats terechtkwam. Het resultaat van die verwachting was dat sommige Kadima-stemmers er de voorkeur aan gaven thuis te blijven, terwijl andere potentiële Kadima-aanhangers voor de Arbeidspartij stemden om de positie van deze partij te versterken bij het doordrukken van sociale en economische veranderingen in een door Kadima geleide coalitie.

Aan de rechterzijde heeft de Likud-partij, waar Sharon was uitgestapt om Kadima te stichten, een erg mager resultaat bereikt. Dit kwam doordat veel conservatieve stemmers de partij de rug toekeerden voor religieuze, immigranten- en andere partijen. Een grote variëteit van kleine politieke groeperingen, inclusief drie joodse religieuze partijen, Arabische partijen en een partij voor gepensioneerden heeft zetels gewonnen.

Nu Kadima en de Arbeidspartij zelfs als coalitiepartners geen meerderheid hebben, zullen ze met een aantal van deze groeperingen in zee moeten.

Maar het belang van de verdeling van de zetels in het parlement verbleekt bij het belang van de veranderingen op langere termijn die het gevolg zullen zijn van de Kadima-zege. Met het aantrekken van leidende figuren uit zowel de Arbeidspartij en Likud, is Kadima nu de meest succesvolle middenpartij in Israëls geschiedenis. Terwijl nog maar weinig politieke “sterren' overgebleven zijn in de Arbeidspartij of Likud, zal Kadima gedurende vele jaren mogelijk de dominante partij van het land worden.

Ehud Olmert, de leider van de partij die nu tot premier is gekozen, is al vanaf zijn studententijd een buitenbeentje van het midden - een geschikt symbool voor de verzoening van links en rechts.

Maar die verzoening zelf is natuurlijk voornamelijk het werk van Ariel Sharon, wiens invloed bepaald niet is verminderd nu hij in coma ligt. Kadima steunt op het charisma en het programma van Sharon, die een ommekeer teweegbracht in de kern van het Israëlische strategische denken van de afgelopen halve eeuw.

Na de oorlog van 1967 zijn de Israëliërs het 30 jaar lang eens geweest over de noodzaak de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook onder controle te houden zolang er geen omvattende vredesregeling met de Palestijnen en de Arabische staten was. Uit veiligheidsoogpunt vormden de bezette gebieden een cruciaal terrein om Israël te verdedigen tegen een aanval op zijn grenzen door de legers van de Arabische staten. Bovendien werden de bezette gebieden uit diplomatiek oogpunt beschouwd als wisselgeld (“land voor vrede') dat in onderhandelingen over een oplossing kon worden ingezet. Deze verwachting werd belichaamd door de Oslo-akkoorden van 1993 en het vredesproces dat daarop volgde.

Die strategie liep vast in 2000, toen premier Ehud Barak aanbood vrijwel alle bezette gebieden op te geven en in ruil voor echte vrede een Palestijnse staat te accepteren. De Palestijnse leider Yasser Arafat moest daar niets van hebben en begon juist weer een massale terreurcampagne tegen Israël.

Het hele Israëlische politieke spectrum was in verwarring. Links had beweerd dat Arafat een akkoord zou sluiten en het gestand zou doen; rechts had volgehouden dat Arafat een akkoord zou sluiten en het zou schenden. Iedereen had ongelijk: er kwam helemaal geen akkoord om te schenden of gestand te doen. Wat moest Israël doen, nu de fundamenten van de strategie waren ingestort?

Sharon verwoordde het antwoord in 2004, toen hij tot de slotsom kwam dat Israël de bezette gebieden niet nodig had. Als wisselgeld deugden ze niet, want er was niemand om mee te onderhandelen. Maar ze konden ook niet bij Israël worden ingelijfd, gelet op het demografische probleem dat een blijvende heerschappij over zoveel Palestijnen met zich mee zou brengen. Tot slot was door het wegvallen van de Sovjet-Unie en het achterblijven van de Verenigde Staten als 's werelds enige grote mogendheid de geostrategische situatie totaal veranderd. De Arabische landen werden na de Koude Oorlog door andere thema's in beslag genomen en stelden minder belang in het conflict, terwijl de veiligheidssituatie in de bezette gebieden zelf inmiddels een probleem was.

De oplossing van Sharon was eenzijdige terugtrekking, gekoppeld aan het idee dat Israël zelf zijn voorlopige grenzen vaststelt met daarbij in het achterhoofd wat het zou claimen als er ooit een akkoord via onderhandelingen zou komen. Bovendien steunde Sharon nu de gedachte dat een veiligheidsmuur, historisch gezien een idee van links, de verdediging van Israël zou verbeteren. Het land zou zich dan kunnen richten op binnenlandse problemen, zoals economische ontwikkeling, verbetering van de overheidsinstellingen, en verhoging van de levensstandaard.

Deze benadering sprak een duidelijke meerderheid van Israëliërs aan, los van de politieke loyaliteiten. De overwinning van Hamas bij de Palestijnse verkiezingen in januari versterkte deze strategische consensus alleen maar. Nu staat het grootste deel van de Arbeidspartij en de grootste oppositie binnen Likud erachter. De droom van vrede, het met kracht uitgedragen nationalisme, en de vermeende religieuze verlossing die een halve eeuw lang de drijvende krachten waren binnen de Israëlische politiek, zijn vervangen door een berustende vorm van pragmatisme.

Dat maakt misschien niet zo veel enthousiasme los, maar het Israël dat Olmert nu gaat leiden, met een duidelijk mandaat, is geenszins gedemoraliseerd. Integendeel: in opiniepeilingen tonen burgers zich erg patriottistisch en optimistisch over hun persoonlijk leven. Ze zijn alleen maar tot de conclusie gekomen dat de politiek geen wonderen kan doen en dat het beste wat ze kunnen verwachten, is de dreiging van buiten tot een minimum te beperken. Dat is de erfenis van Sharon.

En dat voor elkaar krijgen, in Israël, is een hele prestatie.

Barry Rubin is directeur van het Global Research in International Affairs Centrum in Israël. Zijn laatste book is “The Long War for Freedom: The Arab Struggle for Democracy in the Middle East.' © Project Syndicate