Idealisten zijn niet per se soft

Cees Boeij was dertig jaar gevangenisdirecteur. Toen kreeg hij ruzie met de minister over het beleid.

Hij schreef een boek met de verhalen van gevangenen.

Neem een gevangenisdirecteur in gedachten: groot, stevig, streng. Zo ziet Cees Boeij (57) eruit. Imposant. Dertig jaar werkte hij in de gevangenis. Hij was directeur van de vijf grote gevangenissen Noord-Holland-Noord en de Bijlmerbajes. Hij schreef Even luchteneen bundel met interviews met gedetineerden over hun leven. Het is hem in al die jaren duidelijk geworden, schrijft hij in zijn voorwoord, dat gedetineerden door hun ouders worden gekweekt. Zelf voeden ze weer de volgende generatie gedetineerden op. Gevangenen zijn niet slecht, vindt hij, ze worden slecht gemaakt. En wie dat vindt, gelooft ook dat je criminelen béter kunt maken. Met een humane detentie, met hulpverlening, met resocialisatie. Op zijn revers draagt Cees Boeij een zilveren speldje van een vis. Gemaakt voor een project dat hij leidde toen hij nog directeur was. Gedetineerden mochten stage lopen buiten de muren en na afloop kregen ze zo'n visje. “Het visje staat voor vrij spartelen. Sommige visjes redden het, andere niet. Het vierkantje ernaast staat voor de weerbarstigheid van de samenleving die geen trek heeft in ex-gevangenen.“ Zachtjes mompelt hij: “Al die aardige dingen zijn nu naar de knoppen.“

Cees Boeij en Jacques van Huet waren jarenlang de grote mannen van het gevangeniswezen. Zij vonden: gevangenen moeten wat te doen hebben, anders wordt het opstand en komen ze rancuneus buiten. De directeuren zorgden voor arbeid, voor een nuttig dagprogramma. Wie kon, moest zich, door scholing of werk, voorbereiden op terugkeer naar de samenleving. Boeij: “Een tijdje zitten kan heel effectief zijn. Tijd om na te denken over jezelf.“ En elke gedetineerde, zegt hij, heeft een scharnierpunt. Een moment waarop hij vatbaar is voor hulp. “Dan moet de imam of de hulpverlener toeslaan.“

Twee jaar geleden begon minister Donner (Justitie, CDA) met de bezuiniging op de gevangenissen. De reclassering werd wegbezuinigd, de hulpverlening gehalveerd, het dagprogramma ingekort, alle gedetineerden moesten om vijf uur achter de deur die pas de volgende ochtend weer open mocht. Het meest drastische besluit was om twee gevangenen op een cel te zetten.

Gevangenisdirecteuren klaagden, Van Huet en Boeij voorop. Dat viel verkeerd bij de minister. Hij noemde Boeij en Van Huet deloyaal. Boeij vertrok bij de Bijlmerbajes en ging voor het ministerie de Penitentiaire Inrichtingen Wet aanpassen. Want met alle veranderingen in het beleid, moest de wet vernieuwd worden. Hij was zelf ook nogal verbaasd, zegt hij, dat uitgerekend hij dat moest doen.

Achteraf, zegt hij, was het conflict met Donner vooral een generatieconflict. “Wij, de idealistische mannen van de jaren zeventig, geloofden in de “maakbare mens', we wilden investeren in de gevangenen“ Onder Donner is daar geen geld meer voor.

De cijfers spreken in het voordeel van Boeij. Het aantal gedetineerden in Nederland is in een paar jaar tijd verdubbeld. Waar het is misgegaan? Als Boeij begint te antwoorden, wordt duidelijk dat idealistisch niet hetzelfde is als soft. Hij noemt: de normloosheid van de jeugd, die door hun ouders worden opgevoed tot egoïstische krengen. We zijn, zegt Boeij, te rijk geworden. De sociale netwerken (de kerk, de verenigingen) zijn verdwenen. De komst van allochtonen heeft de druk op de samenleving vergroot. De drugs.

Zijn oplossing: investeren in onderwijs. Sociale dienstplicht voor jongens en meisjes. Geen lange gevangenisstraffen, maar de short, sharp, shock methode, zeker voor de jeugd. En als mensen dan toch in de gevangenis belanden, laat ze dan iets hebben om naar uit te kijken. “Het stomste wat we ooit gedaan hebben is de vervroegde invrijheidstelling invoeren.“ Gevangenen zitten maar twee derde van hun straf uit, daarna worden ze automatisch vrijgelaten. “Maak de invrijheidstelling weer voorwaardelijk. Bij goed gedrag, mag je er eerder uit. Maar als je een appel jat, ga je terug de bak in.“

In een ding heeft hij zich vergist, en dat is in het twee-op-een-celbeleid. “Dat hebben we te somber ingezien. Veel gevangenen vinden het prima. Er zijn er zelfs die zeggen dat ze het gezéllig vinden, samen op cel.“

Kijk voor meer info op www.dji.nl.