Het ochtendgloren van Fidel Castro

Door de linkse politieke opmars in Latijns-Amerika beleeft de Cubaanse revolutie voorspoedige tijden. Commandant Fidel Castro weet zich op zijn naderende 80ste verjaardag omringd door meer aanhangers dan ooit tevoren.

Cubanen staan voor 138 vlaggen, die moeten het zicht ontnemen op de lichtbak die de VS in januari bevestigden aan de gevel van hun diplomatieke kantoor in Havana Foto Reuters Cubans observe a minute of silence for the victims from events such as the Bay of Pigs invasion and the bombing of a Cuban plane while standing underneath black flags outside the U.S. diplomatic mission in Havana February 6, 2006. Cuba hoisted 138 huge black flags, each centered with a white star, blocking an electronic sign beaming messages from the mission's facade and in representation of the nation's mourning for over 3,400 Cubans killed by U.S. sponsored violence since the 1959 revolution. REUTERS/Claudia Daut REUTERS

Avond aan avond voltrekt zich langs de boulevard van Havana een wonderlijke wedloop. Bij het invallen van de duisternis neemt een gigantische Amerikaanse lichtkrant het op tegen een Cubaans woud van vlaggen. Aan de gevel van hun diplomatieke vertegenwoordiging in de Cubaanse hoofdstad verspreiden de Amerikanen sinds twee maanden middels een elektronisch scherm pikante nieuwtjes.

“De Cubaanse regering geeft 533 Cubanen met een visum voor de VS geen toestemming om af te reizen“, schreeuwen rode neonletters. “Met onze billboard proberen we de informatieblokkade van de Cubanen te doorbreken en een debat te initiëren“, zegt Drew Blakeney, cultuurattaché van de VS.

Maar de geïnteresseerde toeschouwer moet zich in bochten wringen om de gedachteprikkels te kunnen zien. Het communistische bewind heeft eind vorige maand 138 reusachtige masten geplaatst waar zwarte vlaggen met een witte ster - voor elk jaar dat Cuba sinds 1868 zijn onafhankelijkheid bevocht - goed zicht op de lichtbalk belemmeren. Het formidabel wapperende vlaggenbos wordt verder omgeven door Cubaanse posters waarop president Bush (met Hitlersnor en Draculatanden) op allerlei manieren voor rotte vis wordt uitgemaakt.

“Het getuigt van een totaal gebrek aan respect zoals de yankees ons provoceren“, zegt Rafael Dausá, vice-minister van Buitenlandse Zaken die op het ministerie in Havana de portefeuille Noord- en Zuid-Amerika beheert. “In elk land beogen diplomaten de relaties met het gastland te verbeteren. Maar de Amerikanen zoeken hier alleen maar ruzie.“

Kennelijk zijn de Amerikanen erg gefrustreerd, is het algemeen gevoelen van het Cubaanse bewind. Na 45 jaar Amerikaanse boycot is de grote socialistische roerganger Fidel Castro (79) nog niet uitgerookt. Daarentegen voltrekt zich in Cuba vooral dank zij grootschalige hulp van Venezuela een economisch herstel. De Cubaanse economie groeide in 2005 - volgens Havana - 11,8 procent. Onafhankelijke waarnemers wantrouwen die cijfers en wijzen erop dat het leven van de gemiddelde Cubaan er nauwelijks op vooruit gaat. Maar ook zij geven toe dat op het eiland dat zo'n tien jaar geleden na het stopzetten van Sovjet-hulp vrijwel bankroet was, onmiskenbaar sprake is van economische vooruitgang. Nieuwe Chinese bussen zoeven over vers asfalt.

En terwijl in Latijns-Amerika steeds meer landen zich verzetten tegen de “imperialistische' politiek van de VS, neemt het aantal regionale bondgenoten van het “revolutionaire' Cuba navenant toe. “Nooit eerder in de geschiedenis zijn de verhoudingen van Cuba met de broedervolken van Latijns Amerika zo goed geweest“, jubelt Miguel Álvarez, persoonlijk adviseur van de Cubaanse parlementsvoorzitter Ricardo Alarcón.

De hernieuwde belangstelling voor het Cubaanse socialisme was gewoon een kwestie van tijd, zegt Dausá. “In Latijns Amerika nemen de armoede en sociale ongelijkheid nog steeds toe. Het is pijnlijk duidelijk geworden dat de door de VS gepropageerde neoliberale politiek geen oplossing voor de problemen biedt. Cuba laat zien dat er een andere weg mogelijk is.“

Vooral dank zij de in 1999 gekozen Venezolaanse president Hugo Chávez en de afkondiging van diens naar de Zuid-Amerikaanse bevrijder vernoemde linkse Bolivariaanse revolutie gaat het Cuba voor de wind. Het eiland krijgt van Venezuela dagelijks zo'n 96.000 vaten olie tegen zeer gunstige betalingsvoorwaarden. Chávez kan op zijn beurt zijn arme achterban bedienen dank zij de 20.000 Cubaanse medici en duizenden onderwijzers en sportleraren die in Venezolaanse sloppenwijken aan de slag zijn gegaan. Venezuela en Cuba - waar Adán Chávez, de oudere broer van Hugo, ambassadeur is - tekenden vorig jaar oktober een overeenkomst waarin ze 182 gezamenlijke projecten afspreken.

De samenwerking via ruilhandel moet volgens de socialistische Latijns-Amerikaanse landen leiden tot een nieuwe vorm van regionale integratie onder de naam Alba. Het Alternativa Bolivariana para las Américas komt in de plaats van de door de VS gewenste pan-Amerikaanse vrijhandelszone (Alca, Área de Libre Comercio de las Américas).

“Alca stelt de Amerikaanse haai alleen maar in staat te zwemmen in een school sardientjes“, zegt vice-minister Dausá. Bij Alba (tevens Spaans voor “ochtendgloren') gaat het om projecten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en energievoorziening. “Het is samenwerking waarbij de partners zich niet afvragen hoe kan ik meer verdienen maar hoe kan ik meer helpen.“

Ook Bolivia - waar in januari een politieke leerling van Castro en Chávez en de eerste indiaanse president Evo Morales aantrad - zal zich aansluiten bij Alba. In Ecuador blokkeren indianen al weken wegen om Alca af te wijzen. En Cuba kijkt met zeer veel belangstelling naar Peru en Mexico. Nog voor de zomer zullen ook daar mogelijk nieuwe Alba-aanhangers de presidentsverkiezingen winnen.

Volgens een Europese topdiplomaat rekent Cuba zich voorbarig rijk. De “steun' voor Cuba in de regio is vooral een gevolg van de groeiende afkeer van de Verenigde Staten. En Cuba blijft volgens hem ook met economische groei in alle opzichten een armoedig land. “Zelfs de meest wanhopige bootvluchteling uit het nabije buurland Haïti doet er alles aan om in ieder geval niet in Cuba te stranden.“

In Cuba bestaat op dit moment weinig behoefte aan innige contacten met Westerse regeringen. “Amerika heeft geen vrienden maar alleen belangen“, zegt Dausá. Cuba doet goede zaken met China dat na Venezuela de belangrijkste handelspartner is geworden en Spanje heeft verdrongen. “Pas als Europa een zelfstandige koers, los van de VS, gaat varen, kan de dialoog verbeteren“, zegt parlementsadviseur Álvarez.

Het werk van Westerse diplomaten in Havana bestaat voorlopig uit het ondersteunen van Cubaanse dissidenten. Of het voeden van de lichtkrant. De VS spelen met de gedachte om het scherm naar de andere kant van het gebouw te verplaatsen. Daar is geen ruimte voor een nieuw vlaggenbos. Blakeney wil er niet over uitweiden. “We houden van verrassingen.“ Álvarez ligt er na 47 jaar wederzijds treiteren niet wakker van. “Geloof me, als de Amerikanen de lichtkrant verplaatsen dan vinden we heus wel weer een manier om ze van repliek te dienen.“

    • Marcel Haenen