Herontdekking van de wereld

Voor de publieke omroep is het misschien een idee eens een documentaire aan de eerste oliecrisis te wijden, en aan de eerste autoloze zondag in de vaderlandse geschiedenis, op 4 november 1973 en de verwikkelingen die daaraan vooraf gingen en die erop volgden. Waarom? Omdat de Nederlanders sindsdien minder zijn veranderd dan we nu denken, en omdat een oliecrisis weer binnen het voorstellingsvermogen komt te liggen, door omstandigheden die niet zoveel verschillen van toen.

De directe oorzaak van de historische crisis ligt in de Yom Kippur-oorlog, de aanval van Syrië en Egypte op Israël, op 6 oktober. Die was binnen minder dan drie weken afgelopen en slecht voor de agressors. Maar onmiddellijk na het begin van de vijandelijkheden hadden de Arabische oliestaten hun productie gehalveerd, de prijs met 70 procent verhoogd en een embargo tegen de Verenigde Staten afgekondigd. Wegens onze steun aan Israël werd ook Nederland door een embargo getroffen.

Het duurde niet lang of ons volkskarakter kwam in al zijn facetten tot uitdrukking. Minister van Economische Zaken Ruud Lubbers deed een beroep op de nationale solidariteit, riep het volk op de kachel laag te draaien en de gordijnen vroeg dicht te doen; premier Joop den Uyl kondigde de maximumsnelheid van 100 kilometer af, waarop de partij van het gaspedaal stickertjes in omloop bracht met het opschrift “Ik rij honderd als Den Uyl opdondert'; en het komisch gezelschap Farce Majeur van de NCRV kwam op de televisie met het lied Kielekiele Koeweit, kielekiele hopsasa. Beredeneerde eenheid, polarisatie en humor. Waar vind je het tegelijkertijd? Hier.

Binnen een jaar of dertig, meer dan een generatie, is alles wat directer, grover geworden, met nog meer respect voor de vrijheid van meningsuiting, maar de grote lijn is in grote trekken gelijk gebleven. De onderwerpen van solidariteit zijn dezelfde: ecologie blijft hoog op de agenda, de verbondenheid met Israël is niet verzwakt. De humor is wel gemoderniseerd maar in beginsel nog van hetzelfde kaliber. Alleen de internationale omgeving is radicaal veranderd. Toen de relatieve verstarring van de verhoudingen in de Koude Oorlog. Nu de oorlog tegen het terrorisme, de grotendeels geslaagde afbraak van oude bondgenootschappen, zonder dat daarvoor betrouwbare allianties in de plaats zijn gekomen. En als constante met toenemende kracht: de mondiale economische expansie en bijgevolg de behoefte aan energie.

In 1972 verscheen het rapport van de Club van Rome, Grenzen aan de groei. De strekking is, dat de wereld rekening moet houden met de uitputting van de natuurlijke hulpbronnen. Daarom moest de economische groei worden aangepast. Het internationaal gezelschap van geleerden was van mening dat het de hoogste tijd werd om nieuwe energiebronnen te ontwikkelen. Vooral in Nederland maakte het rapport diepe indruk. De kort daarop volgende oliecrisis werd beschouwd als het begin van de vervulling. Maar de tankers bleven komen. De crisis werd opgelost, alleen de verhoging van de olieprijs was blijvend. Daar raakte men aan gewend. In de geschiedenis van de energievoorziening is de verovering van Koeweit door Saddam Hussein de volgende grote gebeurtenis. Die werd door George Bush sr. binnen een half jaar ongedaan gemaakt. Toen braken de jaren negentig aan, het decennium van de Nieuwe Economie en de eeuwige groei.

Sinds elf september 2001 is het Westen bezig de wereld te herontdekken. De nieuwe oorlog tegen Saddam Hussein had het begin moeten zijn van de democratisering van het Midden-Oosten, een geopolitieke operatie aangekleed met ideologische rechtvaardigingen uit de school van het neoconservatisme. Deze onderneming is mislukt; aan zelfoverschatting, nonchalance en onkunde bezweken. Dat kunnen we drie jaar later wel vaststellen. In mondiaal verband is het resultaat voorlopig dat geopolitiek, op het gebied van de energievoorziening, aan de positie van het hele Westen afbreuk heeft gedaan. Het moslimfundamentalisme is versterkt. In Iran, één van de vier grote olielevenranciers, heerst een fel anti-Amerikaans en anti-Israëlisch bewind. Tegen president Ahmadinejad een oorlog te beginnen, of zelfs maar een “chirurgische ingreep' toe te passen, lijkt met die andere oorlog nog volop aan de gang, uitgesloten. Het Midden-Oosten in zijn geheel neigt er meer toe, voor het Westen vijandelijk gebied te worden.

Tot de herontdekte wereld horen ook India en China als de nieuwe reuzen in opkomst, dorstend naar olie, en Rusland dat onder Poetin, als gevolg van zijn enorme voorraden aardgas weer een grote speler in de internationale politiek is geworden. President Chavez van Venezuela beseft de macht van zijn olie en noemt zijn Amerikaanse collega een “wereldterrorist'. President George W.Bush heeft onlangs voor het eerst de Amerikanen gewaarschuwd: “Dit volk is verslaafd aan olie“, zei hij, en drong aan op verder versneld onderzoek naar alternatieve brandstoffen. Overigens blijft de benzine in de Verenigde Staten tot de goedkoopste ter wereld horen.

Langzamerhand wordt het opnieuw duidelijk dat in de internationale politiek het bezit van en de toegang tot olie en aardgas machtsfactoren van onverminderde kracht zijn gebleven, of sterker, de komende jaren van steeds groter belang zullen worden omdat de grondstof schaarser wordt, terwijl het begeren toeneemt. Der Spiegel is deze week aan een serie begonnen, “De nieuwe Koude Oorlog, strijd om de grondstoffen'. Voorlopig is het een inventarisatie van het bestaande. Interessant, maar bekend.

Mij lijkt dat futurologen hun verbeeldingskrachten moeten richten op een westerse samenleving waarvan we in de bange dagen van november 1973 een klein voorproefje hebben gekregen. Toen werden we door de schaarste overvallen, omdat we het radicalisme in het Midden- Oosten hadden onderschat. Nu zouden we niet minder verrast zijn, hoewel we er aanzienlijk veel meer van weten. Ondanks alle aanwijzingen van het tegendeel gaan onze politieke leiders er nog steeds van uit dat het morgen altijd beter zal zijn dan vandaag. Dat wordt niet waar. Maak eens een overtuigend programma, geen horror maar met een geloofwaardige alledaagsheid, waaruit duidelijk wordt dat er binnenkort heel andere dingen kunnen gebeuren.