Geen grens meer om te verdedigen

Tijdens de Koude Oorlog moesten reservisten het land kunnen verdedigen. Nu is hun taak voorbij.

Jan Dijkman (41) is al achttien jaar reservemilitair. Met militaire oefeningen en begeleiding van transporten besteedt hij tien dagen per jaar aan het reservistenbestaan. “En ik ben niet van plan ermee op te houden“, zegt Dijkman. “De reservistenclub is een vriendenclub, ik vind het te leuk om zomaar te stoppen. Ik snap wel dat Defensie gaat reorganiseren. Maar ik wil in elk geval nog even door.“

Reservemilitairen maken op ad-hocbasis deel uit van de Nederlandse krijgsmacht. Wie reservist is, doet regelmatig mee aan oefeningen en kan indien nodig door het leger worden ingezet. Nu zijn er nog zo'n 60.000 reservisten - een erfenis uit de tijd dat de regering serieus rekening hield met de mogelijkheid van een aanval op Nederland.

Nu komt de dreiging in de wereld uit een andere hoek en worden van de Nederlandse krijgsmacht andere dingen gevraagd, zoals bijdragen aan vredesmissies. De krijgsmacht moet flexibeler en sneller inzetbaar worden en daarbij past geen groep van tienduizenden reservisten meer.

Defensie wil de groep reservisten inkrimpen tot 5.600 man. Alle reservisten krijgen binnenkort een brief, waarin zij moeten aangeven of zij nog reservist willen zijn. Wie “ja' invult, moet kiezen tussen Reservist Militaire Taken (RMT) en Reservist Specifieke Deskundigheid (RSD). Voor de militaire taken, zoals beveiliging en hulp bij rampen, zijn 3.600 oproepkrachten nodig. Bij de specialisten, de overige 2.000 reservisten, wordt een beroep gedaan op hun kennis die ze bijvoorbeeld hebben opgedaan als ingenieur of arts in de burgermaatschappij.

Cees van der Ploeg, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren, ziet niets in de plannen van het ministerie. “Straks zit Defensie met alleen nog maar spijkerbroekreservisten“. Daarmee doelt hij op specialisten zonder militaire ervaring, zoals ziekenhuispersoneel of geologen, die ingehuurd worden als het nodig is. “Niets ten nadele van die groep, maar in het leger kun je niet zonder militaire ervaring“, zegt Van der Ploeg.

Sjaak Erkelens (54) is al 27 jaar reservist. Hij reageert gelaten op het nieuws. “Het grote reservistenleger stamt nog uit de tijd van de Koude Oorlog. Toen heerste er een soort idealisme: we moesten het vaderland verdedigen. Zo dacht ik er ook over. Maar die taakstelling is allang achterhaald. Ik begrijp Defensie wel. Je kunt geen grenzen bewaken als die er niet meer zijn.“

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Geen grens meer om te verdedigen (29 maart, pagina 2) wordt Cees van der Ploeg voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reserveofficieren (KVNRO) genoemd. Algemeen voorzitter van de KVNRO is ir. R.P Peters.