Een zelfstandige diesel in het water

Woedend was hij, en dan vooral over de wijze waarop het Nederlands Olympisch Comité hem dacht te kunnen afschepen. Hij had met de estafetteploeg (4x200 meter vrije slag) officieel deelname afgedwongen aan de Olympische Spelen van 1960, maar naar Rome mocht de zaterdag op 62-jarige leeftijd overleden Johan Bontekoe niet. Chef de mission Kees Kerdel gaf op de valreep de voorkeur aan individuele sporters afkomstig uit andere takken van sport.

Als goedmakertje mochten de student wis- en natuurkunde en zijn drie collega's op kosten van het NOC als toerist naar de Italiaanse hoofdstad. Bontekoe bedankte vriendelijk doch beslist. “Ik heb er geen seconde, werkelijk geen seconde aan gedacht om dat aanbod te accepteren“, verklaarde de bij HPC Heemstede opgegroeide specialist op de midden- en de lange afstand later, zoals opgetekend in het boek De top 500 over de beste sporters uit de vorige eeuw. “Ik had in Rome willen zwemmen. Kijken hoefde niet.“

Twee jaar later haalde Bontekoe zijn gram. Bij de Europese kampioenschappen langebaan (50 meter) in Leipzig won hij de titel op de 400 meter vrije slag, ten koste van favoriet Hans Rosendahl uit Zweden. Zijn machtsgreep kwam als een volslagen verrassing. Topzwemmen was in die dagen synoniem aan vrouwenzwemmen. Mannen deden, sinds die ene uitschieter van Kees Hoving (Europees kampioen op de 100 meter vrije slag in 1938), internationaal niet mee.

Geen wonder dan ook dat Bontekoe na zijn zege op de schouders ging bij de Nederlandse delegatie. Zelf bleef hij nuchter onder alle jubel. “Het was gewoon heel leuk, een geweldige ervaring, omdat iets wat je jezelf ten doel had gesteld, werkelijkheid wordt. Dat is heel apart. Maar het gevoel kan ik heel moeilijk aan anderen duidelijk maken.“

In tegenstelling tot het merendeel van zijn vrouwelijke collega's weigerde Bontekoe zijn lot in handen te leggen van een veeleisende trainer, types als de dominante en vermaarde “Ma' Braun, Jan Stender en Wil van Breukelen. De in Assen geboren “diesel' volgde zijn eigen koers, en stond zich dan ook voor op zijn onafhankelijkheidszin. In de zomer deed hij, verzot als hij was op de lange afstanden, geregeld mee aan wedstrijden in open water. “Ik was niet bereid om door anderen te laten uitmaken wat goed of slecht voor me was. Ik heb van veel walletjes gegeten. In 1961 ben ik op kamers gaan wonen tijdens mijn studie in Amsterdam. Daar heb ik vaak bij Wil Storm van [zwemvereniging] 't Y meegetraind.“

Twee jaar na zijn Europese titel was Bontekoe in Tokio wel van de partij bij de Olympische Spelen. Imponeren kon hij evenwel niet; op zijn enige individuele start, de 400 vrij, eindigde hij “slechts' als veertiende. Weer twee jaar later, bij de EK in Utrecht, sloot de veertienvoudig Nederlands kampioen (28 nationale records) zijn loopbaan af, als slotzwemmer van de estafetteploeg op de 4x100 meter wisselslag. Hij tikte aan als zesde.

Het zou 35 jaar duren alvorens Bontekoe een opvolger kreeg, in de persoon van Marcel Wouda, die in Sevilla de Europese titels won op de 200 en 400 meter wisselslag.