Drummen tot de dood erop volgt

Het uur van de wolf heeft plaats op het tijdstip waarop de nacht in de ochtendschemer overgaat. Ergens rond dat uur overleed Keith Moon, de beste en gekste drummer die in de wereld van rockers heeft geleefd. Zijn onuitputtelijk lijkende energiebronnen waren zowaar leeg. In zijn hoofd was de chaos niet meer te verwerken. Een overdosis van de laatste van al zijn drugs, chlormethiazole, die hem moest verlossen van alcoholverslaving, had het laatste restje onrust uit zijn lichaam genomen. Na 32 jaar viel Moon stil.

Ik herinner me nog de dag van het onheil, 7 september 1978. Mijn fascinatie voor een man die volkomen gek en (dus?) geniaal als drummer was, was groot. Altijd opgewonden, altijd adrenaline spuitend, altijd zijn maten van de rockband The Who opzwepend. Hij was een man die naar zijn eigen geweten leefde. Of dat kon of mocht, deed er niet toe. Zo opgewonden als ik eind jaren zestig luisterde naar The Who en Keith Moon, zo opgewonden leefde ik gisteren toe naar Het uur van de wolf, de NPS/VPRO-serie. En de opwinding bleef, tot aan de gevleugelde opmerking van een Engelse journalist: “Opeens zijn je negen levens op.“

Je zou eens denken dat Moon een simplistische rammer was, die op zijn trommels beukte omdat hij louter lawaai moest maken. Goed, lawaai maakte hij. Maar: “hij probeerde ook de melodie te spelen“ en “hij was de eerste frontlinedrummer“. Goed om weer eens te horen, goed om “Moon the Loon' weer te zien excelleren op zijn batterij aan trommels en cymbalen. En weer eens te horen vertellen hoe hij hotelkamers vernielde alsof het kunst was. “Kijk eens wat mooi.“ Goed om weer beelden te zien van een Amerikaanse tv-show waarin hij bij het slotakkoord van “My generation' zijn drumstel liet exploderen, waardoor gitarist Pete Townshend permanent gedeeltelijk doof en de elektriciteit in de studio in het ongerede raakten.

Nu zou het gedrag van Keith Moon tot een brede maatschappelijke discussie leiden. Kamervragen. Mag dat wel? Zoveel drugs en alcohol. Zoveel (zelf)vernietigingsdrang. Nu zou de jeugdige Moon, opgegroeid in een burgerlijke buurt in Londen, een ADHD-kind worden genoemd en vol pillen zijn gestopt. Ik lees nu dat een Nederlandse rapper een opstandige fan is aangevlogen omdat deze hem een ijsblokje in het gezicht heeft gegooid. Ach, wat voor zware tijden beleven we nu.

Moon wist dat als hij geen rockmuzikant was geweest hij gearresteerd zou zijn. Moon kon en mocht alles, alleen zijn permanente buddy kon hem soms temmen. Hij wilde altijd opwinding, nooit rust, altijd pillen en andere drugs, altijd naar een andere wereld, altijd lawaai, altijd drummen. Gekken maken het leven interessant.

Ik vraag me af of Jeroen Krabbé Keith Moon heeft gekend. Onze populairste acteur in binnen- en buitenland mocht in De wereld draait door opdraven. En hij deed dat weer met verve. In permanente staat van verheerlijking van zijn passie, of het nu acteren, schilderen of praten is. Waarom hij er was? Iets met schilderijen, met film, iets met passie? Of toch iets met kunst en narcisme? Ja, maar zo onecht, zo eng. Keith Moon zou - vol met speed - onze trots overstemd hebben met een kanonnade aan trommelslagen en explosieven. Net zolang tot Jeroen zweeg.

Moon en Krabbé op een avond waar twee voetbalpotjes van hoog niveau gespeeld werden. Een potje met Barcelona en zijn geniale voetballer uit Brazilië, Ronaldinho. Een potje met Arsenal en zijn geniale voetbalkind uit Spanje, Francesc Fàbregas, 18 jaar, en twee jaar geleden gekocht van Barcelona. Alleen Fàbregas zag ik even schitteren, maar alles aan schittering en passie vervaagde bij het wanhopige leven van Keith Moon.