De dageraad van Castro

De Cubaanse leider Fidel Castro heeft in de regio meer bondgenoten dan ooit.

Hij dankt die steun mede aan zijn verzet tegen een door de VS gewild vrijhandelsblok.

Tegenstanders van de pan-Amerikaanse vrijhandelszone Alca hebben zich verkleed als Simón Bolívar, Fidel Castro en Hugo Chávez. De laatste twee ontwikkelen een “Bolivariaans alternatief' voor de Alca. Trabajadores disfrazados de Simón Bolívar, de Fidel Castro y de Hugo Chávez, gritan consignas durante un paro nacional de trabajadores en Bogotá el 12 de octubre de 2005. Los sindicatos, partidos de izquierda y los indígenas colombianos convocaron para este miércoles una jornada de protesta contra el TLC que el gobierno colombiano negocia con Estados Unidos, así como contra la posible reelección del presidente Alvaro Uribe. AFP PHOTO/Luis ACOSTA AFP

Avond aan avond voltrekt zich langs de boulevard van Havana een wonderlijke wedloop. Bij het invallen van de duisternis neemt een gigantische Amerikaanse lichtkrant het op tegen een Cubaans woud van vlaggen. Aan de gevel van hun diplomatieke vertegenwoordiging in de Cubaanse hoofdstad verspreiden de VS sinds twee maanden via een elektronisch scherm pikante nieuwtjes.

“De Cubaanse regering geeft 533 Cubanen met een visum voor de VS geen toestemming om af te reizen“, schreeuwen de rode neonletters. “Met onze billboard proberen we de informatieblokkade van de Cubanen te doorbreken en een debat te initiëren“, zegt de Amerikaanse cultuurattaché Drew Blakeney.

Maar de geïnteresseerde toeschouwer moet zich nogal in bochten wringen om de gedachteprikkels te kunnen zien. Het communistische bewind heeft eind vorige maand 138 reusachtige masten geplaatst waar zwarte vlaggen met een witte ster - voor elk jaar dat Cuba sinds 1868 zijn onafhankelijkheid bevecht - het zicht op de lichtbak belemmeren. Het vlaggenbos wordt verder omgeven door Cubaanse posters waarop president Bush (met Hitlersnor en Draculatanden) op allerlei manieren voor rotte vis wordt uitgemaakt.

“Het getuigt van een totaal gebrek aan respect zoals de yankees ons provoceren“, zegt Rafael Dausá, vice-minister van Buitenlandse Zaken die de portefeuille Noord- en Zuid-Amerika beheert. “In elk land beogen diplomaten de relaties met het gastland te verbeteren. Maar de Amerikanen zoeken hier alleen maar ruzie.“

Kennelijk zijn de Amerikanen erg gefrustreerd, is het algemeen gevoelen van het Cubaanse bewind. Na 45 jaar boycot is de grote socialistische roerganger Fidel Castro (79) niet uitgerookt. Vooral dankzij grootschalige hulp van Venezuela voltrekt zich daarentegen een economisch herstel.

De Cubaanse economie groeide in 2005 volgens Cubaanse cijfers 11,8 procent. Onafhankelijke waarnemers wantrouwen die cijfers en wijzen erop dat het leven van de gemiddelde Cubaan er nauwelijks op vooruit gaat. Ook zij geven toe dat op het eiland - dat tien jaar na het stopzetten van hulp uit de Sovjet-Unie vrijwel bankroet was - onmiskenbaar sprake is van economische vooruitgang. Nieuwe Chinese bussen zoeven over vers asfalt.

En terwijl in de regio steeds meer landen zich verzetten tegen de imperialistische Amerikaanse politiek, neemt het aantal regionale bondgenoten van het revolutionaire Cuba navenant toe. “Nooit eerder in de geschiedenis zijn de verhoudingen van Cuba met de broedervolken van Latijns-Amerika zo goed geweest“, jubelt Miguel Álvarez, een adviseur van Cuba's parlementsvoorzitter.

De hernieuwde belangstelling voor het Cubaanse socialisme was een kwestie van tijd, zegt Dausá. “In Latijns-Amerika nemen armoede en sociale ongelijkheid nog steeds toe. Het is pijnlijk duidelijk geworden dat de door de VS gepropageerde neoliberale politiek geen oplossing voor de problemen biedt. Cuba laat zien dat een andere weg mogelijk is.“

Vooral dankzij de in 1999 gekozen Venezolaanse president Hugo Chávez en de afkondiging van diens naar de Zuid-Amerikaanse bevrijder vernoemde linkse Bolivariaanse revolutie gaat het Cuba voor de wind. Het eiland krijgt van Venezuela dagelijks zo'n 96.000 vaten olie tegen zeer gunstige betalingsvoorwaarden. Chávez kan op zijn beurt zijn arme achterban bedienen dankzij de 20.000 Cubaanse medici en duizenden onderwijzers en sportleraren die in Venezolaanse sloppenwijken worden ingezet. Venezuela en Cuba - waar Adán Chávez, de oudere broer van Hugo, ambassadeur is - tekenden vorig jaar oktober een overeenkomst voor 182 gezamenlijke projecten.

De samenwerking via ruilhandel moet volgens de socialistische Latijns-Amerikaanse landen leiden tot een nieuwe vorm van regionale integratie. Het heet het Alternativa Bolivariana para las Américas (Alba, tevens Spaans voor “dageraad'). Het alternatief komt in de plaats van de door de VS gepropageerde volledige Amerikaanse vrijhandelszone Área de Libre Comercio de las Américas (Alca).

“Alca stelt de Amerikaanse haai alleen maar in staat te zwemmen in een school sardientjes“, zegt vice-minister Dausá. Bij Alba gaat het vooral om projecten op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en energievoorziening. “Het is samenwerking waarbij de partners zich niet afvragen: hoe kan ik meer verdienen, maar: hoe kan ik meer helpen?“

Ook Bolivia - waar in januari een politieke leerling van Castro en Chávez en 's lands eerste indiaanse president, Evo Morales, aantrad - zal zich aansluiten bij Alba. In Ecuador blokkeren indianen al weken wegen om Alca af te wijzen. En Cuba wacht met zeer veel belangstelling de verkiezingen af in Peru en Mexico. Nog voor de zomer zullen ook daar mogelijk Alba-aanhangers verkiezingen winnen.

Volgens een Europese topdiplomaat rekent Cuba zich voorbarig rijk. De “steun' voor Cuba in de regio is vooral een gevolg van de groeiende afkeer van de Verenigde Staten. En Cuba blijft volgens hem ook met economische groei in alle opzichten een armoedig land. “Zelfs de meest wanhopige bootvluchteling uit het nabije buurland Haïti doet er alles aan om in ieder geval niet in Cuba te stranden.“

In Cuba bestaat op dit moment weinig behoefte aan innige contacten met Europese of Amerikaanse regeringen. “Amerika heeft geen vrienden, alleen belangen“, zegt Dausá. Cuba doet goede zaken met China dat na Venezuela de belangrijkste handelspartner is geworden en Spanje heeft verdrongen. “Pas als Europa een zelfstandige koers vaart, los van de VS, zal de dialoog verbeteren“, zegt parlementsadviseur Álvarez.

Het werk van de Westerse diplomaten in Havana bestaat voorlopig vooral uit het ondersteunen van Cubaanse dissidenten. Of het voeden van de lichtkrant. De VS spelen met de gedachte om het scherm naar de andere, kant van het gebouw te verplaatsen. Daar is geen ruimte voor een nieuw vlaggenbos. Blakeney: “We houden van verrassingen.“ Álvarez ligt er na 47 jaar wederzijds treiteren niet wakker van. “Als de Amerikanen de lichtkrant verplaatsen, vinden wij wel een manier om ze van repliek te dienen.“