Basisvorming nu formeel ten einde

De Tweede Kamer is gisteren akkoord gegaan met het afschaffen van de basisvorming in de onderbouw van het voortgezet onderwijs. Vanaf volgend schooljaar krijgen scholen de vrijheid om vakken samen te voegen tot “leergebieden'. De minimale onderwijstijd gaat van veertig weken naar 39 weken.

Op de SP na ging de Kamer gisteren unaniem akkoord met de afschaffing van de basisvorming. Deze onderwijsvernieuwing werd in 1993, onder staatssecretaris Wallage (PvdA), ingevoerd. Middelbare scholieren tot vijftien jaar kregen, ongeacht hun niveau, een gemeenschappelijk lespakket van vijftien vakken. Zo zouden zij hun definitieve schoolkeuze uitstellen.

Deze variant van het oude sociaal-democratische ideaal van de “middenschool' kreeg vanaf het begin veel kritiek. Het lesprogramma zou, ook volgens de Onderwijsinspectie, overladen en versnipperd zijn. Een paar keer werd de basisvorming onder druk van scholen en de Tweede Kamer, aangepast. Minister Van der Hoeven (CDA, Onderwijs) kondigde in 2003 aan helemaal af te willen van de basisvorming. In de praktijk hielden al steeds minder scholen zich aan de voorschriften.

Scholen die dat willen, mogen nog steeds de basisvorming aanbieden. Zij krijgen echter veel meer vrijheid om de vakken aan te bieden die zij zelf willen. Ook mogen zij vakken samenvoegen. Het aantal kerndoelen - eisen waaraan leerlingen aan het einde van het jaar aan moeten voldoen - gaat drastisch terug. De SP, de enige partij die tegen stemde, vindt dat de nieuwe wet veel te veel bevoegdheden aan schoolbesturen geeft.

De uitkomst van de stemming was nog een tijdje onzeker, omdat coalitiepartij D66 tegen dreigde te stemmen. In dat geval zou ook de PvdA niet instemmen. PvdA en D66 hadden vorige week een motie over de positie van het onderwijspersoneel ingediend die het niet dreigde te halen. Pas na spoedoverleg tussen de Kamerleden Lambrechts (D66) en fractievoorzitter Verhagen (CDA) ging D66 gistermiddag akkoord.