Zelfs Brussel vindt mobiel bellen te duur

Mobiel bellen in het buitenland is duur, omdat er nauwelijks regels voor zijn.

Met lagere tarieven wil Brussel laten zien dat het iets voor burgers kan betekenen.

De onervaren beller die zijn mobieltje meeneemt op vakantie, schrikt soms bij thuiskomst. Niemand aan de lijn hebben gehad en toch een hoge rekening krijgen voor internationaal bellen: het kan. En vier minuten naar huis bellen vanuit Slowakije? Dat kost minstens 4 euro.

Zelfs de Europese regeringsleiders vinden mobiel bellen in het buitenland te duur. Vorige week brachten ze een verklaring naar buiten waarin stond dat de tarieven voor bellen in het buitenland omlaag moeten. Vandaag zal Europees Commissaris Viviane Reding (Informatiemaatschappij en Media) nieuwe maatregelen voorstellen om dat te bereiken.

Dat het Europese offensief tegen hoge telefoontarieven een impuls krijgt, past in het huidige beleid. Na het Franse en Nederlandse “nee' tegen de Europese grondwet wil de Commissie laten zien dat Europa toch echt iets voor burgers kan betekenen. Reding wil zorgen “dat telefoongebruikers een beter bod krijgen en niet worden gestraft met hoge telefoonrekeningen, alleen omdat ze een grens in de EU oversteken.“

Waarom is mobiel bellen met het buitenland eigenlijk zo duur? Aanbieders wijzen vooral naar elkaar. Een mobiele KPN-abonnee die vanuit Frankrijk naar huis belt, telefoneert via het netwerk van een Frans mobieletelefoniebedrijf. En dat bedrijf vraagt daar geld voor aan KPN. Mobiele aanbieders zeggen natuurlijk dat ze genoodzaakt zijn die kosten door te berekenen aan hun abonnees.

Maar ook binnen Nederland betalen aanbieders elkaar om telefoontjes “aan te nemen'. Adviseur Arjan Rietveld van Deloitte legt uit dat deze tarieven in Nederland aan banden zijn gelegd door toezichthouder Opta. Die bepaalt hoeveel aanbieders elkaar mogen berekenen. Binnen Europa bestaan deze afspraken niet. Rietveld: “Internationaal kunnen aanbieders elkaar vragen wat ze willen.“

De Europese Commissie probeerde daar al iets aan doen. In 2000 en 2001 voerde zij inspecties uit bij een paar telecombedrijven. De Commissie vermoedde dat enkele aanbieders excessieve tarieven vroegen voor het gebruik van hun netwerk. Vodafone en T-Mobile in Duitsland en Vodafone en O2 in Groot-Brittannië zouden hun dominante marktpositie hebben misbruikt. De procedures tegen deze bedrijven zijn nog niet afgerond.

Een deel van het probleem is dat consumenten de hoge tarieven gewoon pikken. Volgens Rietveld liggen de winstmarges op internationale telefoongesprekken binnen de EU gemiddeld rond de 15 procent, voor binnenlandse gesprekken is dat veel lager. Waarom is er nog geen Aldi voor de internationale beller?

Ben Woldring, oprichter van de website www.vakantiebellen.com, legt uit dat er wel prijsvechters bestaan, maar dat die bij consumenten nog niet massaal doorbreken. “De meeste bellers zitten maar een paar weken per jaar in het buitenland en hebben geen zin om daarvoor een nieuwe simkaart aan te vragen, inclusief nieuw mobiel nummer.“ Bovendien heeft het weinig zin om een mobiele aanbieder te kiezen puur en alleen vanwege de laagste internationale tarieven, want die veranderen regelmatig.

Om consumenten voor te lichten en de druk op mobiele aanbieders te vergroten, opende de Europese Commissie vorig najaar een website waarop voorbeelden staan van de tarieven die aanbieders van mobiele telefonie vragen. Woldring, die ooit begon met vergelijkingssite Bellen.com, is er “niet kapot“ van. “Als consument heb je er niet veel aan.“ Voor Nederlandse bellers staan er alleen de tarieven voor bellen met Oostenrijk, Italië, Finland en Slowakije op.

Zal het voorstel dat Commissaris Reding vandaag doet dan de doorbraak betekenen? Naar verwachting wil zij van aanbieders eisen dat die aanbieders in andere landen niet meer dan de kostprijs vragen voor het gebruik van hun netwerk.

Adviseur Rietveld verwacht eerder dat toenemende concurrentie en nieuwe technologie, zoals mobiel internetbellen, de prijzen naar beneden zullen brengen. “Als de EU zo'n maatregel presenteert, komt er een heel juridisch proces en voordat er wetgeving is, ben je een tijd verder. Het is nauwelijks effectief, want daarvoor gaat het gewoon te traag.“