Veel wetenschapswinkels in Nederland bedreigd

Wetenschapswinkels in Nederland hebben het moeilijk. Ze doen relevant onderzoek dat niemand anders wil doen, maar bieden de universiteiten te weinig meetbaar profijt.

Bijsluiters van medicijnen zijn niet voor alle doven goed te begrijpen. “Nederlands is voor hen een tweede taal“, zegt onderzoeker Janet Hoven van de Wetenschapswinkel Geneesmiddelen van de Rijksuniversiteit Groningen. Hoven werkte mee aan een cd-rom met plaatjes en pictogrammen die artsen en apothekers kunnen gebruiken als ze uitleg willen geven over (bij)werking van medicijnen. Op de cd staan letters uit het gebarenalfabet en pictogrammen voor weergave van buikpijn of een gevoel van spanning. Het is maar een van de vele relevante wetenschappelijke projecten die in Nederland tot stand komen dankzij de wetenschapswinkels. Het is ook onderzoek dat zomaar kan verdwijnen.

Wetenschapswinkels van de Rijksuniversiteit Groningen protesteren op dit moment tegen een voornemen tot sluiting van vier winkels door het bestuur van de faculteit wiskunde en natuurwetenschappen. De ingreep zou een besparing opleveren van 300.000 euro.

Groningen staat niet alleen. Begin dit jaar is de wetenschapswinkel van de Vrije Universiteit Amsterdam in stilte opgeheven. De wetenschapswinkel Maastricht is de laatste jaren sterk ingekrompen. Leiden en de Universiteit van Amsterdam hebben al veel langer geen wetenschapswinkel meer. In Nijmegen heet de voormalige wetenschapswinkel sinds een paar jaar Kennistransfer “Onderzoek & Maatschappij'. “De belangrijkste verandering is dat deze nieuwe afdeling in Nijmegen profijt moet opleveren'', zegt Tim van der Avoird, voorzitter van het Landelijk Overleg Wetenschapswinkels. “Het gaat niet alleen om financieel profijt. Een goede uitstraling of gunstige publiciteit tellen ook.“

Onderzoek dat maatschappelijk relevant is maar de universiteit financieel niets oplevert sneeuwt daarbij niettemin onder. “Nijmegen' past in zijn huidige vorm eigenlijk niet meer op het lijstje van wetenschapswinkels, meent Van der Avoird. Een vergelijkbare ontwikkeling speelt op de universiteiten van Eindhoven en Utrecht. In Eindhoven zijn wetenschapswinkels ondergebracht bij het zogeheten Innovation Lab dat de samenwerking met het midden- en kleinbedrijf moet gaan bevorderen. In Utrecht is een servicedesk opgezet die opdrachten van bedrijven doorgeeft aan wetenschapswinkels. Caspar de Bok, hoofd van de Wetenschapswinkel Biologie in Utrecht: “Ik heb geen principiële bezwaren tegen zo'n loket, maar het moet duidelijk zijn dat niet alle wetenschappelijk onderzoek zichzelf kan bedruipen. Een belangrijke functie van wetenschapswinkels is dat ze minder draagkrachtige groepen toegang verschaffen tot de universiteit.“

Van der Avoird noemt de wetenschapswinkels een bedreigde diersoort. Dat bevreemdt des te meer daar de Europese Commissie Nederland op dit vlak een voortrekkersrol heeft toebedeeld. Science shops kunnen helpen om de burger voor wetenschap warm te krijgen, zo benadrukte “Brussel' onlangs nog in een ambtelijk rapport.

Van Nederland valt te leren, zo is de gedachte. Caspar de Bok coördineert een Europees programma dat beoogt om wetenschapswinkels te helpen opzetten in Oost-Europa, Spanje en Griekenland. De Europese Unie heeft in het project 400.000 euro gestoken. De Vlaamse overheid heeft eind vorig jaar besloten dat er wetenschapswinkels moeten komen aan alle universiteiten. “De Europese Unie is erg pro wetenschapswinkels“, beaamt Loet Leydesdorff, hoogleraar communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam.

“Bij Nederlandse universiteitsbesturen staat wetenschappelijke verantwoordelijkheid of dienstverlening niet al te hoog meer op de agenda'', zegt Van der Avoird. “In de politiek is kennisvalorisatie het modewoord. Daarbij gaat het niet alleen om geld verdienen. De minister beoogt ook maatschappelijke valorisatie. Probleem is dat zij zich niet wil bemoeien met de manier waarop universiteiten dat invullen.“

Nederland telt nog altijd circa dertig wetenschapswinkels. Veel universiteiten hebben een centrale winkel. Eindhoven, Groningen en Utrecht beschikken elk over een handvol winkels, verdeeld over verschillende faculteiten.

Veel geld is er niet mee gemoeid. Van der Avoird houdt het, omgerekend naar voltijdbanen, op dertig arbeidsplaatsen in heel Nederland. De Tilburgse winkel heeft een begroting van 180.000 euro.

Een kleine rondgang leert dat recent maatschappelijk onderzoek bij de wetenschapswinkels voor het oprapen ligt. Utrecht heeft onlangs de rechtspositie van prostituees in kaart gebracht, evenals de gevolgen voor gevangenen van bezuinigingen bij justitie. Groningen bestudeert de medische consequenties van medicijnonthouding door moslims tijdens de ramadan.

Veel wetenschapswinkels hebben hun 25-jarig bestaan juist achter de rug. Ze komen voort uit het jaren-zeventig-idee dat universiteiten niet alleen moesten democratiseren, maar hun kennis ook toegankelijk moesten maken voor groepen in de samenleving zonder macht of geld.

Dat betekent niet dat wetenschapswinkels achterhaald zijn, meent hoogleraar Leydesdorff. “Innovatie ontstaat daar waar de juiste vragen worden geformuleerd. Bedrijven zijn maar in beperkte mate in staat om dat te doen. Universiteiten dienen zich evengoed te richten op vragen uit de maatschappij.“

Leydesdorff noemt Tilburg als voorbeeld van een succesvolle wetenschapswinkel. “Zij slagen erin om het maatschappelijk relevante werk te verbinden met promoties en wetenschappelijke publicaties.“