Schuif rekening niet op nieuwe generatie af

Nederland heeft de afgelopen decennia flink boven zijn stand geleefd. Het is daarom niet meer dan fair om de generaties die hiervan geprofiteerd hebben, nu te vragen mee te betalen aan de rekening, vinden Teunis Brosens, Michiel Mulder en Mei Li Vos.

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft onlangs de update van zijn vergrijzingsstudie uit 2000 gepresenteerd. Ondanks de bezuinigingen van het kabinet-Balkenende blijkt een “intergenerationeel' faire verdeling van de vergrijzingslasten nu nog meer ingrepen te vergen dan in 2000 werd verondersteld. Hoe kan dat?

Een belangrijke reden is dat de beurskoersen in 2000 nog tot in de hemel leken te groeien. Inmiddels zijn pensioenfondsen weer hard op aarde geland, met hogere premies, lagere rendementen en lagere pensioenbeloften tot gevolg. Dit hakt er ook bij de belastinginkomsten flink in. Doen we niets, dan kijken we na 2020 aan tegen een jaarlijks gat in de begroting van zo'n 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Natuurlijk is dit gat niet alleen een vergrijzingsprobleem. Stijgende zorguitgaven en de leegrakende aardgasvelden hebben weinig tot niets met demografie te maken.

Maar het gapende gat wordt van die constatering niet kleiner. Als we de boel op zijn beloop laten, explodeert de staatsschuld en zijn halverwege deze eeuw ingrepen nodig waarbij eerdere bezuinigingsrondes verbleken. Niets doen betekent dat de jongeren met een grote onbetaalde rekening worden opgezadeld.

Hoe kon die rekening zo groot worden? Hebben voorgaande generaties zitten potverteren? Het antwoord is helaas ja. Halverwege de vorige eeuw ging het nog goed. Door de snelle economische groei tijdens de wederopbouw en door de lage reële rente verdween de staatsschuld als sneeuw voor de zon. Er kwamen steeds meer belasting- en premiebetalers, die ook nog eens steeds meer verdienden. Het kon niet op, het sociale-zekerheidsstelsel en de pensioenregelingen werden steeds verder opgetuigd. Het pensioenstelsel aanpassen aan de stijgende levensverwachting? Nergens voor nodig, pensioenfondsen waren toch gezond? Maar enkele decennia geleden spaarden we nog 40 jaar voor 9 jaar pensioen. Nu slechts 35 jaar voor 18 jaar pensioen. Op het hoogte- of liever gezegd het dieptepunt van de verzorgingsstaat in 1983 zat één op de zes 20-tot 64-jarigen thuis met een WW-, WAO- of bijstandsuitkering. Er zijn sindsdien weliswaar hervormingen doorgevoerd, maar nog steeds heeft één op de acht een uitkering, tegenover minder dan één op twintig in 1970.

En toen bleek dat het wél op kon. De staatsschuld begon eind jaren '70 sterk te stijgen, wat noopte tot ingrijpen. De schuldquote is inmiddels weer terug op het niveau van 1970. Dat lijkt mooi, maar dit is gerealiseerd door het tafelzilver te verkopen: aandelen in voormalige staatsbedrijven als KPN en vooral het opsouperen van de Groningse aardgasbel, die in waarde is geslonken van 90 procent van het bbp in 1970 tot 20 procent nu.

Zo wordt het potverteren schrijnend duidelijk: het netto bezit van de overheid (vermogen minus de schuld) is afgenomen van 150 procent van het bbp in 1970 tot zo'n 60 procent nu.

De jongeren van nu hebben niet gevraagd om deze onbetaalde rekening. Maar wij zijn de beroerdsten niet. In tegenstelling tot sommige ouderen die zich vastklampen aan hun “verworven rechten' en de rekening volledig af willen schuiven op jongeren, houden wij vast aan solidariteit. En dat betekent: eerlijk delen, iedereen betaalt mee. Daar moeten we nu mee beginnen. Dus geen politieke taboes meer, maar werk aan de winkel voor het komende kabinet. Het CPB schetst een aantal oplossingen. Eén daarvan is in de komende kabinetsperiode het probleem geheel oplossen. Dat is even flink doorbijten, maar eenmaal achter de rug, kunnen we “intergenerationeel' fair de komende decennia door. Het tweede scenario is het starten van geleidelijke hervormingen die de arbeidsparticipatie verder verhogen en de AOW en zorg minder vergrijzingsgevoelig maken. Een mix van deze twee scenario's lijkt ons de beste oplossing: ga nog eens met de stofkam door de overheidsbureaucratie, en neem intussen participatieverhogende maatregelen. Bijvoorbeeld door van kinderopvang een basisvoorziening te maken, in de hoop dat de moederschapscultuur geleidelijk verandert en vrouwen meer gaan werken dan nu, door nu een stapsgewijze verhoging van de AOW-leeftijd af te spreken en vervroegd uittreden niet langer bij wet of CAO te stimuleren. Voor mensen met zware beroepen is dat laatste geen optie. Geef hun een scholingsbudget en gun hun daarmee een tweede arbeidzaam leven. Pak, zoals de Raad van Economische Adviseurs vorig jaar al voorstelde, de hypotheekrenteaftrek aan en schaf de AOW-premievrijstelling voor ouderen geleidelijk af. Mensen die alleen van een AOW rond moeten komen, merken hier niets van, omdat de netto AOW gekoppeld is aan het nettominimumloon.

Het goede nieuws: met een mix van dit soort maatregelen kunnen we de overheidsfinanciën soepeltjes door de vergrijzing heen loodsen en pijnlijke abrupte ingrepen voorkomen. Het slechte nieuws: welke aanpak de overheid ook kiest, de jongeren van nu zullen bloeden. Ze bloeden als er nu maatregelen worden genomen met overgangstermijnen waarvan alleen de ouderen profiteren (zoals gebeurd is bij de afschaffing van het VUT- en prepensioenregime), en ze bloeden ook als we niets doen en er na 2040 forse ingrepen in AOW en collectieve zorg nodig zijn.

En dan hebben we het nog niet eens over de recente pensioeningrepen, waarbij voor jongeren de comfortabele en zekere eindloonregelingen zijn vervangen door middelloonregelingen zonder indexeringsgarantie.

Het nieuwe kabinet en de sociale partners moeten elke generatie een eerlijke, democratische stem geven bij de beslissingen over de te nemen maatregelen en laten we niet de rekening onbetaald doorschuiven naar toekomstige generaties.

Teunis Brosens, Michiel Mulder en Mei Li Vos zijn bestuursleden van het Alternatief voor Vakbond, een eind vorig jaar opgerichte vakbond om de belangen van outsiders op de arbeidsmarkt te vertegenwoordigen.